De zesde etappe van de Tour van 2005 gaat van Troyes naar Nancy, over dezelfde wegen die de renners vandaag zullen afleggen. Christophe Mengin zit in de kopgroep van de dag met onder anderen Karsten Kroon en Jaan Kirsipuu. Het is verschrikkelijk weer. De hele dag komt de regen met bakken uit de hemel. Maar Christophe Mengin deert het niet. Hij heeft superbenen.

Een aantal kilometer voor het binnenrijden van Nancy laat Mengin zijn medevluchters achter. Hij is hier niet zo ver vandaan opgegroeid. Hij kent de wegen en weet waar hij moet aanzetten om de anderen te lossen. Zijn ouders staan aan de aankomstlijn te wachten. Het geeft hem vleugels. Dit is de dag van Christophe Mengin.

In de volgauto wordt zijn legendarische ploegleider, Marc Madiot, gek zoals alleen Marc Madiot gek kan worden.

“C’est maintenant! C’est maintenant!” schreeuwt Madiot door de radio. “Encore, mon petit! C’est ajourd’hui! C’est ajourd’hui!”

Dan, in de laatste bocht, wreekt de niet aflatende regen zich. Christophe Mengin verliest de controle over zijn achterwiel, glijdt onderuit en belandt met een doffe dreun in de dranghekken. De ploegleiderswagen van Marc Madiot vult zich met Franse scheldwoorden. Minutenlang zit Mengin jankend op het asfalt. Zijn ouders zien aan de finishlijn de Italiaan Lorenzo Benucci de overwinning stelen.

Tragischer dan in gewonnen positie tegen het asfalt gaan, is er in het wielrennen niet. Wie vergeet er ooit nog het beeld van smeltwater op de weg, een sneeuwmuur en de buiteling van Steven Kruijswijk op top van de Agnello? Of de stoeprand, die hulpeloze Braziliaanse toeschouwer in dat rode shirt en het bewegingsloze lichaam van Annemiek van Vleuten in Rio de Janeiro?

Daniel Martin overkwam het een keer in de laatste bocht van Luik-Bastenaken-Luik, maar die zat in het wiel van Giampaolo Caruso en had nog niet zomaar gewonnen. Alexej Lutsenko viel als koploper in een etappe van de Tirreno Adriatico eerder dit jaar zelfs twee keer, maar die had het geluk (of de klasse) om die rit gewoon te winnen en dus zijn we dat snel weer vergeten.

Christophe Mengin, Steven Kruijswijk en Annemiek van Vleuten zullen die valpartijen altijd bij zich dragen. Dat ene moment uit je leven, dat je je om onverklaarbare redenen af en toe ineens herinnert, zoiets. Mengin zou nooit meer zo’n grote kans krijgen en stopte in 2008 met wielrennen. Annemiek van Vleuten kwam sterker terug dan ooit en won zo’n beetje elke koers waar ze aan de start stond. En Steven Kruijswijk, die een jaar na die noodlottige val in de Giro overvleugeld werd door Tom Dumoulin als eerste Nederlandse Girowinnaar? Kruijswijk zou in de Tour dit jaar zomaar eens definitief kunnen afrekenen met zijn Menginnetje.

Maarten Meijsen

Maarten Meijsen (1985) is geboren, opgegroeid en woonachtig in de omgeving van Rotterdam. Voor het eerst bevangen door het wielervirus op vakantie in Denemarken tijdens de Tour van 1996, die gewonnen werd door Bjarne Riis. Sindsdien nooit meer genezen. Hij volgt praktisch alle koersen die op TV of internet te vinden zijn. Toch houdt de Tour altijd een speciaal plekje in zijn hart en daarom is hij een aantal jaren geleden begonnen met het schrijven van een dagelijkse column tijdens de Ronde van Frankrijk. Eerst alleen in de WhatsApp-groep van wielerminnende vrienden, maar langzamerhand voor een steeds groter publiek.