Foto By Blankenfeld - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=110671451
De dag dat Parijs-Nice de jarige Raymond Riotte vergat
Raymond Riotte is te verbaasd om boos te zijn. Maandenlang heeft de Franse oud-renner een fanatieke lobby gevoerd om een etappe van Parijs-Nice vanuit zijn woonplaats Noyers-sur-Serein te laten vertrekken. Nu de grote dag daar is, gebeurt er iets dat zelfs in zijn ergste nachtmerries nooit en te nimmer zou plaatsvinden. Riotte knijpt zichzelf daarom maar eens stevig in zijn arm om uit te vinden of hetgeen zijn ogen waarnemen wel echt is. Een kleine siddering schiet door het lijf, zodra zijn duim en wijsvinger een stuk vel door de mangel halen. Dit is geen boze droom, dit is de realiteit. Enkele minuten eerder was het deelnemersveld aan de 35ste editie van ‘de Koers naar de Zon’, zoals Parijs-Nice ook wel wordt genoemd, per bus in Noyers-sur-Serein gearriveerd. Weliswaar veel later dan gepland, doordat de renners de ochtendetappe tussen Provins en Auxerre in de stromende regen hadden afgelegd, maar het lange wachten was uiteindelijk beloond. Tenminste, zo leek het. Tot de stomme verbazing van Riotte en zijn dorpsgenoten was alleen koersdirecteur Jean Leulliot uitgestapt. De Fransman brulde wat korte termen in het luchtledige, riep iets dat voor een verontschuldiging moest doorgaan en gaf vervolgens een teken dat de karavaan van bussen en auto’s weer moest optrekken om verder te rijden. Een fractie van een seconde had Riotte gedacht dat Leulliot hem in de maling wilde nemen, maar daarvoor kennen de twee elkaar eigenlijk niet goed genoeg. Een stevige kneep in zijn arm wees vervolgens uit dat een nachtmerrie ook kon worden uitgesloten. Wat zich voor de ogen van de nagenoeg voltallige bevolking van Noyers-sur-Serein had voltrokken, was bittere ernst geweest. In plaats van de middagetappe te starten zet de karavaan koers naar een ander dorp, kilometers verderop.
Vooruit, in het nog geen duizend inwoners tellende, middeleeuws ogende Noyers-sur-Serein kent iedereen elkaar. Riotte is echter net wat bekender dan de gemiddelde Jean, Pierre of François uit het plaatsje ten noordwesten van Dijon. Dat heeft alles te maken met het beroep dat hij enkele jaren eerder nog beoefende. Riotte was profrenner. Geen groot kampioen, maar een meer dan degelijke knecht, die op een goede dag zelf voor succes kon zorgen. Zo had hij in 1971 een etappe in Parijs-Nice gewonnen en twee jaar eerder de semiklassieker Parijs-Camembert, maar het hoogtepunt uit zijn carrière lag al in 1967. Tweedejaarsprof was Riotte nog maar, toen hij namens de Franse A-ploeg zijn Tourdebuut mocht maken. De ronde wordt op dat moment nog in landenteams verreden en groeit uit tot een daverend succes voor het sterkste van de drie aanwezige ploegen uit het thuisland. Roger Pingeon staat in Parijs namens France A in het geel op het erepodium en dankzij renners als Raymond Poulidor, Jean Stablinski en diezelfde Pingeon worden meerdere etappes gewonnen. De twaalfde rit, tussen Digne-les-Bains en Marseille, is verrassend een prooi voor Riotte. Dankzij zijn voortreffelijke eindschot heeft de Fransman al meerdere ereplaatsen behaald in etappes en bovendien enkele dagen het groen mogen dragen. Op weg naar Marseille wacht hij niet tot het misschien van een massale aankomst komt. In plaats daarvan springt hij mee met een kopgroep om vervolgens in de finale, op een venijnig klimmetje, zijn metgezellen ter plaatse te laten en te soleren naar wat het hoogtepunt uit zijn actieve loopbaan zal worden en blijven. Sinds die twaalfde juli in 1967 kan Riotte niet meer stuk in zijn woonplaats Noyers-sur-Serein.
