Slechts een handjevol renners maakt de koers echt de moeite waard. Het zijn niet de veelwinnaars (Cavendish, Sagan, Armstrong) die me meevoeren in het wonderlijke en soms oerlelijke circus van het wielrennen. Nee, ik houd van de koers dankzij denkende renners. Coureurs die de (wieler)wereld en haar ‘systemen’ niet klakkeloos accepteren, maar blijven denken. Renners die geloven dat verhalen de haarlemmerolie van het leven zijn.

Een van die renners was Pedro Horrillo. Zijn columns toonden wielerliefhebbers een vervreemdende blik uit de buik van het peloton. De blik van renner die de fiets gebruikte om hard te werken voor anderen en om zelf na te denken over het leven. Zijn columns zijn gebundeld in twee boeken en ik haal ze nog regelmatig uit mijn boekenkast om te herlezen. En deze week nog las ik zijn briefwisseling met Nando Boers (¡Amigo!) ademloos uit. Wat een rake observaties en wat een prachtig zelfonderzoek.

Nadat Horrillo noodgedwongen stopte met koersen, zocht ik naar een nieuwe fietsende denker en stuitte op Ted King. Ook hij sprak uitvoering met Nando Boers (In De Muur 38) en deelt zijn kijk op het leven regelmatig op zijn blog. Net als Horrillo is King een kilometervreter in dienst van anderen. De man die het kopwerk doet als de tv-uitzending nog niet is begonnen. De man die als eerste zijn wiel afstaat en jaarlijks precies een keer voor eigen kansen mag rijden.

Ted King realiseert zich van welke gekte hij deel uitmaakt. En hij weet het ook op waarde te schatten. Zijn grootste ankerpunt is zijn vader, die neurochirurg was en na een hersenbloeding in een klap veranderde in een gehandicapte. Een blik op zijn vader en hij weet hoeveel geluk hij heeft: hij is misschien een knecht op de fiets, maar kan zijn passie leven en kan knokken voor wat hij belangrijk vindt. Voor renners als Ted King kijk je naar de koers. Omdat hun kilometers lange kopwerk iets schoons heeft, in de wetenschap dat er ondertussen oorspronkelijke gedachten door zijn hoofd gaan. Een renner met iets dat we ooit de X-factor gaan noemen. Ted is dus eigenlijk TedX (om de evenementen met inspirerende TedTalks te parafraseren).

Welke gedachten vandaag door King’s brein zwommen, weet ik niet. Misschien viel er niets te denken, maar zong slechts zeurende pijn rond. Een valpartij in rit 1, naar aanleiding van het wel of niet inkorten door dé Bus, leverde hem een zware schouderblessure op. En passant meldde de dokter ’s avonds dat op de röntgenfoto nog een handvol oude breuken te zien waren. King haalde er zijn goede schouder over op. Een normaal mens, zei de dokter nog, zou de arm nu twee weken moeten laten rusten in een mitella. Ted King niet. Die ging van start in de ploegentijdrit. Op een gewone koersfiets, want een tijdritstuur was te pijnlijk. Zijn ploeg verloor hij al in de eerste kilometer. Hij reed er vervolgens 24 alleen, in gevecht met zijn schouder en de klok. Maar op de meet kwam hij zeven tellen te kort. De jury was onverbiddelijk: hors delai.
Vanavond mag Ted dus naar huis. Zijn eerste Tour duurde precies vier dagen. Nu kan zijn arm rusten in een mitella. Geluk bij een ongeluk: hij heeft nu meer tijd om mooie verhalen te schrijven.

Blog: http://www.iamtedking.com

Jan Sonneveld

Jan Sonneveld (1983) stopte vorig jaar halverwege de Joux-Plane een kwartier om te schuilen voor een lullig buitje. Heeft daar nog altijd spijt van. Schrijft (wieler-)verhalen en broedt op dat ene verhaal. Luistert Tom Waits, Bon Iver en Blaudzun, leest zich suf en verdient zijn brood als speechschrijver bij een ministerie.

Latest posts by Jan Sonneveld (see all)