De Ronde van Gerwen, die traditiegetrouw op Tweede Paasdag wordt verreden, gaat dit jaar niet door. We weten waarom. Vijftig jaar geleden viel Tweede Paasdag op 30 maart. Die dag won ik de Ronde van Gerwen, in de categorie van de adspiranten. Robert Adriaans, die toen tweede werd herinnerde mij er deze week per mail aan. Hij schreef me dit:

‘Beste Wim,
Aanstaande maandag 30 maart is het precies een halve eeuw geleden dat we aan de start stonden van de wielerronde van Gerwen. Na een uurtje koers maakte het peloton, of wat daar nog van over was, zich op voor de eindsprint. Al vóór de streep waande ik me in gewonnen positie en stak beide armen in de lucht. Speaker Cor Wijdenes deed nog verslag van het feit dat jij snel naderde. Drie seconden later nam aankomstrechter Toon van Gils gedecideerd zijn besluit: Wim Daniëls wint met banddikte!

Juist die banddikte werd wereldnieuws in praatprogramma’s en theatershows. Het haalde zelfs de Avondetappe van de Tour de France en je beschreef het in je mooie boek De taal van de fiets.
Beste Wim, ik kon in 1970 niet vermoeden dat een tweede plaats achter jou nog zoveel aandacht zou krijgen. Ik hoop dat ook jij de komende dagen nog even stilstaat bij je gedenkwaardige overwinning van 50 jaar geleden. Sportieve groet, alle goeds en blijf gezond, Robert Adriaans.’

Dat zijn aangename brieven. De banddikte waarmee ik won, was één deel van het verhaal. Ik had in die tijd nog niet echt een volwaardige racefiets. Hij had nog vooroorlogse trekken, waaronder dikke banden. Maar misschien waren het juist die dikke banden waardoor ik met banddikte won. Maar meer reuring gaf achteraf de wijze waarop de rondemiss en ik elkaar kusten. Het was voor ons beiden de eerste keer. We wisten van niets. Het werd een spektakelstuk en vooral daarover is nog jarenlang gepraat en soms wordt het verhaal nog opgerakeld, want we maakten er een langdurige tongzoen van. Uniek in de wielersport.

Maar wat ik nu veel interessanter vind is het uitslagenlijstje dat Robert Adriaans meestuurde:

Gerwen (30 maart 1970)

Amateurs: 1. T. Blom, 2. B. Janbroers, 3. G. Kneteman, 4. H. Koot, 5. J. Adriaans, 6. J. Spetgens, 7. B. Vlastuin, 8. W. de Louw, F. v.d. Vleuten , 10. H. Snoeyen.

Nieuwelingen: 1. L. de Hartig, 2. H. Sengers, 3. C. Schepers, 4. A. Dekkers, 5. G. Aufderhaar.

Adspiranten: 1. W. Daniëls, 2. R. Adriaans, 3. A Dekkers.

Als ik me op de amateurs concentreer, kan ik de voornamen van de renners bijna allemaal zo nog noemen en van sommigen weet ik direct ook de plaats waar ze destijds woonden.

  1. Ted Blom, was nog heel kort profwielrenner.
  2. Ben Janbroers, nam één keer deel aan de Tour de France.
  3. Gerrie Knetemann, behoeft geen nadere toelichting.
  4. Hans Koot, Eindhoven, een van de grote troeven in de befaamde wielerploeg van Jan van Erp.
  5. Jan Adriaans uit Haps. Ik kan me hem zo nog voor de geest halen. Kilometervreter zonder sprint in de benen, machtige stijl.
  6. Jan Spetgens uit Someren. De Spet was zijn bijnaam. Hij was destijds een van mijn favoriete renners. Ook vanwege zijn stijl. Het fietsen leek hem geen enkele moeite te kosten. Hij zat op zijn fiets alsof hij aan het werk was op kantoor. Soepele tred. In 1971 werd hij nationaal kampioen bij de amateurs. Ik dichtte hem een grote profcarrière toe, maar die carrière is er amper geweest. Een halfjaar slechts was hij prof bij Canada Dry Gazelle. Het profbestaan paste niet bij hem.
  7. Van B. Vlastuin weet ik de voornaam niet. De naam Vlastuin in combinatie met wielrennen zit wel in mijn geheugen, maar met de voorletter B. kan ik in dit geval niets.
  8. Wim de Louw uit Stiphout, meestal Wimke genoemd. Hij was klein en had de gewoonte achter in het peloton te vertoeven om aan het eind van de wedstrijd naar voren te komen en de sprint te winnen.
  9. Ferry van der Vleuten, broer van de legendarische Jos van der Vleuten, die – ik bedoel Jos – mij nog ooit verteld heeft dat hij in de Tour de France van 1967 twee flesjes bier gaf aan Tommy Simpson ongeveer een uur voor diens fatale instorting op de Mont Ventoux. Ferry kon ook wel fietsen, in een mooiere stijl dan Jos, maar Jos was de spraakmaker.
  10. H. Snoeyen moet denk ik Herman Snoeijink zijn uit Denekamp. Het is geen tikfout van Robert Adriaans, maar het stond zo destijds daadwerkelijk in een krant bij de uitslagen. Als het Herman Snoeijnk is, dan hebben we het over een van de criteriumkoningen van toen en bovendien over een veldrijder van formaat, die in de discipline van het veldrijden verschillende keren Nederlands kampioen werd.

Dat het allemaal een halve eeuw geleden is, maakt het wel vreemd als ook je eigen naam wordt genoemd. Zo lang geleden. De middeleeuwen doemen bijna op. Ik fiets zelf nog geregeld, twee of drie keer per week, een klein rondje op de racefiets die ik nu heb, met banden erop die veel dunner zijn dan mijn winaarsbanden uit 1970. Ik fiets bijna altijd hetzelfde rondje. Daarbij kom ik ook door Gerwen, waar dit jaar dus helaas geen Ronde van Gerwen wordt verreden. Maar dankzij Robert Adriaans gaat die ronde nu toch ook weer niet helemaal geruisloos voorbij.

Latest posts by Wim Daniëls (see all)