De status die hoort bij een Tourritwinnaar maakt van de oud-renner niet alleen een graag geziene gast in het dagelijks leven van ‘zijn’ dorp. Het biedt hem ook de kans een lobby te starten om Noyers-sur-Serein als startplaats van een etappe in Parijs-Nice te laten fungeren. Vandaar dat Riotte in de zomer van 1976 organisator Leulliot benadert met het verzoek. De koersdirecteur is aanvankelijk wat stug en loopt niet direct warm, maar gaat uiteindelijk toch overstag. Daags na de proloog in Aulnay-sous-Bois en niet lang na het finishen van een ochtendrit tussen Provins en Auxerre zal Noyers-sur-Serein startplaats zijn van etappe 1B. 130 kilometer zal het peloton vervolgens afleggen om in Nuits-Saint-Georges te finishen. Tenminste, dat is hetgeen Leulliot toezegt aan Riotte en zijn dorpsgenoten. Het zal op die bewuste vrijdag 11 maart 1977 allemaal anders lopen. Een aaneenschakeling van ellende gooit een inktzwarte portie roet in de zo smakelijk geachte Franse bœuf bourguignon. Als de renners op een onchristelijk tijdstip wakker worden om in alle vroegte – het is nog pikdonker! – aan het eerste deel van de etappe te beginnen, regent het zo hard dat Leulliot besluit de start uit te stellen. Tijd om lang te wachten is er echter niet. Dat zou het schema voor die dag danig in de war brengen. Vandaar dat het peloton een deel van de afstand per bus aflegt.
Als de renners uiteindelijk alsnog op de fiets zitten hebben regen en modder het wegdek, dat doorgaans alleen door tractoren wordt bereden, veranderd in een onbegaanbaar pad, dat zelfs voor een veldrit zou worden afgekeurd. Leulliot is echter onverbiddelijk en wijst de rennersprotesten resoluut van de hand. Liefst 136 lekke banden zal de ‘helletocht’ naar Auxerre opleveren. Ruim een uur later dan het langzaamste tijdschema, komt Freddy Maertens als ritwinnaar over de streep. Het peloton heeft dan nog slechts 55 minuten om per bus de 45 kilometer lange reis naar Noyers-sur-Serein te maken, alwaar het tweede deel van de etappe moet vertrekken. Niet dat alle bussen meteen kunnen gaan rijden. De ontberingen hebben immers voor een flink aantal achterblijvers gezorgd. Ondertussen tikt de tijd verder. Gelegenheid voor een warme douche is er niet. Iedereen stapt in kletsnatte en met modder besmeurde shirts en broeken de bus in. Vloekend en tierend, vanzelfsprekend, maar van een serieus protest, laat staan van een staking, komt het niet. En dan neemt Leulliot een rigoureus besluit. Wil het peloton de aankomst in Nuits-Saint-Georges nog enigszins bijtijds bereiken, dan zal etappe 1B moeten worden ingekort. De koersdirecteur besluit niet in Noyers-sur-Serein van start te gaan, maar in het zestig kilometer verderop gelegen Thenissey. Riotte, de burgemeester en honderden dorpsbewoners weten niet wat hen overkomt. Na een korte stop, waarbij de renners in de bus blijven zitten, trekt de karavaan weer in gang en verlaat Noyers-sur-Serein. Wat een wielerfestijn had moeten worden, mondt uit in teleurstelling, frustratie en verdriet. De verbazing is te groot om ook meteen al boos te zijn, maar in de jaren die volgen zal Raymond Riotte nog veelvuldig en met afgrijzen terugdenken aan die keer dat Parijs-Nice zijn woonplaats aandeed. Of beter, aan had zullen doen.

Foto By Blankenfeld - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=110671451
Foto Panini — 'Sprint 72'