Foto ANEFO

Wielercultuur

Hoe het Caballero avontuur van de jarige Piet Hoekstra in rook opging.

Nog voordat Piet Hoekstra ook maar één kilometer gefietst heeft als beroepsrenner, zorgt de Fries al voor opschudding in het peloton. De regerend nationaal baankampioen, zowel op de achtervolging als de vijftig kilometer, dropt in het najaar van 1969 een bommetje dat diepe sporen van onbegrip, teleurstelling en woede achterlaat bij de direct betrokkenen.

Contract

Enkele maanden eerder had Hoekstra een mondelinge overeenkomst gesloten met Mars-Flandria. De talentvolle renner zou zich aansluiten bij de ploeg. Eerst een half jaar onder de vleugels van Sjefke Jansen, die de amateurafdeling van het Belgische team bestiert. Vervolgens zou Hoekstra zich vervoegen bij de profafdeling van de ploeg. Hij zou er onder de hoede van de legendarische ‘Flandrien’ Briek Schotte beroepsrenner worden en onder anderen Roger De Vlaeminck, Eric Leman en Joop Zoetemelk tot zijn ploegmaats mogen rekenen. Een mooi vooruitzicht, helemaal omdat Mars-Flandria zich onmiddellijk had kunnen vinden in Hoekstra’s eigen voorstel eerst nog een paar maanden een rijpingsproces te ondergaan in voorname amateurkoersen, alvorens de drempel naar het profmilieu over te stappen.

Van gedachten veranderd

En dan ineens draait de Fries om als een blad aan de boom. Op de voorlaatste dag van oktober 1969, iets meer dan twee maanden voordat zijn contract met Mars-Flandria zou ingaan, kondigt Hoekstra plots aan het nieuwe decennium te starten als beroepsrenner bij een andere ploeg. De Belgen zijn des duivels, vanzelfsprekend. Ook Joop Middelink, de KNWU-bondscoach van de Nederlandse amateurs en in die hoedanigheid een mentor van de Friese renner, begrijpt niets van de onverwachte ommekeer. In zijn optiek is Hoekstra, ondanks fraaie ritzeges in onder meer Olympia’s Tour, nog niet klaar voor het grote werk. Diens eigen plan om in Zuid-Limburg aan zijn klimcapaciteiten te gaan werken, had Middelink dan ook als muziek in de oren geklonken, maar nu Hoekstra ineens een profcontract blijkt te hebben getekend zal daar vermoedelijk weinig van terecht komen. Het shirt dat de Fries bij zijn profdebuut in 1970 draagt, is met terugwerkende kracht opmerkelijk. Een ‘contradictio in terminis’ zou je kunnen zeggen. Wielrennen en een sigarettenfabrikant, dat gaat toch niet samen?! Blijkbaar wel dus, in die dagen. Hoekstra is een van de aanwinsten van de Nederlandse Caballero-ploeg.

In rook op

Heel lang zal de uit Dokkum afkomstige renner niet rondfietsen in het witte, met rode en blauwe verticale banen gedecoreerde, tenue van zijn werkgever. Wat niemand nog weet op het moment dat Hoekstra zich bij de door Gé Peters geleide ploeg aansluit, is dat Caballero aan haar laatste seizoen in het peloton begint. Acht jaar eerder is Nico Klein van sigarettenfabrikant Laurens uit Den Haag in het fietsen gestapt. Zelf is de directeur een groot koersliefhebber en via zijn favoriete sport wil hij proberen een van de merken, die onder het hoofdconcern valt, bekender te maken bij de doelgroep. Met Caballero, dat Spaans is voor ‘ridder’, wil Klein namelijk de gewone alledaagse roker bereiken. In zijn optiek is een volkssport als wielrennen uitermate geschikt voor het behalen van die doelstelling. Het is duidelijk een andere tijd dan heden ten dage.

Toen roken nog cool was

Van een antirooklobby is in de sportwereld nog nauwelijks sprake en ondanks dat de algehele consensus over het ongezonde karakter en de gevaren van tabak steeds groter wordt, gaan sport en sigaretten nog steeds samen. Het is weliswaar niet meer zo dat het peloton aan de voet van een zware klim collectief een peuk opsteekt – in de jaren ’20 van de vorige eeuw werd algemeen aangenomen dat je van roken een grotere longinhoud kreeg en dus paften renners er tijdens een zware bergetappe nog snel eentje weg; er bestaan zelfs foto’s van – rokende renners zijn geen uitzondering. Tourwinnaar Gastone Nencini droeg bijvoorbeeld niet voor niets de bijnaam ‘de kettingroker’. Eddy Merckx stond erom bekend tijdens zijn hoogtijdagen nicotine- en teerarme sigaretten van het merk R6 te roken en wie een beetje handig is met Google komt online een foto tegen van Mario Cipollini, die Parijs-Nice rijdt met een peuk in zijn mond. Al is dat vermoedelijk een publiciteitsstunt geweest. Desondanks heeft de Caballero-ploeg wel degelijk last van het feit dat een sigarettenmerk het koerstruitje verfraait. Uitgerekend in 1970, het jaar dat de manschappen van ploegleider Peters naar de Tour mogen, gaat in Frankrijk een nieuwe wet in die reclame op alcohol- en tabaksproducten in de sport verbiedt. Het betekent dat de renners niet met Caballero, maar moederbedrijf Laurens op het tenue rondrijden. Dat is immers niet direct een sigarettenmerk en valt daardoor buiten de geïntroduceerde Franse wetgeving.

Weinig commercieel

Toch is dat niet de reden dat aan het einde van datzelfde jaar de stekker uit de profploeg gaat. In tegenstelling tot TeleVizier en Willem II-Gazelle is het Caballero-team veel minder commercieel opgezet en het budget vele malen kleiner. Hoekstra en collega-renners als Huub Harings, Harry Steevens, Leo Duyndam en Arie den Hartog krijgen een naar verhouding zeer bescheiden salaris. Om nog wat meer te beknibbelen laat sigarettenboer Klein de renners nauwelijks verzekeren. In de boekhouding van Laurens blijken ze later als parttime-medewerkers van de reclameafdeling op de loonlijst te staan, in plaats van als beroepsrenner. Gedurende meerdere jaren glipt Klein door de mazen van de wet, maar als de enkele jaren eerder opgerichte wielervakbond VVBW in 1970 op haar strepen gaat staan en afdwingt dat de renners beter moeten worden verzekerd, luidt dat het einde van de ploeg in. De directeur kan, of wil, de premiekosten niet ophoesten. Nog geen jaar nadat Hoekstra zijn mondelinge afspraak met Mars-Flandria terzijde schoof om een profcontract bij Caballero te tekenen, worden hij en zijn achttien ploeggenoten ontboden op de sigarettenfabriek in Den Haag. Daar krijgen ze van Klein te horen dat de stekker uit de ploeg wordt getrokken. De precieze reden zal hij niet noemen. Piet Hoekstra, de latere KNWU-bondscoach van de Nederlandse dames en amateurrenners, kan uitkijken naar een andere werkgever. Die vindt hij in de vorm van de Gazelle-ploeg. Ondanks dat Caballero nog enige tijd in het amateurpeloton actief zal zijn, verdwijnt eind 1970 een van de meest opvallende sponsornamen uit het profwielrennen.

Foto ANEFO

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Hoe het Caballero avontuur van de jarige Piet Hoekstra in rook opging.

Wielercultuur

Geboren op dezelfde dag: Hoy vs Kenny – Wie is de ware koning van het baansprinten?

Wielercultuur