Is pasta het antwoord op alles? Kunnen profs alles eten wat ze willen? Hebben ze niet allemaal een eetstoornis? Wielrenners lijken tegenwoordig lichter dan ooit en hun lichamen roepen dan ook veel vragen op. Sportjournaliste Diana Kuip legde zeven stellingen over wielerlijf en voeding voor aan mannen die het kunnen weten; Lotto Jumbo diëtist Marcel Hesseling en wielrenner Theo Bos van MTN-Qhubeka. Dit verhaal verscheen afgelopen jaar in Men’s Health.

“Er waren renners die echt enorme hoeveelheden winegums wegstouwden”
“Te dun bestaat wel degelijk”
“Ik zou falen in mijn eigen eetstoornis”
“Laurens ten Dam drinkt ’s avonds graag een wijntje”

Stelling 1: Hoe dunner een wielrenner, hoe beter…
Marcel Hesseling: “Hangt af van het type renner dat je bent, maar voor de klimmers gaat dat eigenlijk wel op ja; hoe lichter hoe beter. Simpelweg omdat je de berg op moet. Uiteindelijk zie je dat de beste mensen in de grote koersen op dit moment, mensen als Chris Froome, de lichtste mannen zijn die er rond fietsen. Officieel valt hun gewicht niet onder een ‘normaal’ gewicht, nee. Om je een beeld te geven: een gemiddelde klimmer van 1.80m weegt ongeveer 65 kilo. Maar renners worden wel nauwlettend in de gaten gehouden door hun ploegartsen hoor. Toch is het wel zo dat de grootste toppers op het randje balanceren. Te dun bestaat wel degelijk. De risico’s zijn dat je hormoonhuishouding in de war raakt en dat daardoor allerlei lichamelijk processen niet meer optimaal gaan. En je komt in situaties terecht waarin je je eigen spiermassa aan het afbreken bent. Zulke dingen wil je natuurlijk niet, dus ook onze renners worden regelmatig gecontroleerd op de hormoonwaardes in hun bloed zoals testosteron.”

Theo Bos: “Feit is dat het gunstig is om een zo laag mogelijk vetpercentage te hebben. Vet draagt überhaupt niet bij aan een prestatie, tenzij het ergens heel erg koud is. En daarnaast: hoe zwaarder je bent, hoe meer kracht je moet leveren om een berg op te komen. Maar de balans tussen mager en té mager is inderdaad lastig. Iedereen heeft een ‘optimaal minimaal’ gewicht, en als je daar onder gaat zitten werkt het averechts. Je kunt het wel aan je lichaam merken hoor. Soms ben je mager, maar is dat gewicht heel moeilijk om vast te houden. Dan merk je dat je lichaam aan het terugvechten is. Ikzelf denk dat je er soms beter voor kunt kiezen om een of twee kilo zwaarder te zijn en je daardoor fitter te voelen. Dan moet je maar gewoon iets meer power leveren tijdens een bergetappe.”

Stelling 2: Pasta is het antwoord op alles…
Marcel Hesseling: “Haha ja, dat is wel een beetje het plaatje hè,  wielrenners achter grote borden spaghetti? Natuurlijk eten ze pasta. Waar het dan vooral om gaat is dat wielrenners veel koolhydraten moeten eten, maar die kan je uit veel producten halen. Dat proberen we bij Lotto zo gevarieerd mogelijke te doen. Vroeger boeide het allemaal niet zo in het wielrennen. Het idee was, renners krijgen toch nooit genoeg energie en suikers binnen, het maakt niet uit wat je erin gooit. Of het nou in de vorm van witte pasta of frisdranken of snoep is. Er waren renners die echt enorme hoeveelheden winegums wegstouwden bijvoorbeeld. Tegenwoordig kijken we veel meer naar hoe we winst kunnen pakken door producten te bieden die een hoge kwaliteit hebben. Speltpasta, havermout en smoothies bijvoorbeeld, waar behalve koolhydraten ook andere belangrijke voedingstoffen in zitten. Je ziet het bij alle andere teams ook, er wordt de laatste jaren veel meer gelet op kwaliteitsvoeding.”

