Tu(u)K op Koers: Broertjes Van der Tuuk trekken de wereld over op jacht naar UCI-punten
Wie denkt dat profwielrenners hun seizoen plannen rond de Tour, de klassiekers en een paar mooie rondjes in Italië, heeft buiten de UCI-ranking gerekend. Voor Danny en Axel van der Tuuk uit Assen voert de weg naar een grote ronde tegenwoordig ook langs Algerije. En wie weet straks Panama.
Er was een tijd dat een wielerploeg haar seizoen in grote lijnen kon plannen rond de wedstrijden die ertoe deden. De klassiekers, een paar rittenkoersen, de grote rondes. Een ploegleider legde de kalender op tafel, de renners zetten een cirkel rond hun doelen en de rest van het jaar vulde zich vanzelf met koers.
Die tijd is niet helemaal voorbij. Maar ergens tussen de WorldTour-kalender en de UCI-ranking is er een tweede wielerseizoen ontstaan. Eentje waarin ploegen niet alleen kijken naar de finishlijn, maar ook naar de punten die erachter schuilgaan. En soms leidt die rekensom naar bestemmingen waar de gemiddelde wielerliefhebber niet direct aan denkt als hij zijn favoriete renner wil volgen.
Algerije bijvoorbeeld. Of Panama.
Voor Danny en Axel van der Tuuk, twee wielerbroers uit het Drentse Assen, is dat de werkelijkheid. Ze rijden allebei voor het Baskische Euskaltel-Euskadi en maken van dichtbij mee hoe belangrijk punten zijn geworden. Danny, geboren in 1999 en ondertussen uitkomend voor Polen (de broers hebben een Poolse moeder), heeft inmiddels flink wat profkilometers in de benen. Axel, uit 2001 en nog wel uitkomend voor Nederland, volgde zijn oudere broer naar de ploeg en probeert daar eveneens een vaste plek in het profpeloton te veroveren.
En dus kan het zomaar gebeuren dat twee jongens uit Drenthe hun brood verdienen met koersen in het Baskenland, maar voor hun werkgever ook in Noord-Afrika op zoek moeten naar kostbare punten. Het is wielrennen, maar soms ook een beetje boekhouden.
Sprinten voor de punten
De UCI-puntenjacht is inmiddels een sport op zichzelf. Teams hebben er belang bij om hoog te eindigen in de internationale ranking, want die ranking speelt een rol bij uitnodigingen voor grote wedstrijden. Voor een ploeg als Euskaltel-Euskadi is dat een kwestie van ambitie én bestaanszekerheid.
De Spaanse ploeg wil graag naar de grote rondes. Met de komst van Mikel Landa als kopman in 2027 wordt die ambitie nog tastbaarder: samen met de Baskische kopman naar de Vuelta, dat is het grote doel. Maar voordat je met Landa door Spanje mag trekken, moet je eerst zorgen dat je überhaupt aan de start komt. En daarvoor zijn punten nodig. Veel punten. Een plek bij de top-30 is vereist en de Baskische ploeg staat momenteel 29e, maar Bardiani hijgt ze in de nek.
Dit puntengevecht verklaart waarom kleinere ploegen steeds vaker op zoek gaan naar wedstrijden buiten het traditionele Europese circuit. Niet iedere koers levert evenveel punten op en niet iedere wedstrijd heeft dezelfde concurrentie. Wie slim plant, kan met een sterke selectie op een minder bekende plek een flinke slag slaan.
Danny doet goede zaken in Algerije
Dat het een serieus ding is voor de ploeg van de broers, bewees Danny begin oktober. In Algerije boekte hij zijn eerste UCI-zege bij de elites. In de eerste rit van de Grand Prix El Djazaïr was hij na 113 kilometer de snelste in een sprint met drie, vóór ploeggenoot Iker Mintegi en Gianni Marchand. Een paar dagen eerder was hij al derde geworden in de Classique Djamaa El Kbir.
Daar bleef het niet bij. In de Classique La Capitale eindigde Danny als tweede. Euskaltel-Euskadi plaatste daar bovendien vier renners bij de eerste zeven. De ploeg verzamelde in korte tijd een flinke stapel punten en schoof daarmee op naar de 29ste plaats in de UCI-teamranking, met 2.654 punten.
Voor Danny is het bovendien een persoonlijke opsteker. Een eerste profzege is er eentje die je niet meer kwijtraakt, waar die koers ook verreden is.
Axel weet hoe belangrijk die punten zijn
Ook Axel heeft de afgelopen periode laten zien dat hij voor Euskaltel van waarde kan zijn. In de ZLM Tour reed hij zich nadrukkelijk in de kijker door twee dagen achter elkaar mee te zitten in de beslissende waaiers. Hij vertelde Wielerflits dat het bij een kleinere ploeg extra zwaar is om je positie te bevechten: “Het feit dat je alles alleen moet doen, maakt het extra zwaar. Je moet echt vechten voor je plekje. Dat is heel stressvol.”
Komende zondag staat hij aan de start van de Chrono des Nations, zo vertelde hij aan het Nieuwsblad: “Ik doe zondag mee aan de Chrono des Nations. Een ideale koers om punten te pakken, want er staan maar 25 renners aan de start en iedereen in de top 25 krijgt punten.”
En dan is er Panama
De titel van het Nieuwsblad-artikel – “Euh, mijn ploegleider had gevraagd om dat tegen niemand te vertellen”: waarom teams plots richting Algerije en zelfs Panama trekken om te koersen – vat de wonderlijke kant van die ontwikkeling misschien wel het best samen. Je ziet Van der Tuuk voor je: iemand stelt een vraag over de wedstrijdkalender, hij begint te antwoorden en herinnert zich halverwege dat bepaalde informatie blijkbaar niet voor de buitenwereld bestemd is.
Het is een heerlijke quote. En een prachtig verhaal. Alhoewel: als je als Drentse wielerbroers in Algerije punten gaat sprokkelen om ooit met Mikel Landa naar de Vuelta te mogen, is het verhaal eigenlijk al mooi genoeg. #landismo