Foto Sander Kolsloot

Service Course (Materiaal)

Tubeless op de racefiets: wanneer het loont, wanneer niet, en welke setup bij jouw ritten past

Iedereen op een racefiets heeft te maken met de wetten van de moderne bandenkeuze. Dat klinkt wat omslachtig, maar het is eigenlijk heel simpel, namelijk vier variabelen: breedte, druk, velgtype en bereidheid om zelf onderhoud te plegen. Voor alle fanatieke fietsers hebben we een praktische gids gemaakt voor gebruik op Nederlandse en Vlaamse wegen.

Er is een hoop discussie tussen wielrenners en ook bij gravelbikers. Moet je nu tubeless gaan rijden? En wat zijn dan de voordelen? En welke bandendruk rijd je dan? En wanneer doe je meer of minder druk in de banden? En is het geen rommeltje als je onderhoud moet plegen? En wat als je echt lek rijdt? Het zijn geen gemakkelijke beslissingen.

Die keuze voor tubeless is de laatste jaren niet makkelijker geworden. Ook voor wat betreft afstellingen en andere variabelen is er een hoop bij gekomen.

Waar vijf jaar geleden 23 mm of 25 mm op 100 psi  (ong 7 Bar) de standaard was, rijden profs nu doorgaans 28–30 mm op 52–65 psi (3.5-4 bar) . CADEX en Giant adviseren op imperfect wegdek zelfs 10–15 psi lager dan de alom geaccepteerde wijsheden, en bij nat weer nog eens 10 psi minder voor een groter contactvlak en betere grip. Je rijdt dan bijna op een cross druk, zo weinig.

De korte versie

Korter. Mand. Dit is wat je nodig hebt als je op een gewone dag lekker gaat fietsen in de polder:

  • 28–32 mm is de nieuwe basis voor racefietsers op Nederlandse en Vlaamse wegen.
  • Tubeless is het meest relaxt als het droog is. Maar ook is het sterkvoor wie vaak op nat, ruw of rommelig wegdek rijdt en lekgedoe onderweg wil beperken. Het enige risico is dan een zo groot lek dat je moet pluggen.
  • TPU-binnenbanden zijn een goede keuze voor wie snelheid en eenvoud wil combineren.
  • Butyl blijft de budget- en reserveoptie.

Dan even naar de details:

Eerst de velg, dan pas de band

Voordat je nadenkt over snelheid of comfort, moet je weten wat je wielset toestaat. De volgorde is altijd: velgtype, toegestane band, maximale systeemdruk, en pas daarna voorkeuren.

Hookless velgen (zonder haak aan de velgrand) zijn de afgelopen jaren populair geworden bij merken als Zipp, ENVE en CADEX. Ze kunnen sterker, rechter en goedkoper geproduceerd worden, maar ze hebben een groot nadeel. Ze hebben geen ‘haak’ waar je je band achter kunt haken en dus is er een harde drukgrens. De ETRTO-norm stelt het maximum op 5 bar / 72,5 psi, wat voor 25 mm banden krap wordt bij zwaardere rijders. Bij 28 mm en breder is die limiet ruimer dan wat je in de praktijk nodig hebt. Maar bijna alle voorbeelden in het profpeloton waarbij banden ineens van de velg sprongen, waren bij hookless velgen. Je zou kunnen zeggen dat goedkoop dan duurkoop wordt.

Hooked velgen (met haak) laten een hogere druk toe en zijn compatibel met vrijwel elke clincher- of tubeless-band. Wie een oudere of hooked wielset rijdt, heeft meer vrijheid in bandkeuze en met welke druk je wil rijden. Dat is dus extra fijn voor rijders die niet in het profstramien passen van 1.70m en 65kg.

Vuistregel: rijdt gewoon nooit met teveel druk. Dit artikel van Veloflex formuleert het helder: combinaties buiten de compatibiliteitstabel zijn voor eigen risico. V

Waarom bredere banden en lagere druk sneller kunnen zijn

Op een perfect gladde ondergrond wint hogere druk aan rolweerstand. Maar perfect glad asfalt bestaat nauwelijks in Nederland en Vlaanderen. Op ruw wegdek, kasseien, betonplaten en gebarsten asfalt verliest een smalle, hard opgepompte band energie aan vervorming van de velg en het frame, niet aan de band zelf.

