Foto Stefano Sirotti
Iwan Spekenbrink bestrijdt het beeld van een angstcultuur, maar overtuigt hij ook?
Een angstcultuur bij Picnic PostNL? Iwan Spekenbrink herkent zich er niet in. De ploegmanager heeft voor het eerst uitgebreid gereageerd op de onthullingen van NOS Sport en wielerpodcast In De Waaier. Hij noemt het geschetste beeld “misleidend”, wijst op de eenzijdigheid van het onderzoek en zet vraagtekens bij de journalistieke onafhankelijkheid van Thijs Zonneveld. Het is een stevig tegenoffensief. Maar is het ook de juiste reactie voor een ploegbaas die in nood verkeert?
Laten we één ding vooropstellen: een ploegmanager mag zich verdedigen. Sterker nog, die moet zich verdedigen. Zeker wanneer een serie publicaties een beeld schetst van een organisatie waarin angst, intimidatie en machtsmisbruik de boventoon zouden voeren. Dat zijn ernstige beschuldigingen, met mogelijk grote gevolgen voor de reputatie van een ploeg, haar sponsors en de mensen die er dagelijks werken. Dan mag je verwachten dat de leiding haar kant van het verhaal vertelt en hun beweegredenen uiteenzet.
En dat doet Spekenbrink nu. In gesprek met De Telegraaf neemt hij nadrukkelijk afstand van de conclusies uit het onderzoek. “Die ‘angstcultuur’ waar het verhaal aan wordt opgehangen, is in mijn ogen misleidend”, stelt hij. Hij wijst erop dat ook oud-renners Marcel Kittel, Tom Veelers en Kirsten Wild zich eerder kritisch hebben uitgelaten, maar het beeld van een angstcultuur niet bevestigden. “Ze zijn kritisch en dat mag, maar geen van de drie bevestigt het beeld dat geschetst wordt.”
Daarmee raakt Spekenbrink best een relevant punt. Een organisatie bestaat immers uit meer dan de mensen die met een negatieve ervaring vertrekken. Ook de huidige werknemers – zoals renners Warren Barguil en John Degenkolb – en oud-medewerkers die met plezier op de ploeg terugkijken, verdienen het om gehoord te worden. Een onderzoek dat alle kanten van een organisatie belicht, levert uiteindelijk een completer beeld op dan een verzameling uitsluitend negatieve ervaringen, ook al zijn dat er heel veel.
Maar daar zit meteen ook de gevoeligheid van het geheel. Want dat anderen een prettige werkomgeving hebben ervaren, betekent niet automatisch dat de mensen die misstanden melden ongelijk hebben. Een organisatie kan voor de ene werknemer een fijne plek zijn en voor de andere een omgeving waarin nauwelijks ruimte bestaat voor tegenspraak. Die twee werkelijkheden kunnen prima naast elkaar bestaan; een situatie die waarschijnlijk in menig groot bedrijf aan de orde van de dag is.
Kritisch op onderzoek
Spekenbrink is vooral kritisch op de manier waarop NOS Sport en In De Waaier de ploeg hebben benaderd. “Zij hebben ons alleen acht vragen gestuurd, waarop we binnen twee dagen mochten antwoorden. Oftewel, een invalshoek waardoor hun verhaal bij voorbaat zou blijven staan. Daar zijn we niet op ingegaan.”
Het is begrijpelijk dat Spekenbrink er zo in staat, dat de ploeg op zeer korte termijn moest reageren is in een gevoelige situatie als deze natuurlijk behoorlijk kort. Maar een gedegen journalistiek onderzoek – en daar kan je met 71 gesproken betrokkenen echt wel over spreken – hoeft niet vooraf ter goedkeuring aan de onderzochte partij te worden voorgelegd. Hoor- en wederhoor, dat wel. Maar als de wederhoor uitmondt in een situatie waarbij de journalisten het gevoel hebben in een soort hinderlaag te zijn gelopen, gaat er duidelijk iets mis. Uiteraard moet een beschuldigde partij voldoende gelegenheid krijgen om te reageren. Maar dat betekent niet dat een ploegmanager ook de regie over het onderzoek moet kunnen voeren.
Dat Spekenbrink liever had gezien dat ook huidige werknemers aan het woord kwamen, is natuurlijk wel begrijpelijk. In de publicaties hadden zij best een stem verdiend, want dat de aangehaalde angstcultuur niet bij iedereen leefde, mag ook naar voren komen. Spekenbrink hamert daar in het interview ook op. “Als je over de paddock wandelt, zie je bij ons team altijd juist veel plezier en kameraadschap.” Maar of uitgestraald plezier hetzelfde is als je veilig voelen, is de vraag. Vooral bij een onderwerp als angstcultuur is het maar zeer de vraag of mensen zich vrij voelen om zich uit te spreken wanneer hun werkgever in de buurt is.
