Foto Stefano Sirotti

Koersverhalen

Christophe Bassons, de man die niet wilde meedoen: ‘Ik heb nooit iemand verraden. Zij hebben mij verraden’

Hij reed bij Festina toen het dopingschandaal van 1998 uitbrak, botste tijdens de Tour de France met Lance Armstrong en werd jarenlang gezien als het geweten van het peloton. Maar Christophe Bassons noemt zichzelf liever geen held. Hij wilde vooral gewoon wielrenner zijn zonder zijn principes overboord te gooien. In een openhartig interview blikt de Fransman terug op een carrière vol morele dilemma’s.

In 2010 schreef Frank Heinen Vergeten Wielrenner: Bassons, Christophe

Christophe Bassons was nooit van plan om de wielersport op zijn kop te zetten. Hij wilde koersen, beter worden en kijken hoever hij kon komen. Dat hij uiteindelijk bekend zou worden als de renner die weigerde mee te doen aan de dopingcultuur, had hij niet kunnen voorzien. Sterker nog: hij heeft weinig op met de heldenstatus die hem achteraf is toegedicht.

‘Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik mezelf in gevaar bracht door doping aan de kaak te stellen’, vertelt hij in een uitgebreid interview met de Franse wielerpodcast Échappé. ‘Waarom voelde ik dan niet dat ik moedig was? Omdat ik vrij was om het te doen.’

Die vrijheid vormt de rode draad door zijn verhaal. Bassons wilde zelf kunnen bepalen wat hij deed en waarvoor hij stond. Dat bleek in het profwielrennen nogal ingewikkeld.

Van de bossen naar het profpeloton

Bassons ontdekte het wielrennen pas rond zijn zeventiende. Hij groeide op in een dorp in de Tarn, in Zuid-Frankrijk, waar hij graag door de bossen en de bergen trok. Wandelen was zijn manier om de omgeving te verkennen. Tot de dagen te kort werden en hij verder wilde.

‘Ik had het dorp wel gezien. Ik wilde naar de andere kant van de bergen’, vertelt hij. Hij vroeg zijn ouders om een mountainbike en ging met vrienden op pad. Tijdens zijn eerste grote wedstrijd, de Roc d’Azur, eindigde hij verrassend als derde bij de junioren. Hij was toen niet eens lid van een wielerclub.

Daarna ging het snel. Hij sloot zich aan bij een club, stapte over naar de weg en won vrijwel meteen wedstrijden. Binnen enkele maanden werd hij gekozen in de Franse juniorenselectie. Toch was een profcarrière nooit zijn grote droom.

‘Ik wilde bruggen bouwen’, zegt Bassons. Hij studeerde civiele techniek en had plannen om ingenieur te worden. Pas toen hij de mogelijkheid kreeg om bij de militaire sportopleiding vrijwel fulltime te fietsen, veranderde zijn doel. Hij won internationale wedstrijden en werd wereldkampioen tijdrijden bij de militairen. Vervolgens meldden zich profploegen.

In 1996 tekende hij bij Festina, de ploeg die met kopman Richard Virenque de Tour de France wilde winnen. Bassons betrad daarmee een wereld waarvan hij de regels nog niet helemaal kende.

Een andere kijk op professionaliteit

Als amateur had hij al gezien dat sommige renners de ene dag onverslaanbaar waren en een dag later nauwelijks meekonden. Ook zag hij hoe medicijnen steeds nadrukkelijker deel uitmaakten van het wielrennen.

‘Ik denk dat ik niet zozeer de doping heb afgewezen, maar het milieu’, vertelt hij. ‘Ik was niet gemaakt voor die wereld waarin afwijkingen en excessen voortdurend aanwezig zijn.’

Bij Festina werd die wereld georganiseerd en professioneel aangepakt, vertelt Bassons. Volgens zijn relaas legde ploegmanager Bruno Roussel hem uit hoe het systeem werkte: jonge renners zouden geleidelijk aan middelen wennen, waarna zwaardere middelen konden volgen. Bassons bleef weigeren. Hij wilde presteren op basis van training en talent, niet met behulp van verboden middelen.

WK 1998 Valkenburg, met Bassons rechts

Dat betekende niet dat hij geen ambitie had. Integendeel. Hij wilde winnen en hij wist dat hij over kwaliteiten beschikte. Maar hij zag geen reden om daarvoor zijn eigen grenzen te verleggen.

Het verschil tussen hem en zijn ploeggenoten werd steeds groter. Waar anderen sneller herstelden, bleef Bassons soms wekenlang vermoeid. Hij zag hoe zijn lichaam reageerde op een zwaar programma en vroeg zich af hoe lang hij dat kon volhouden. Hij vertelt ook over momenten waarop hij bijna bezweek onder de druk. Eén keer liet hij zich overhalen om een injectie met een toegestaan middel te nemen. De ervaring joeg hem angst aan. Hij vertelde zijn vrouw wat er was gebeurd en vond steun bij haar.

