Foto advertentiekaart fietsmerk Mondia (1991)
Vandaag jarig: Thomas Frischknecht: van veldritzoon tot wereldkampioen mountainbike
Zo vader, zo zoon. Het gezegde zal menig iets oudere lezer onmiddellijk doen terugdenken aan het televisiespelletje, dat de NCRV tussen 1970 en 2011 op de beeldbuis bracht. Onder leiding van presentatoren Gerard van den Berg en later Gregor Bak – in de nadagen van het programma zouden ook Paul de Leeuw en Caroline Tensen nog een blauwe maandag presenteren – moesten BN’ers zien te raden wie van vier kandidaten de daadwerkelijke vader was van de zoon, die zijn stinkende best deed het panel en de kijkers om de tuin te leiden. Vanzelfsprekend kende het programma ook de varianten ‘zo vader, zo dochter’, ‘zo moeder, zo zoon’ en ‘zo moeder, zo dochter’. Van een wielereditie van de spelshow is het nooit gekomen, maar het had makkelijk gekund.
Een peloton vol
Het peloton zit sinds jaar en dag immers vol renners met een vader en/of moeder, die zelf ook uitstekend uit de voeten kon op de fiets. Kijk omgekeerd eens naar willekeurige uitslagen van koersen uit vervlogen tijden en het wemelt van de nu ook weer bekende namen. Dankzij het nageslacht zijn er vele erelijsten van koersen waar een doublure op staat. Dezelfde naam, die na een tussenpoos van ongeveer twee a drie decennia opnieuw voorkomt, omdat een zoon of dochter er in slaagde de prestatie van pa of ma te evenaren. Van der Poel, Merckx, Van Poppel, Schleck, Roche, Nys, maar bijvoorbeeld ook Zabel, Wiggins, Phinney, Fidanza en Knetemann. En dan vergeten we er nog vele tientallen. Zo niet, nog meer. Aan het einde van de jaren ’80 is er een jonge Zwitserse veldrijder, die voor de lastige opgave staat in de crossbandensporen van zijn vader te treden. Thomas Frischknecht is zijn naam. Een renner die niet alleen in het veld, maar ook op de mountainbike poogt de prestaties van vader Peter te doen vergeten. Hij zal er cum laude in slagen.
De Frischknechtjes
In tegenstelling tot generatiegenoot Richard Groenendaal en diens vader Reinier, rijden vader en zoon Frischknecht nooit tegelijkertijd in dezelfde wedstrijd rond. Als zoonlief op zijn negentiende deel gaat uitmaken van het amateurpeloton dat, in de schaduw van de profs, aantreedt in het veldritcircuit heeft zijn vader de fiets al een jaar of acht eerder aan de wilgen gehangen. Op zijn 36ste, het is dan 1982 en zoontje Thomas heeft zijn twaalfde verjaardag net gevierd, vindt Peter Frischknecht het mooi geweest. Waar Groenendaal senior nog tot zijn 41ste actief zal blijven, waardoor hij in de slotfase van zijn carrière de strijd aanbindt met zijn twintig jaar jongere zoon, is de Zwitser een soortgelijke situatie een aantal jaren voor. Waarom ook langer doorgaan? Hij heeft op dat moment al tientallen veldritten gewonnen en is meervoudig Zwitsers kampioen. Een echt grote prijs weet hij echter nooit te winnen. Frischknecht senior heeft namelijk de botte pech dat zijn hele carriere iemand anders significant beter is dan hij. Een landgenoot nota bene, die hem dus niet alleen beroofd van menig zege in internationale veldritten, maar waardoor ook zijn teller van nationale titels op twee blijf steken . Albert Zweifel heet de boosdoener. Samen met nog een derde Zwitser, Gilles Blaser, domineren zij bijna de gehele jaren ’70 lang de cyclocross. Zweifel is in die periode de absolute spekkoper. Niet minder dan vijf wereldtitels zijn het sprekende bewijs van zijn heerschappij, die als een schaduw over de loopbaan van vader Frischknecht hangt en hem niet zelden op het tweede plan doet belanden.
Al snel veel beter
De vroegere dominantie van Zweifel maakt het al snel een koud kunstje voor Thomas om de prestaties van zijn vader te overtreffen. In zijn debuutseizoen 1989/1990 wint supertalent Frischknecht als amateur zelfs de Superprestige-veldrit in Rome, door gelouterde profs als Danny De Bie en Hennie Stamsnijder ruimschoots het nakijken te geven. Een jaar later is hij al wereldkampioen. Bij de amateurs weliswaar, maar ook als vanaf 1994 die categorie wordt samengevoegd met de beroepsrenners en gecombineerd als ‘elite’ verder gaat, blijft de Zwitser overwinningen en ereplaatsen als malse stukken vlees aaneen rijgen. In navolging van zijn vader pakt hij meerdere nationale titels, wint Superprestige- en wereldbekerwedstrijden en strijkt menig ereplaats op. Alleen de mondiale veldrittitel op het hoogste niveau zal voor altijd een hiaat zijn op zijn palmares. Het dichtste bij komt Frischknecht in 1997, als hij een kleine halve minuut achter de ontketende Daniele Pontoni naar het zilver rijdt. Uitgerekend op dat moment is de Zwitser in feite de regerend wereldkampioen in die andere discipline die hij zo goed beheerst. Het mountainbiken. Al weet hij dat zelf op dat moment niet. Sterker, niemand realiseert zich dat, omdat de regenboogtrui hem pas vier jaar later met terugwerkende kracht zal toekomen. Net als op de Olympische Spelen in Atlanta wordt Frischknecht een kleine twee maanden later op het WK tweede. Ditmaal is niet gouden medaillewinnaar Bart Brentjens, maar de Fransman Jérôme Chiotti zijn meerdere. Die verwijst hem in het Australische Cairns naar, wederom, het zilver. Pas vier jaar later zal Chiotti bekennen EPO te hebben gebruikt op dat kampioenschap. Hij wordt uit de uitslag geschrapt. Frischknecht krijgt alsnog de regenboogtrui, die de Fransman hem in het voorjaar van 2000, hoogstpersoonlijk en vol berouw, overhandigt tijdens een onofficiële ceremonie in Parijs. In tegenstelling tot vader Peter gaat Thomas nog jaren door. Pas op zijn 39ste stopt hij als eliterenner. Net te vroeg om zoon Andri in dezelfde wedstrijd te treffen, zoals de Groenendaals ooit. De jongste Frischknecht rijdt nog bij de jeugd, maar zal snel, net als vader en opa, met de besten meestrijden. De uitdrukking ‘zo vader, zo zoon’ is niets te veel gezegd.