Een bredere band op lagere druk absorbeert oneffenheden beter, stuitert minder en houdt meer rubber op de weg. Dat vertaalt zich in minder vermoeidheid na drie uur op hobbelige buitenwegen, meer grip in natte bochten en meer controle op slechte stroken.

De basis wordt nu 28 mm als het frame het toelaat, en 30 mm of breder als de betere keuze voor dagelijks rijden, of voor gewoon zo comfortabel mogelijk rondrijden. Tenslotte is 23mm niet meer van deze tijd. Dat was voor de jaren 90 en 00.

Tubeless vs TPU vs butyl

De keuze tussen systemen gaat over meer dan snelheid: montage, onderhoud, reparatie onderweg en dagelijks gemak.

Tubeless elimineert de binnenband. Sealant in de band dicht kleine gaatjes automatisch, zelfs tijdens het rijden. Het grote voordeel zit in lekbestendigheid en de mogelijkheid om met lagere druk te rijden zonder snakebites. Het nadeel: montage is lastiger, sealant droogt in en moet onderhouden worden, en bij een groot gat heb je alsnog een binnenband nodig als noodoplossing.

TPU-binnenbanden zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd. Labmetingen van Bicycle Rolling Resistance laten zien dat de beste TPU-tubes (zoals de Pirelli P Zero SmarTube RS, 35 gram) op 80 psi uitkomen op 10,9 W rolweerstand, vrijwel gelijk aan latex (10,8 W) en fors onder standaard butyl (12,6–14,0 W). TPU wint op gewicht, luchtretentie en gebruiksgemak. Geen sealant, geen velglint, geen periodiek verversen.

Latex blijft in labomstandigheden het snelst, maar verliest dagelijks druk en moet voor elke rit worden bijgepompt.

Butyl is het zwaarst en heeft de hoogste rolweerstand, maar is goedkoop, robuust en overal te krijgen.

Onderhoud: wat koop je er in de praktijk bij?

Tubeless levert comfort en lekzekerheid, maar vraagt ook terugkerend onderhoud. Een 25–28 mm band vraagt ongeveer 30–40 ml sealant per band, een 30–32 mm band 40–50 ml. Bijvullen moet om de 2–3 maanden. Volledig verversen, inclusief het verwijderen van opgedroogde klonten, minstens twee keer per jaar.

Daar komt bij: velglint controleren en eventueel vernieuwen, ventielkernen schoonhouden, en af en toe een plakkerige vloer. Er zijn tegenwoordig meerdere fabrikanten die een dichte velg afleveren, waardoor velglint controle niet meer hoeft. Maar dan moet je nog wel eens de banden eraf halen, omdat er sealant langs de randen komt.

Bij een groter gat onderweg gebruik je een plug uit een tubeless reparatieset, of monteer je alsnog een binnenband als noodoplossing. Neem die binnenband dus altijd mee. Ik ben er al eens mee gered.

Voor rijders die dit onderhoud als gedoe ervaren, is een TPU of butyl binnenband simpelweg de betere keuze.

Advies per type rijder

De kilometervreter die altijd rijdt, ook als het regent (4+ ritten per week, ook bij regen en wind): tubeless in 28–30 mm op 4,0–4,8 bar, afhankelijk van gewicht. De lekbestendigheid en grip bij natheid erdienen het onderhoud terug.

De snelle clubrijder (2–3 ritten per week, voornamelijk droog): TPU-binnenbanden in 28 mm op 4,5–5,5 bar met hooked velgen. Bijna dezelfde rolweerstand als latex, zonder sealant-gedoe.

De man met een kilootje meer (85+ kg, ruw asfalt): tubeless in 30–32 mm op hooked velgen, waar je ruimte hebt om extra druk te rijden. Op hookless geldt de ETRTO-limiet van 5 bar, wat bij dit gewicht krap kan worden met smallere banden.

De HiK-bankhanger met één trainingsset-up: butyl of TPU in 25–28 mm. Minimale kosten, minimaal onderhoud, betrouwbaar bij elke rit.

De winst zit uiteindelijk in de juiste combinatie van bandbreedte, druk en systeem voor jouw route en jouw wielset.

Lees ook van HetisKoers!

Hartproblemen in het peloton: als alles klopt, maar toch ook niet

Koersverhalen

Gaan we weer crossen in Denemarken? Bid voor WK 2031 ligt op tafel