Ook financieel werd hij voor een keuze gesteld. Volgens Bassons lag er bij een contractbespreking een veel hoger salaris in het vooruitzicht als hij bereid zou zijn mee te doen aan het dopingprogramma. Hij weigerde.

‘Ik wilde het niet’, is de kern van zijn verhaal. Niet omdat hij zichzelf boven anderen plaatste, maar omdat hij niet wilde leven met de consequenties van die keuze.

‘Zij hebben mij verraden’

In juli 1998 barstte de Festina-affaire los. Soigneur Willy Voet werd aan de Belgische grens aangehouden met een grote hoeveelheid EPO in zijn auto. Het onderzoek bracht een georganiseerd dopingsysteem aan het licht en leidde tot een van de grootste schandalen uit de geschiedenis van de Tour de France.

Bassons was op dat moment in de Alpen, waar hij trainde. Hij zou niet aan de Tour deelnemen. Toen het nieuws bekend werd, voelde hij zich aanvankelijk ongemakkelijk. Hij was immers onderdeel van de ploeg die wereldwijd in opspraak kwam.

‘Ik voelde me een beetje aangevallen doordat ik bij die groep hoorde’, vertelt hij. ‘Ik dacht: straks word ik met al die mensen geassocieerd, terwijl ik vanaf het begin mijn mond heb gehouden en anders ben.’

Toen de verklaringen over het dopinggebruik binnen Festina naar buiten kwamen, werd duidelijk dat Bassons geen doping had gebruikt. Daarmee kreeg hij plotseling een publiek podium. Journalisten wilden weten hoe het er achter de schermen aan toeging. Toch corrigeert hij graag het beeld dat hij de affaire zelf aan het licht heeft gebracht.

‘Mensen die me op straat herkennen, zeggen: “Bravo voor de moed die je had om het te onthullen.” Maar ik heb Festina of de doping nooit verraden. Zij hebben mij verraden.’

Bassons doelt erop dat anderen tijdens de verhoren vertelden dat hij de enige renner in de ploeg was die niets gebruikte. Hij had zelf niemand aangewezen. Pas toen hij de kans kreeg om zijn verhaal te vertellen, besloot hij dat ook te doen.

‘Toen ik eenmaal het woord kreeg, wilde ik niet naar een journalist stappen om te klagen. Maar toen ze me de kans gaven, dacht ik: nu is het moment. Nu moet de boel maar eens open.’

De bijnaam Monsieur Propre, meneer Schoon, was geboren. Bassons werd het symbool van een schone wielersport, maar die status had ook een keerzijde. Wie hem als schoon bestempelde, suggereerde automatisch dat de anderen dat niet waren.

De Tour van 1999

Na het uiteenvallen van Festina vond Bassons onderdak bij Française des Jeux. Het leek een nieuw begin. Na de affaire van 1998 spraken veel mensen over een nieuwe wielersport, waarin doping geen plaats meer zou hebben. Bassons was gemotiveerd en behaalde goede resultaten.

Een ritzege in het Critérium du Dauphiné bezorgde hem in 1999 een plek in de Tourploeg. Het was zijn eerste deelname aan de grootste wielerkoers ter wereld. Hij ging er niet heen met de gedachte dat hij de Tour kon winnen.

‘Ik zag het als een bonus. Ik dacht: probeer ervan te genieten. Je hebt niets gestolen. Je hebt die plek verdiend.’

Al snel kreeg hij twijfels over het beloofde nieuwe tijdperk. Hij zag renners die kort daarvoor nog minder goed presteerden, plotseling ontzettend sterk rijden. Hij zag verzorgers met handdoeken onder hun arm voortdurend hotelkamers in- en uitlopen.

‘Als een verzorger iemand masseert, wacht hij normaal gesproken in de kamer of loopt hij af en toe naar buiten om een andere renner te helpen. Maar niet voortdurend heen en weer, met een handdoek waaronder materiaal voor infusen zit.’

Ook op de weg zag hij wat hij moeilijk kon rijmen verandering. In zijn dagelijkse Tourverslagen voor de Franse krant Le Parisien schreef hij openlijk over zijn twijfels. De snelheid lag volgens hem zo hoog dat hij zich afvroeg of het nog mogelijk was om zonder doping een grote wedstrijd te winnen. Dat maakte hem niet populair. De afstand tussen Bassons en het peloton groeide. Zijn openheid werd niet alleen opgevat als kritiek op doping, maar ook als een beschuldiging aan het adres van zijn collega’s.

