Foto Sirotti
Tijger op de tak: In Zwitserland gaat Mikel op zoek naar ‘Landismo’
De Baskische klimmer van Soudal Quick-Step keert op 17 juni terug in koers na een bekkenbreuk. In de Zwitserse berglucht probeert hij de tijger op de tak te ontwijken en zoekt hij naar een vleugje ‘Landismo’.
Op 17 juni stapt Mikel Landa, de 36-jarige klimmer uit Murgia, voor het eerst sinds begin april weer op de fiets. Bestemming Zwitserland. Doel? De Tour de Suisse rijden als lakmoesproef: pas na die vijf etappes beslist de kopman van Soudal Quick-Step of hij op 4 juli in Barcelona aan de start van de Tour de France verschijnt. Het zal een race tegen de klok worden, maar daar zijn ze in Zwitserland wel aan gewend.
Op 8 april ging Landa tegen het asfalt, notabene in zijn thuiskoers, in de tweede etappe van de Itzulia Basque Country. De Bask wordt in zijn hele carriere al een beetje door pech achtervolgd. Of dus door een tijger, op een tak.
Een organisatievoertuig raakte hem op de afdaling richting Lekunberri. Die avond kwam eerst nog goed nieuws: geen zware breuken vastgesteld. Maar dagen later was het toch weer alarmfase één voor Landa.
Vervolgonderzoeken brachten een kleine bekkenbreuk aan het licht, een lastig te traceren breukje. En dan weet je het wel. Dan komt er rugpijn, spier- en zenuwcomplicaties en vervolgens kreeg hij ook een hematoom. Weg training, weg voorbereiding. En de Giro? Die kon hij op zijn Baskische buik schrijen.
“Ik ben natuurlijk teleurgesteld, want ik had hard gewerkt om terug te komen na een moeilijke winter en begon me weer goed te voelen tijdens de Itzulia,” zei Landa in de teamverklaring. “Nu er duidelijkheid is, kan ik me volledig richten op mijn herstel.”
Volgens medium AS traint Landa inmiddels zo’n twee weken op een niveau dat hij zelf als “relatief normaal” beschouwt. Daarmee kan hij koersen, al blijft onzeker of zijn lichaam een drieweekse ronde aankan.
Slechts vijf ritten
De Tour de Suisse, de laatste WorldTour-rittenkoers voor de Tourstart, is wellicht precies genoeg. De koers voert van Sondrio naar Villars-sur-Ollon over ruim 630 kilometer in vijf ritten. De koninginnenrit naar die Zwitserse finishplaats telt meer dan 4.000 hoogtemeters, een zware test voor een renner die twee maanden aan de kant stond. Het zijn minder ritten dan normaal, wat weer te maken heeft met het gelijk schakelen aan de vrouweneditie van de Tour de Suisse.
Het zal geen trainingsritje worden. In Zwitserland treft Landa Tadej Pogačar, Primož Roglič en Enric Mas plus ook Mathieu van der Poel, Tom Pidcock en er zal van Visma ook wel een leuk clubje komen. Een rechtstreeks duel met hen lijkt echter niet aan de orde. Hij zal vooral cijfertjes tellen en kijken of hij er een beetje klaar voor is. We gaan het zien.
Herplannen
Landa’s plan voor 2026, zijn zeventiende als prof, was helder toen hij het in december schetste: de Giro als kopman, de Tour met oog op een ritzege. Maar al voor het seizoen begon, sleepte hij rugklachten mee uit het najaar. De val in de Itzulia trok een duidelijker streep door de planning. Nu lijkt de Tour zijn seizoen te moeten redden. En anders? Dan zal het de Vuelta moeten worden.
Het is een bekend patroon dat Landa’s carrière tekent. Vorig jaar ging hij tegen de grond in de openingsetappe van de Giro in Albanië. In 2025 keerde hij na een wervelbreuk terug via de Vuelta a Burgos om te testen of zijn rug het nog hield. Zijn laatste overwinning dateert van diezelfde Burgos-ronde, in 2021. Sindsdien heeft hij niet meer kunnen juichen. Zonder eigenlijk voor een renner die voorbestemd leek een grote ronde te winnen, maar op beslissende momenten weer moest afhaken. Soms al in etappe 1, vaker in de bergen.
Over tien dagen rolt het peloton door Sondrio. Voor Landa begint daar een test die bepaalt of hij op 4 juli in Barcelona aan de Tour begint.