Wielercultuur

De ghostwriter van de sprint: het onzichtbare werk van de jarige Rüdiger Selig

Als een gewonnen massasprint een succesverhaal is, kan de lead out-man gerust de ghostwriter worden genoemd. Op de achtergrond, soms zelfs in volledige anonimiteit, levert hij een niet te onderschatten bijdrage aan de behaalde zege. Natuurlijk, zijn kopman en ploeggenoten spreken veelvuldig hun waardering uit en overladen hem met schouderklopjes en andere loftuitingen. Aan de buitenwereld gaan die echter nagenoeg volledig voorbij. Een korte eervolle vermelding in het flash-interview met de winnaar is het maximale waar de lead-out het mee zal moeten doen.

Onzichtbaar

Op het moment dat hij door het oog van de televisiecamera wordt gevangen als hij het vuile werk opknapt voor degene die even later als een raket zal worden gelanceerd, is de afloop van de sprint nog toekomstmuziek. In herhalingen is hij vaak onzichtbaar, doordat de beelden pas worden ingestart vanaf een punt waarop hij net is uitgezwenkt. Of hij is nog nipt wel zichtbaar, maar wordt door de commentatoren niet benoemd, zodat de onwetende televisiekijker geen idee heeft wie nu precies dat beulswerk leverde tot enkele honderden meters voor de finish. Waar Voetbal International altijd de gever van de assist vermeldt in wedstrijdstatistieken en de magistrale voorzetten van Arnold Mühren, Frank de Boer en Daley Blind – zeer terecht! – immer worden getoond wanneer de legendarische doelpunten van respectievelijk Marco van Basten, Dennis Bergkamp en Robin van Persie weer uit de archieven zijn gehaald, is de lead-out van een massasprint een tamelijk roemloze renner. Dat die, door haast altijd zijn eigen belangen terzijde te schuiven ten faveure van een kopman, zelf nauwelijks over een aansprekend palmares beschikt, helpt ook al niet mee. Het maakt de carrières van sprintvoorbereiders als Michael Mørkøv, Maximiliano Richeze en Rüdiger Selig onterecht onderschat. Ze stonden aan de basis van talloze overwinningen, maar waar hun kopman alle eer kreeg bleven zij nagenoeg buiten beeld.

Geen eigen kans

Het aantal keren dat Selig gedurende zijn bijna veertien jaar durende profloopbaan zelf een kans krijgt voor de overwinning te rijden, is letterlijk op de vingers van een hand te tellen. Hoewel de Duitser, nog voordat hij in de winter van 2011 zijn handtekening zet onder een contract bij Team Katjoesja, zijn eerste overwinning op het hoogste niveau al op zak heeft – Selig wint als stagiair bij Leopard-Trek in het najaar van 2011 meteen de Memorial Frank Vandenbroucke door in de sprint Baden Cooke en Adrien Petit af te troeven – wordt het de Duitser al snel duidelijk dat de rol van lead-out hem beter past dan die van afmaker. Bij de Russische ploeg zal hij Alexander Kristoff naar menig spurtzege gidsen. Daarna rijdt Selig zes jaar voor BORA-Hansgrohe, waar Sam Bennett en Pascal Ackermann menig overwinning aan hem danken. Ook Caleb Ewan is bij Lotto schatplichtig aan de diensten van de boomlange Duitser. Pas op de spaarzame momenten dat zijn kopman een etappekoers heeft verlaten of op voorhand al in kansloze positie is beland, mag Selig mee sprinten voor een eigen topklassering.

Dichtbij eigen succes

Driemaal brengt die situatie hem akelig dichtbij succes in een grote ronde. Telkens legt hij het af. Nipt. Het is het pijnlijk gapende gat dat zit tussen winnen en verliezen. Met iets meer snelheid, een betere uitgangspositie en een forse scheut geluk had Selig zich de winnaar van etappes in zowel de Giro als de Vuelta kunnen noemen. In plaats daarvan is zijn erelijst niet langer dan de genoemde zege in de Memorial Frank Vandenbroucke in 2011, de Volta Limburg Classic twee jaar later en in 2018 komt daar nog een rit in de Ronde van Slowakije bij, als Selig en BORA-Hansgrohe-ploeggenoot Cesare Benedetti QuickStep te kijk zetten. Van een vijf man sterke kopgroep, met naast de Duitser en zijn Italiaanse ploegmaat liefst drie renners van Patrick Lefevere, is hij veruit de snelste.

Vuelta 2016

Op dat moment is het al bijna twee jaar geleden dat Selig bot ving in de Vuelta. Er valt weinig tot niets te sprinten in de loodzware editie van 2016, die de renners voorgeschoteld krijgen. Het verklaart dat BORA-Hansgrohe Bennett niet eens meeneemt naar Spanje. Selig is er wel en mag op de spaarzame dagen dat een etappe eindigt in een massale aankomst zijn kans wagen. In Peñíscola is hij akelig dicht bij wat de grootste zege uit zijn carrière tot dan toe had kunnen zijn. In het zicht van de finish slaagt hij er echter niet in zijn fiets tijdig voor die van de Luxemburger Jean-Pierre Drucker te manoeuvreren. Die heeft zijn ‘jump’ net iets beter getimed. Selig moet genoegen nemen met de tweede plek. Net als in de Giro van 2018. Bennett is ditmaal wel van de partij, maar heeft een off-day. De Ier zit al niet meer in het peloton als aan het einde van de derde etappe, naar de Sardijnse hoofdstad Cagliari, een breuk ontstaat in de voorste gelederen van het peloton. Selig is attent, zit bij de zeven renners die met lichte voorsprong de aankomststraat bereiken, maar legt het opnieuw af. Fernando Gaviria is ditmaal degene die de weg naar een grote overwinning blokkeert voor de Duitser. Twee jaar later komt Selig nog eenmaal in kansrijke positie in de Giro. In tegenstelling tot kopman Ackermann weet hij de valpartij bij het ingaan van de slotkilometer wel te ontwijken. Het is chaos troef in de straten van Modena. Nu de renner die hij had moeten piloteren op het asfalt ligt, besluit Selig zelf maar mee te spurten. Niet dat hij zichzelf heel kansrijk acht. Daarvoor heeft hij in zijn eigenlijke rol al te veel krachten verspeeld, maar hij waagt een dappere poging zich in het geweld te mengen. Achter Arnaud Démare en Elia Viviani wordt hij keurig derde. Het zijn de spaarzame keren dat Selig zelf op de voorgrond trad. Al die keren dat hij na een koers wel kon juichen, was hij de betrekkelijk anonieme lead-out, die weliswaar een schitterende voorzet gaf waar een fraai doelpunt uitkwam, maar er nauwelijks de credits voor kreeg. Rüdiger Selig was als renner vooral de ghostwriter van vele succesverhalen.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

De ghostwriter van de sprint: het onzichtbare werk van de jarige Rüdiger Selig

Hij won bijna nooit. Maar zonder hem won niemand.

Wielercultuur

Jarig: Dmitri Konysjev en het WK 1989: hoe een Sovjet-neoprof de wielerwereld verbaasde

Wielercultuur