Vervolgens kwam het tot een aanvaring met Lance Armstrong. De Amerikaanse kopman reageerde fel op Bassons’ uitspraken. De confrontatie werd een van de bekendste momenten uit de Tour van 1999. Bassons voelde zich steeds verder geïsoleerd en verliet de wedstrijd. Niet omdat hij geen pijn kon verdragen of niet hard genoeg kon fietsen, maar omdat hij niet langer het gevoel had dat hij er thuishoorde.

De belofte van een nieuw wielrennen had hem hoop gegeven. De werkelijkheid stelde hem teleur.

Lees ook: Giuseppe Guerini en de fan op Alpe d’Huez 1999: de beroemdste botsing in de Tour

Geen held, maar iemand die vrij wilde blijven

Bassons benadrukt dat hij zichzelf nooit als een held heeft gezien. Hij voelde zich eerder iemand die niet goed in het systeem paste. De term ‘moed’ vindt hij daarom niet helemaal terecht.

‘Als je iets doet waarvoor je bang bent, breng je jezelf in gevaar. Maar ik had niet het gevoel dat ik mezelf in gevaar bracht. Ik was vrij om het te doen.’

Die vrijheid is volgens hem niet vanzelfsprekend. Wie volledig afhankelijk is van één werkgever of van een sportcarrière, kan het moeilijk vinden om tegen de stroom in te gaan. Bassons probeert daarom meerdere activiteiten naast elkaar te ontwikkelen. Naast zijn werk als sportleraar houdt hij zich bezig met onder meer sportbegeleiding en trailrunning.

‘Je moet dingen doen die je kunt verantwoorden’, zegt hij. ‘Je kunt fouten maken, maar dan moet je ze meteen aanpakken en erover praten. Want je hele leven met geheimen leven, dat maakt je niet gelukkig.’

Het is een boodschap die hij ook aan jonge sporters meegeeft. Zorg ervoor dat je niet volledig afhankelijk bent van één ploeg, één baan of één bron van inkomsten. Hoe meer alternatieven je hebt, hoe makkelijker het wordt om nee te zeggen wanneer iemand je vraagt iets te doen waar je niet achter staat.

Het wielrennen van nu

Hoewel hij al jaren niet meer op een racefiets heeft gezeten, volgt Bassons de wielersport nog altijd. De uitzonderlijke prestaties van de huidige generatie roepen bij hem vragen op. Hij wijst op de stijgende kosten, de omvangrijke medische begeleiding en de gesloten cultuur waarin teams en andere betrokkenen opereren.

Over renners die vandaag de dag winnen, levert hij geen bewijs van doping. Wel zegt hij dat de prestaties hem niet geruststellen en dat hij moeite heeft om te geloven dat de cultuur volledig veranderd is zolang er zo weinig openheid bestaat.

‘Hoe kun je denken dat een milieu schoon is als het zich niet opent naar de buitenwereld?’, vraagt hij zich af. ‘Er zijn zoveel mensen die in die wereld rondlopen. Het is een familie. Iedereen helpt elkaar. Het zijn vrienden die geheimen van elkaar kennen.’

Ook de zogenoemde grijze gebieden baren hem zorgen. Middelen of behandelingen die niet verboden zijn, vindt hij niet automatisch verwerpelijk. Maar hij vraagt zich af waar de voortdurende medicalisering toe leidt.

‘In het begin neem je wat supplementen. Daarna neem je steeds meer pillen. Vervolgens legt iemand uit dat injecteren beter is omdat het minder belastend is voor je maag. Dan kom je bij injecties uit, daarna bij transfusies. Uiteindelijk gaat het alleen nog om wat je erin stopt.’

Zijn punt is niet dat iedere renner die een toegestaan middel gebruikt de grens over zal gaan. Hij vreest wel dat de drempel steeds lager wordt wanneer sporters leren dat hun lichaam voortdurend met medische hulp moet worden aangepast om te kunnen presteren.

Daarbij maakt hij zich ook zorgen over de mentale gezondheid van sporters. De huidige wielrenner krijgt te maken met data, media, verwachtingen en een steeds strakker geregisseerd bestaan. Volgens Bassons is het beroep wielrenner daardoor veel meer geworden dan alleen fietsen.

‘Op psychologisch vlak ben ik echt pessimistisch’, zegt hij. Hij ziet jonge renners die na enkele jaren stoppen omdat het beroep niet is wat ze ervan hadden verwacht. De voortdurende druk en de hoeveelheid prikkels baren hem zorgen.

Lees ook van HetisKoers!

Barguil en Degenkolb verdedigen management Picnic-PostNL

Koersverhalen

Christophe Bassons, de man die niet wilde meedoen: ‘Ik heb nooit iemand verraden. Zij hebben mij verraden’

Koersverhalen