Theo Bos: “Klopt, mensen worden zich steeds bewuster van de voordelen van rijkere voeding en kiezen voor biologisch of volkoren of spelt producten. Dat merk je überhaupt in de huidige maatschappij, maar ook zeker in het wielrennen. Ik vind het wel waardevol, zelf leer je ook ieder jaar weer meer bij op voedingsgebied.”

Stelling 3: Tegen de hoeveelheid calorieën die wielrenners verbranden valt niet op te eten…
theobosMarcel Hesseling: “Als de jongens een zware bergetappe hebben, verbranden ze makkelijk zo’n 1000 gram aan koolhydraten. Dat is 4000 calorieën. Dat zijn dertig blikjes cola bijvoorbeeld. Of 1.2 kilo winegums, of 40 bananen. Men denkt dat het niet lukt, maar de ervaring wijst uit dat dat een koersdag prima te compenseren is. In het verleden was het misschien lastiger, maar nu zijn er op een dag ook veel meer eetmomenten en de producten zijn tegenwoordig veel beter qua samenstelling. Maar feit is wel dat je er 24 uur per dag mee bezig bent om je lichaam te voeden.”

Theo Bos: “Ja, voor normale mensen lijkt het misschien veel, maar er zijn wielrenners die in gewone etappekoersen zelfs nog aankomen hoor. Dus zoveel is het allemaal niet. Tijdens een Tour de France is het misschien lastiger, dan ben je drie weken full pull aan het knallen. Maar eigenlijk zijn 4000 a 5000 calorieën op een dag makkelijk te eten. Haha, echt waar!”

Stelling 4: Het moet allemaal gebeuren bij het ontbijt…
Marcel Hesseling: “Het is niet zo dat het bij het ontbijt moet gebeuren.  Wat veel mensen niet weten, is dat je je spieren moet zien als een soort brandstoftank. Die slaan de koolhydraten die je niet verbruikt op. Die voorraad spreek je aan op het moment dat je die spiergroep gebruikt. Dus het voeden is eigenlijk 24 uur per dag door belangrijk. Als de Lotto-renners een etappe hebben gereden, krijgen ze eerst een shake waar veel koolhydraten en ook wat eiwitten in zitten. Dan even douchen, en dan krijgen ze een herstelmaaltijd. Dat kan pasta zijn, maar ook rijst of iets met aardappelen, afhankelijk van hoe zwaar de rit is geweest maar vooral ook van hoe zwaar dag erop is. Vaak wordt er later dan nog een broodje gegeten, op de kamers van de verzorgers staat nog eten en dan nog het avondeten. Alle maaltijden zijn even belangrijk.”

Theo Bos: “Ik ontbijt soms met rijst, soms pasta, soms speltbrood, soms muesli met fruit en yoghurt, of een combinatie van de drie. Net waar ik zin in heb. Maar je moet s’ morgens zeker niet met tegenzin een bord rijst gaan opeten want dat werkt averechts. Dat deed ik toen ik net begon nog wel eens verkeerd, omdat je inderdaad denkt dat je ‘s morgens veel moet eten. Maar met een volle maag richting de wedstrijd voelt echt niet lekker. Bovendien kan je tijdens de wedstrijd doorgaan met energie aanvullen met repen, gelletjes of bidons.”

Stelling 5: Er zijn in het wielrennen veel eetstoornissen…
Marcel hesseling: “Tja, er zijn criteria voor hè, wanneer iemand een eetstoornis heeft. Ik weet zeker dat als je zo’n standaard vragenlijst in het peloton gaat afnemen een groot gedeelte van de renners wel onder het kopje eetstoornis valt. Simpelweg omdat ze ondergewicht hebben, en je moet in dit vak zo goed op je voeding letten dat je er bijna vanzelf op een licht obsessieve manier mee bezig zult zijn. De mensen die het écht hebben, zullen het goed kunnen verbergen. Maar zodra we gekke dingen zien, zullen we in ieder geval ingrijpen. Zelf ben ik ook helemaal geen voorstander van uitgewerkte schema’s; zoveel gram van dit zoveel gram van dat. Ik leg de theorie liever in het algemeen uit zodat iedereen voeding op zijn eigen manier in zijn leven kan integreren.”

