Ice, Ice, Baby: 100 kilo ijs per tourploeg, de volgauto’s als rijdende koelwagens
Op dagen boven de 40 graden rijdt de staf een parallelle koers, met koelboxen, thermische bidons en ijsvesten. Een blik op de logistieke operatie achter de schermen.
De thermometer kruipt richting de veertig graden en de bussen van het peloton staan nog dicht. Binnenin blijven renners zo lang mogelijk zitten, de airconditioning op volle sterkte. Pas op het allerlaatste moment stappen ze uit, koude vesten om de schouders, een zelfgemaakte ijslolly in de hand. Het presentatiepodium is een paar honderd meter verderop. Elke seconde in de zon telt.
Dit is de moderne Tour de France op een hitte-etappe: de voorbereiding begint al voordat het peloton vertrekt, met artsen, soigneurs en voedingsspecialisten in een hoofdrol.

Voor de start: koelen voor de koers begint
Paul Verhaeghe, ploegarts van TotalEnergies, beschrijft het protocol als een keten die ’s ochtends vroeg begint. Op een hete dag laadt zijn ploeg de wagens vol met koelboxen. Het volume: 80 tot 100 kilogram ijs per dag. Op koelere dagen zakt dat naar 40 tot 60 kilo, maar bij temperaturen rond de veertig is er geen marge.
De renners dragen bij het verlaten van de bus ijsvesten en koude vesten die de kerntemperatuur zo laag mogelijk houden. Ze krijgen bevroren traktaties mee, door Verhaeghe omschreven als vergelijkbaar met een “Mr Freeze”, maar samengesteld door de voedingsstaf van het team met de juiste hoeveelheden natrium en koolhydraten.
David Castol, arts van EF Education-EasyPost, werkt met een stoplichtsysteem dat de dag classificeert in groen, geel en rood op basis van temperatuur, neerslagrisico en etappezwaarte. De producten blijven hetzelfde over de kleuren heen, maar de temperatuur waarop ze worden aangeboden verschilt. Bij rood gaan er ice slushies mee bij de start om de kerntemperatuur alvast te verlagen.
Onderweg: koudwater splash
Zodra de vlag valt voor KM 0, verschuift de verantwoordelijkheid naar de weg. Verhaeghe zorgt ervoor dat renners ongeveer elke twintig minuten toegang hebben tot ijs vanuit de ploegleiderswagen. De ploeg zet meer assistenten langs het parcours en meer bidons klaar bij de bevoorradingsposten. Water heeft op deze dagen een dubbele functie: drinken én over het hoofd gieten.
Martijn Redegeld, performance nutritionist van Visma | Lease a Bike, zegt dat renners in de hitte twee tot drie bidons per uur nodig hebben. De koolhydraatbehoefte stijgt mee omdat het lichaam simpelweg harder moet werken om dezelfde etappe te voltooien. Natriumbehoefte is rennersspecifiek.
Castol start zijn renners met een thermische bidon van 750 ml die kouder blijft dan een gewone fles. Die bidons gaan vroeg terug naar de wagen, omdat er minder van zijn dan de standaard 500 ml-bidons die onderweg richting het publiek verdwijnen.
koelen van binnenuit
Naast externe koeling, met water en vesten, werken teams er ook aan om de interne temperatuurverlaging. Redegeld legt uit dat ice gels en slushies de kerntemperatuur van binnenuit verlagen, terwijl ijsvesten en water dat van buitenaf doen. Zijn ploeg gebruikt de ice gels al een jaar of drie a vier, en de huidige versies zijn anders dan wat ze drie seizoenen geleden hadden.
Over de distributie tijdens de koers is goed nagedacht. Renners vertrekken ’s ochtends met gewone gels in hun achterzak. Ice gels worden pas bij de bevoorradingspost uit de koelbox gehaald en aan bidons getapet door soigneurs. Eenmaal in de achterzak smelten ze snel, dus dan is het gelijk naar binnen werken.
Castol beschrijft het verschil met gewone gels als een kwestie van smaak en samenstelling. Ice gels bevatten meer elektrolyten, hebben een andere consistentie omdat ze moeten kunnen bevriezen, en komen in frissere smaken als citroen of munt. De licht zoute smaak werkt goed later op de dag, als renners al uren op zoetere producten hebben gereden. Volgens Redegeld willen de meeste renners in zijn ploeg ze het liefst ijskoud hebben, voor dat extra frisse gevoel
In de koers kijkt iedereen naar elkaar, dus buiten de medische insteek kopiëren renners wat ze bij collega’s zien. Dat verklaart mede waarom ice gels de afgelopen seizoenen snel door het peloton zijn verspreid.
Na de meet
Na de finish draait het om herstel. Verhaeghe controleert elke ochtend de hydratatiestatus van zijn renners met een urinedichtheidsmeting. Een machine analyseert het ochtendurine en bepaalt hoeveel vocht de renner die dag nodig heeft. Blijft iemand meerdere dagen achtereen gedehydrateerd, dan duwt het team het vochtvolume zo hoog mogelijk op. Daarnaast kan de ploeg een impedantiemeter inzetten, waarmee je de lichaamssamenstelling kunt meten. Het nadeel is dat het instrument bij extreme hitte niet perfect betrouwbaar is.
Na de etappe gaan de renners massaal aan de ‘rehydratatie’. Bijvullen, mineralen toevoegen en opladen voor de volgende dag.
Volgens Verhaeghe wordt een kerntemperatuur boven de 40°C gevaarlijk. Bij 41°C spreekt hij van hitteberoerte, met symptomen als krampen, misselijkheid, neurologische problemen en in het ergste geval orgaanfalen van meerdere organen. Het verschil tussen een hitte-etappe overleven en uitvallen zit in de details die al om zes uur ’s ochtends beginnen.
Toch zegt hij dat de stress voor het medisch team op deze dagen niet per se hoger is. De renners zijn getraind en voorbereid, anders dan amateursporters die dezelfde temperaturen onderschatten.
Koers in de koers
Op de heetste dagen van juli wordt de Tour niet alleen gewonnen door de renners, maar ook door de soigneurs die een bidon op precies het juiste moment aanreiken, de arts die zijn metingen op orde heeft, en de voedingsspecialist die een ijslolly afstemt op de benodigde gram natrium. Met de hitte wordt het ineens een ander verhaal.