Dat het hartje zomer in dit deel van Frankrijk nogal warm kan zijn, blijkt dit jaar maar weer eens. Gisteren moest het peloton al temperaturen in de buurt van de 40 graden verwerken en ook vandaag, als de renners richting Gap worden gestuurd, zal het kwik weer tot boven de 35 graden stijgen.

Het zijn temperaturen die niet alleen voor het peloton, maar ook voor het wegdek soms ondraaglijk zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk in Gap ook een geschiedenis is van gesmolten asfalt.

In 2006 is een kopgroep van 6 vanuit Montélimar op weg naar Gap, als ze 40 kilometer voor de finish een op het oog onschuldige rotonde opdraaien. Op een stuk gesmolten asfalt gaat de Belg Rik Verbrugghe onderuit. In zijn val neemt hij de helft van de kopgroep mee. Matthias Kessler maakt een spectaculaire salto over de vangrail. Het maakt het werk van de Fransman Pierrick Fedrigo een stuk makkelijker en hij wint de sprint voor de etappezege.

De afdaling van de Col de Manse staat er ook om bekend om, in combinatie met aan de hitte bezweken stukken teer, voor de nodige commotie te zorgen. In 2015 schiet Warren Barguil rechtdoor in een bocht en rijdt hij vol tegen Geraint Thomas aan. De Welshman raakt van de weg, knalt met zijn helm tegen een elektriciteitspaal en tuimelt het ravijn in. Wonder boven wonder blijft de val zonder ernstige gevolgen.

Twee jaar eerder is het Alberto Contador die in dezelfde afdaling onderuit schuift en in die val bijna Chris Froome meeneemt. Volgens Froome nam Contador te veel risico, omdat hij wanhopig werd om nog tijd goed te maken op de Brit, die op weg is naar zijn eerste Tourzege. Natuurlijk had Contador altijd het excuus van gesmolten asfalt kunnen gebruiken.

Misschien wel de meest memorabele val uit de Tourhistorie is eveneens richting Gap en wordt ook veroorzaakt door een stuk gesmolten asfalt. In de Tour van 2003 is het Joseba Beloki die op kop van de favorietengroep de afdaling van de Col de la Rochette naar Gap inzet. Plotseling verliest hij de macht over zijn fiets en klapt hij ongenadig hard tegen het zacht geworden asfalt. De beelden van Armstrong, die de Spanjaard nog net weet te ontwijken door het veld in te sturen, en het geluid van de kermende Joseba Beloki staan bij alle wielervolgers in het geheugen gegrift.

Ook vandaag is het ontzettend heet en ligt de finish in Gap na een afdaling. Ik prevel zachtjes wat schietgebedjes naar de asfaltgoden. Laat het teer niet vloeibaar worden en laat de renners veilig aan de streep komen.

Maarten Meijsen

Maarten Meijsen (1985) is geboren, opgegroeid en woonachtig in de omgeving van Rotterdam. Voor het eerst bevangen door het wielervirus op vakantie in Denemarken tijdens de Tour van 1996, die gewonnen werd door Bjarne Riis. Sindsdien nooit meer genezen. Hij volgt praktisch alle koersen die op TV of internet te vinden zijn. Toch houdt de Tour altijd een speciaal plekje in zijn hart en daarom is hij een aantal jaren geleden begonnen met het schrijven van een dagelijkse column tijdens de Ronde van Frankrijk. Eerst alleen in de WhatsApp-groep van wielerminnende vrienden, maar langzamerhand voor een steeds groter publiek.