Ik moet je wat vertellen. Het is belangrijk dat je dit weet. Jij bepaalt zelf wel wat je belangrijk vindt, zal je antwoorden. Weet dan wat ik vertel mij niet meer of minder aangaat dan jou of eender wie. We zijn ons er allen in verschillende mate van bewust, dat wil niet zeggen dat het ons niet allen even hard aanbelangt. Ik heb er lang over nagedacht of ik je dit zou vertellen. Ik wil niet dat je denkt: is die oude nu helemaal zijn hoofd verloren? Kun je me beloven dat niet over me te denken? Goed, dan geef ik je mijn vertrouwen. Ik moet snel zijn, ik heb niet veel tijd meer. Daarom dat ik gehaast klink.

Heb je weleens van wielrennen gehoord?

Wielrennen.

W-I-E-L-R-E-N-N-E-N.

Ik zal je niet verwijten dat je dit niet weet. Je kunt dit niet weten. Hoe zou je het ook moeten weten?

Toen ik jong was, tracht je niets bij die tijd voor te stellen, verdeed ik net als geestesgenoten, wielerliefhebbers genaamd, mijn tijd door uren en uren onafgebroken naar een scherm te staren waarop mannen en op den duur ook vrouwen met tweehonderd tegelijk om het snelst van een willekeurig punt naar een ander al even willekeurig punt fietsten waarbij het winnen van deze wedstrijd als enige doel gold. En ik schaam me niet om dit te zeggen: ik amuseerde me mateloos.

Irrationeel en roekeloos, zal je zeggen. Een niet-essentiële verplaatsing die chaos creëert en een risico vormt voor de economische orde. Daarin heb je vast gelijk, ik heb er vrede mee dat jij mij veroordeelt en ik wil je niet belasteren of mijn eigen aansprakelijkheid niet onder ogen zien, maar hoe zeker ben jij dat jij in dezelfde omstandigheden geen wielerliefhebber zou zijn? Beschimp me liever omdat ik vlees at, fossiele brandstoffen verbrandde of omdat er wouden ter grootte van een continent werden gekapt voor nog meer inwisselbare materiële luxe. Beschimp me omdat ik argeloos toekeek toen het ene na het andere regime technologieën begon in te zetten die horen wat wij hier zeggen, zien waar wij naar kijken en registreren wat wij denken. Het valt niet goed te praten, je hebt gelijk. Maar beschimp me niet omdat ik mijn vrijheid benutte plezier te scheppen in dingen die er ogenschijnlijk niet toe doen, maar hoe langer hoe minder evident werden, hoe meer ertoe deden.

Ik had beloofd niet uit te vliegen, sorry. En noem me geen boze of verbitterde oude man. Het is de spijt dat het zo is moeten gaan, nog altijd ja. Wielrennen was echt een bijzondere sport. Er gebeurde soms wat, meestal niet en nooit wanneer en hoe je het verwachtte. En wat er zich dan voor je ogen voltrok bleek achteraf zelden overeen te stemmen met wat er zich werkelijk afspeelde. Al nam dat gewoonlijk wat tijd in beslag, wist je nooit hoeveel en twijfelde je op den duur of er een werkelijkheid was. Wat ook fascineerde: wielrennen is altijd hetzelfde gebleven. Wie niet goed bij de les was, zag constant veranderingen. Die zag vlottere renners winnen in drukkere truitjes op blitsere fietsen. Wie goed oplette zag juist niets veranderen.

En toch kon je je televisie (dat is een toestel waarop beelden… ik ga me de moeite besparen) aanzetten en namiddagen starend naar wielrennen laten verglijden en het was heerlijk dat dit kon. Je gaat het nooit begrijpen en je denkt dat ik gek ben en jij niets mist en ik vind dat zo spijtig voor jou.

Ach, laat ik niet doen alsof jij hier boodschap aan hebt. Je vraagt je vast af waar dit gesprek heen gaat. Luister goed, je moet me helpen. Je krijgt een belangrijke opdracht van me en ik wil dat je die zo goed mogelijk uitvoert, ook al zal ik er dan niet meer zijn om je met raad en daad bij te staan. Je moet het ineens goed doen, zo niet is al de moeite voor niets.