Harde aanval op Zonneveld
Nog uitgesprokener wordt Spekenbrink wanneer hij de rol van Thijs Zonneveld ter discussie stelt. Die is niet alleen journalist bij In De Waaier, maar ook betrokken bij wielerploeg BEAT. Dat is volgens de ploegmanager een probleem. “Thijs Zonneveld is in dienst van een concurrerende ploeg (BEAT, red.). Zeker als je kijkt naar het aantrekken van jonge Nederlandse renners. Als je zo’n onderzoek doet, is het belangrijk dat je duidelijk stelt dat je deel uitmaakt van een rivaliserende wielerploeg.”
Hij trekt een vergelijking naar de biermarkt: “Dit is alsof je een onderzoek naar Heineken laat uitvoeren door Grolsch”, en hij daaraan toe: “In zijn geval is het ook nog eens zo dat hij een commercieel platform heeft dat afhankelijk is van ’clicks’. Laat duidelijk zijn dat ik niets wil afdoen aan de mening van mensen. Maar in zijn geval is er sprake van belangenverstrengeling.”
Het is een verwijt dat best hout snijdt. Transparantie over mogelijke belangen is belangrijk, zeker in een relatief kleine wielerwereld waarin zakelijke, sportieve en journalistieke relaties elkaar geregeld kruisen. De lezer moet weten vanuit welke positie een journalist opereert en zelfs dan is het risico van een ‘dubbele agenda’ aanwezig.
Maar zo’n mogelijk belangenconflict maakt de getuigenissen van 71 betrokkenen niet ineens een onzinnig of rancuneus verhaal wat onwaarheden bevat. De kwaliteit van het onderzoek moet worden beoordeeld op de bronnen, de feiten, de wederhoor en de manier waarop de conclusies tot stand zijn gekomen.
Spekenbrink richt zijn pijlen daarmee vooral op de boodschapper, met argumenten die niet eens heel slecht zijn. Maar het risico is dat het publiek je nu vooral beschouwt als een kat in het nauw die van zich afbijt. Het was veel sterker geweest als hij de nadruk had gelegd op de resultaten van het onderzoek.
Een onafhankelijk onderzoek is nodig
Al eerder kondigde Spekenbrink aan dat de ploeg een onafhankelijk onderzoek zal instellen, iets wat absoluut noodzakelijk lijkt als de ploeg nog bestaansrecht wil hebben. Over de mensen die zich geraakt voelen door wat er is gebeurd zegt Spekenbrink: “Als je dan leest dat het mensen écht geraakt heeft, moet je eerlijk zijn, want dat is niet fijn. We willen niet dat werknemers met een bittere nasmaak vertrekken.”
Maar hij geeft ook aan dat het onderzoek tijd zal kosten. “Het gaat wel even duren voordat we daar het resultaat van hebben. We lopen niet weg voor fouten, want die worden door iedereen en overal gemaakt.” En het is juist tijd die de ploeg momenteel niet heeft, in aanloop naar een nieuw seizoen waarvoor er nog geen licentie is verkregen.
Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om de vraag of Picnic PostNL een leuke ploeg is om bij te werken, of dat Thijs Zonneveld wel de aangewezen persoon is om een onderzoek te doen. Het gaat om de vraag of mensen binnen de organisatie zich veilig genoeg voelen om kritiek te uiten, fouten aan te kaarten en hun werk te doen zonder angst voor repercussies. Als dat kan, heeft de ploeg gewoon een toekomst.
Toch zegt Spekenbrink dat de ploeg haar manier van samenwerken niet gaat veranderen. “We geloven nog steeds in onze manier van samenwerken. Teamwork is onze basis, met respect naar elkaar toe.” Maar als je werkelijk wilt onderzoeken of er iets structureel mis is, moet je ook bereid zijn om de uitkomsten consequenties te laten hebben.
De juiste toon?
Spekenbrink heeft ongetwijfeld het gevoel dat zijn ploeg en vooral het management onrecht is aangedaan. Hij wil waarschijnlijk voorkomen dat de reputatie van Picnic PostNL wordt bepaald door een verhaal wat volgens hem niet op de juiste manier tot stand is gekomen. Dat is zijn goed recht en op bepaalde vlakken heeft hij ook best gelijk.
Toch had zijn reactie sterker kunnen zijn als hij minder energie had gestoken in het bekritiseren van de journalisten en meer in het erkennen van de ernst van de verhalen van de betrokkenen. Vooral door duidelijk te maken dat iedere melding serieus wordt genomen en dat de ploeg bereid is zichzelf kritisch onder de loep te leggen.
“Het is nu een moeilijke tijd, maar we gaan hier sterker uitkomen”, besluit Spekenbrink het interview. Dat zou kunnen en is iets wat de hele Nederlandse wielerwereld zou moeten wensen. Maar sterker uit deze hele historie komen, vraagt om zelfreflectie, openheid en de bereidheid om te veranderen als blijkt dat dat nodig is. Laten we hopen dat dat gaat lukken.
Hoofdredacteur Het is Koers