Theo Bos: “Ik heb zelf nooit rare boulimia-achtige dingen van dichtbij gezien. Maar we zijn inderdaad vergeleken bij ‘normale’ mensen heel dun. En Marcel heeft wel gelijk dat een obsessie en te mager willen worden, op de loer liggen. Ik zou zelf denk ik falen in mijn eetstoornis, omdat ik eten veel te lekker vind. En het zijn gewoon je bouwstenen. Ik ben echt te bang dat ik me helemaal kapot train maar vervolgens het effect teniet doe door mijn lichaam niet genoeg te geven om te herstellen.”

Stelling 6: Voor duursporters als wielrenners zijn eiwitten niet echt nodig…
Marcel Hesseling: “Het idee dat krachtsporters veel eiwitten moeten eten en duursporters niet, klopt niet. Op zich hebben ze wel een fractie minder nodig, maar ook duursporters moeten goed op hun eiwitinname letten. Ook hun spieren krijgen tijdens een etappe of tijdens een training flinke klappen te verduren. En ook bij hen is het lichaam er 24 uur per dag mee bezig om de spiermassa te vernieuwen. Ik probeer er bij de renners voor te zorgen dat er meerdere keren per dag een eiwitmoment is. Idealiter is dat een keer of zes, en dan zo’n 20 a 25 gram per portie. Tijdens de etappe in de vorm van een eiwitreep, en daarbuiten is kwark daarvoor het makkelijkst te doseren vind ik. Dat is 10 gram eiwit per honderd gram. En verder moeten eiwitten ook zeker voor het slapen ‘binnen’ zijn, want een belangrijk deel van het herstel vindt daar plaats. Een shake met caseïne-eiwit is daar goed voor. Het nadeel van een shake is dat je die met vrij veel vocht moet aanmaken. Dan kan je wel lekker herstellen, maar als je er een paar keer uit moet om naar de wc te gaan werkt dat weer negatief. Dus de vorm van eiwit laat ik van de renners afhangen.”

Theo Bos: “Wij zijn misschien geen ‘grote’ mannen die dagelijks in het krachthonk beuken, maar als je ziet hoe bruut sommige wielerwedstrijden er aan toe gaan, komt het soms wel in de buurt. Vooral de momenten dat je verzuurt en evengoed nog keihard blijft doorfietsen: reken maar dat daar spierschade wordt aan gericht. Dus we hebben wel degelijk veel eiwitten nodig.”

Stelling 7: Profwielrenner zijn vergt een Spartaanse levensstijl…
Marcel Hesseling: “Er zijn er die Spartaans leven, er zijn er die hun eigen plan trekken. Laurens ten Dam drinkt ‘s avonds bijvoorbeeld graag een wijntje. Wat ik daarvan vind? Als je het in de boeken opzoekt, staat er dat je beter geen alcohol kunt drinken. Het is niet bevorderlijk voor je herstel. Maar ik ga sporters niet een bepaalde levensstijl opdringen. Omdat ik ook de voordelen zie. Als jij een goed gevoel krijgt van een wijntje ‘s avonds en daardoor lekker ontspant, dan kan dat net zo belangrijk zijn, omdat het mentale aspect natuurlijk ook meespeelt bij een prestatie.”

Theo Bos: “De ene renner zegt: ‘Je kunt beter eten wat je lekker vindt’, de andere vindt dat je beter zo gezond mogelijk moet eten. Ik hoor bij de laatste groep. En gezond eten kan ook heel lekker zijn. Maar Spartaans? Als je heel veel weerstand creëert voor jezelf, kan het op een gegeven moment omslaan. Ik ben niet extreem streng. Ik drink ook graag een wijntje bij het eten. Daar voel ik me gewoon goed bij, je moet jezelf af en toe ook belonen.”