Ik neem je mee naar het jaar 2020. Het jaar van de coronacrisis. Zegt de coronacrisis je iets? Nee? Het is al zo lang geleden en uiteindelijk een voetnoot in de geschiedenis, al dachten we daar in die tijd anders over. Wat je moet weten is dat een virus de hele wereld teisterde. We waren verplicht een paar maanden zoveel mogelijk binnen te blijven. Een hele opoffering, vonden we toen. Stop met lachen en luister. Daardoor waren er ook geen wielerwedstrijden mogelijk. Het was mei of zo en hoewel het virus maar net onder controle was en er nog heel wat beperkingen golden, besloten de wielerbonden om alle belangrijke wedstrijden anders uitgesmeerd over bijna een heel kalenderjaar nu in drie maanden tijd te ballen. Als je het zo zegt te gek voor woorden. Hoe ik er toen zelf over dacht? Ik denk wel dat ik het absurd vond, maar durfde er niet te veel van te zeggen omdat ik me tegelijk wilde kunnen verheugen op een schabouwelijke overdaad aan wielrennen. Zeg maar een week niet eten voor een communiefeest om dan te eten tot je broeksknoop springt. Daar was het die propvolle wielerkalender natuurlijk om te doen. Doen alsof alles weer zoals voorheen zou zijn en wat we gemist hebben in één ademstoot kunnen inhalen. Er waren zeldzame pretbedervers die ironische afscheidsredes schreven waarin een oude man zijn achterkleinkind in een latere onbestemde tijd wanhopig probeert te overtuigen van het belang van de vergeten sport wielrennen. Het ontging geen enkele lezer dat dit stuk vooral diende om de ellende weg te lachen. Niemand die er rekening mee hield dat José Tito Hernandez, winnaar van de Gran Premio de la Patagonia, de laatste winnaar zou zijn van een officiële wedstrijd.

Even terzijde, die vernieuwde wielerkalender was al een hele schok, maar genoodzaakt door de omstandigheden slikte de wielerliefhebber die gedwee. Begrijpen zal je dit niet doen, maar je moet snappen dat een wielerjaar een bepaalde cyclus kent. Eerst de Omloop, dan Parijs-Nice en Tirreno-Adriatico als voorbereiding op Milaan-San Remo, vervolgens de kasseiklassiekers en de heuvelklassiekers. Diep in de lente de Giro, een maand later de Tour en aan het eind van de zomer de Vuelta. Daarna de wereldkampioenschappen en de Ronde van Lombardije. Hieraan tornen is alsof je februari in de zomer laat vallen en november in de lente. Slecht voorbeeld zeggen klimatologen. Klopt. Maar je snapt wat ik bedoel.

En je raadt al wat er gebeurde. Toen de datum van de tweede start van het wielerseizoen in zicht kwam, schoof die op. Niemand die twijfelde aan de noodzaak. Even wat langer wachten tot alles weer normaal zou zijn, dat beetje langer wachten zal het verschil niet maken. Dat dachten we toen nog echt. Ja, ik snap hoe naïef dit klinkt, maar het alternatief was niet veel aantrekkelijker. Zonder hoop blijft alleen de angst over.

En zo hielden we ons keer op keer voor dat de herstart van het wielrennen voor wat later in het jaar zal zijn. En is het niet later in dat jaar hoe dan ook volgend jaar. En telkens als er een onvoorziene ramp of crisis wielrennen onmogelijk maakte, herschreef een bijzonder comité met evenveel goede moed als altijd de wielerkalender. Mensen keken hiernaar uit. Niet dat ze ervan uitgingen dat dit werkelijkheid zou worden, maar omdat elke actualisering van de wielerkalender het rechtvaardigt om hoop te blijven koesteren.

Maar ja, zoals dat gaat. Het comité verouderde. Vele gingen. Er kwam eigenlijk nooit iemand bij. De herinneringen aan het wielrennen vervaagden en vervlogen. Het afwegen van de belangen van de verschillende ploegen, wedstrijden en teams die niet meer bestaan zonder dat een van hen zich benadeeld zou voelen ging almaar nonchalanter. Het comité verbrokkelde na een onvergeeflijke blunder (De Ronde van Lombardije op een zondag) en viel uiteindelijk helemaal uit elkaar tot er nog maar één iemand overbleef.

Ik heb niet lang meer te leven. Zou jij…?