Je ziet ze wel in grote organisaties. Bij gemeenten, ministeries of onderwijsinstellingen. Mensen die zich tegen heug en meug van vergadering naar vergadering slepen. Die vandaag bij de ene collega zaniken over een ander en morgen precies andersom. En die ieder jaar op de kerstborrel tegen dezelfde collega’s dezelfde klaagzang uiten: over medewerkers die zich niet aan afspraken houden, die zeuren over van alles en nog wat, en die niet begrijpen waar het écht over gaat.

Lastig, lastig, lastig.

Slachtoffers zijn het: van de anderen, van de wereld om hen heen, van het leven, kortom.

Het leven dat ze ooit zelf kozen.

Deze types lopen ook rond in de wielersport, weten we sinds zondagavond. Toen werd de documentaire ‘Code Geel’ uitgezonden. De anderhalf uur durende blik achter de schermen bij de Jumbo-Visma ploeg tijdens de Tour de France was door de PR-machine van de NOS al wekenlang groots aangekondigd. En terecht: Code Geel geeft een ontluisterend beeld.

Niet vanwege de verpletterende nederlaag op de laatste dag. Dat wisten we natuurlijk allang.

Ontluisterend is vooral de vreugdeloosheid waarmee de ploegleiding van Jumbo-Visma de eigen renners door Frankrijk loodst. Het doet pijn aan de ogen. Aan het hart. Aan alles eigenlijk. Het is precies dezelfde kilte, hetzelfde chagrijn dat ons twee maanden eerder rauw op het dak viel toen Team Sunweb tijdens de Giro een kijkje in de keuken gaf.

Elke vezel in mij wilde schreeuwen – toen en ook afgelopen zondag weer: ‘Je hoeft dit niet te doen, hè? Niemand dwingt je.’

Code Geel: ploegleiders met rollende en van irritatie dichtgeknepen ogen boven mondkapjes sturen op sonore toon afgemeten clichés en levenloze aanmoedigingen in de oortjes van de renners. Diep gezucht en gesteun als renners niet doen (of kunnen) wat de bedoeling was. Als ze vallen. Of als ze last hebben van hun zitvlak.

Lastig, lastig, lastig.

Zeg, heren: het hoeft niet, hè? Niemand dwingt je om in die ploegleiderswagen te stappen.

De liefdeloze benadering van schaduwkopman Dumoulin – een gevoelige jongen, een twijfelaar zo je wilt, teruggekeerd uit een diep, diep dal. Een slimme jongen bovendien, die zelf nadenkt, die zijn mening goed kan verwoorden en deze ook zeker niet wegsteekt. Lastig, lastig, lastig. En dus mag deze jongen ten overstaan van het voltallige team zijn excuses aanbieden.

Beste ploegleiding, het hoeft niet hè? Er zijn ook banen waarin je niet de hele dag werkt met ambitieuze profs die graag meedenken en je scherp houden.

Het is geen verplichting.

Het gebrek aan teambuilding en personal coaching, binnen een team waarin miljoenen gepompt zijn om op het allerhoogste podium in de belangrijkste wedstrijd van het jaar te presteren. Als team, dus. Een optelsom van acht renners, acht mensen. Acht afzonderlijke individuen, ieder met zijn eigen gevoelens, zijn eigen kwaliteiten en zijn eigen twijfels en angsten. Dus dan zeg je de volgende ochtend tegen ze, in de bus, terwijl je er zelf bij staat als een dooie diender: ‘Oké, jongens, onthoud dit: we doen dit samen. En samen zijn jullie de besten. Kom op hè, ga ervoor!’

Het hoeft niet op deze manier hè? Je kunt er ook iets leuks van maken.

Neem shorttrackcoach Jeroen Otter. In een interview in de Volkskrant vertelt hij over het moeilijkste jaar uit zijn leven. Niet omdat een van de shorttrackers pijn aan z’n gat had. Ook niet omdat een van de sporters op het laatste moment een grote zege misliep. Was het maar waar.

Nee, er overleed plotseling een lid van het team. Tijdens een trainingskamp. Erger kun je het niet bedenken.

Deze Otter spreekt met zóveel vreugde over zijn werk, en met zoveel liefde en begrip over de mens achter de sporters, en over de verschillende manier waarop deze mensen omgaan met een ramp als deze. Werkelijk een genot om te lezen.

Het kan haast niet anders: deze coach zorgt ervoor dat zijn ploeg, zijn hele ploeg dus, beter uit deze ellende komt.

Ik wens de ploegleiders van Jumbo-Visma wat van Otters coachvaardigheden en werkplezier toe. En ik gun Tom Dumoulin in navolging van Roger de Vlaeminck een andere ploeg. Een ploeg waar ze snappen dat sporters op dit topniveau twijfelen. En waar ze er plezier in scheppen om een renner barstensvol potentie – hij is nog maar 30! – weer naar grote hoogten te brengen (en dan hebben we het niet over een trainingskamp in Tignes).

 


Schrijf je in op onze nieuwsbrief!



Of doneer! (*verantwoording)

Naam*

E-mailadres*

Bericht

Bedrag €*