Het moet ongeveer halverwege de Col de Hundsruck zijn geweest. Het moment dat mijn bravoure definitief gorgelend in het putje verdween. Het breekpunt. Het moment dat ik besefte dat mijn vork zo belachelijk veel hooi bevatte, dat hij niet alleen ver doorboog, maar begon met knappen. Ondanks de overweldigende metaalmoeheid wist ik mezelf nog de berg op te wringen tot boven, maar daar zorgde het laatste sprietje hooi voor de breuk. Ik stapte als een oude man van mijn fiets, pakte hem beet en liet mijn kin op mijn borst vallen.

Ik huilde.

Vanuit de bus der afgestapten.

Vanuit de bus der afgestapten.

Geen diepe snikken, geen jammerklanken, maar het stil huilen van een verslagen man. Een verslagen man, bovenop een relatief eenvoudige col, diep in de Franse Vogezen. Mijn fietsvriend, al een tijdje boven, keek zwijgend toe. De zwijgende blik van iemand die zijn beste vriend ziet breken. Zich niet bemoeiend met het tafereel, maar begrijpend wat er gebeurt en wetend dat elk woord er nu een teveel is. Toen het moment gepasseerd was, keek ik naar hem op. “Ik kan niet meer”, zei ik. “Dat is goed”, zei hij. We zouden de col nog samen afdalen, waarna ik aan de voet van de Grand Ballon in de remmen kneep. Ik was honderd kilometer onderweg. Ik was op de helft van de Trois Ballons. En ik stapte af.

’s Avonds in het gehuurde chalet, kwamen de woorden voor het eerst over mijn lippen. “Ik kan niet klimmen”. Mijn fietsvriend sputterde. Tuurlijk kon ik dat wel, ik had gewoon een slechte dag, niet genoeg getraind, te hard van start, het was de hitte, streept u door wat niet van toepassing is. De lieverd. Maar ik hield vol. Ik kan prima fietsen, ik heb een goed uithoudingsvermogen en geniet van elke meter, maar zodra het wegdek helt, kan dat allemaal overboord. Dan stelt mijn kunde niets voor. Als ik alleen ben, is het niet zo erg, maar gezelschap moet bovenop de berg altijd wachten tot ik aan kom ploeteren. Dat voelt niet goed.

Ik kan niet klimmen.

“Als ik een berg beklim, doet dat pijn. Daarom wil ik er het liefst zo snel mogelijk vanaf zijn en dus moet ik zo snel mogelijk naar de top”, woorden van deze strekking klonken ooit uit de mond van Marco Pantani. De fascinatie voor het bestijgen van een berg met een fiets onder het achterste, is een ongrijpbare. Het is misschien wel de zwaarste sportdiscipline die er bestaat, niemand geniet van het klimmen zelf. Het is lelijk, het is verschrikkelijk en als je boven bent, vlieg je het liefst zo snel mogelijk naar beneden om het opnieuw te doen. Wielrenners die goed kunnen klimmen worden vereerd als helden, tijdens grote koersen staan er gigantische aantallen losgeslagen fans op de berg om hun idolen in het gezicht te kunnen kijken als ze op de toppen van hun kunnen voorbij kruipen. Het klimmen is de meest heroïsche vorm van fietsen en ik kan er geen ene reet van.

Dat moet anders. Er moet een manier zijn om beter tegen een berg op te kunnen rijden. Er moet een manier zijn om dit kunstje onder de knie te krijgen. Een toekomst als klimgeit is niet voor me weggelegd, maar ik wil een berg op, zonder te huilen. Zonder dat oerlelijke gezwoeg, maar met een heel klein beetje flair. Panache. En ik wil weten wat wielrenners bezielt om keer op keer die marteling te ondergaan. Om dit te bereiken, heb ik mezelf een doel gesteld. Voor het begin van de herfst, wil ik de Stelvio beklimmen. De mythische Italiaanse berg. En ik wil dat doen zonder te huilen, zonder af te stappen, zonder dat afschuwelijke omkeren.

Specialized_09

Ivo bij de intake van Specialized

Bij Specialized zagen ze dit plan wel zitten en wilden ze een helpende hand toesteken. En hoe kan een fietsfabrikant beter helpen dan met het leveren van een ultralichte, geweldig uitziende koersfiets? De Specialized S-Works Allez is het neusje van de zalm als het gaat om aluminium fietsen. Voor deze fiets heeft Specialized alles uit de kast getrokken om een aluminium frame te laten rivaliseren met de zo talrijk aanwezige carbon fietsen. Niet alleen op het gebied van gewicht, maar ook qua stijfheid en stabiliteit. Dit machtige machien mag ik voor de komende maanden de mijne noemen, om er aan het einde van de zomer, of net aan het begin van de herfst, mee naar Italië af te reizen. Daar moet dan een definitief einde komen aan mijn gemiep op hellende wegen.

 

Specialized_05

Body Geometry Fit

Op het hoofdkantoor van Specialized in Nederland werd ik op de bekende Specialized-manier op de fiets gezet. De zogenaamde Body Geometry Fit is een uitgebreide en nauwkeurige manier van afstellen, waarbij de fiets optimaal aan het lichaam aangepast wordt op de drie belangrijkste contactpunten. Elk deel van je lichaam wordt op deze manier zo goed mogelijk op de fiets gezet. Thom van Dulmen, tweevoudig Nederlands kampioen tijdrijden bij de beloften en Body Geometry Fit Professor bij Specialized, kreeg de klus toebedeeld en spendeerde twee uur aan mijn fitting. Ik had gelukkig geen kromme knieën of een uit het lood geslagen heup, dus eigenlijk verliep alles redelijk eenvoudig en zonder verrassingen.  Ik zit nu perfect op een high-end prachtfiets, afgemonteerd met SRAM Red, getooid met Specialized Roval CLX40 wielen, het hagelnieuwe Specialized Power-zadel, minstens zo nieuwe Specialized Turbo-banden en S-Works cranks met 53/36-bladen.

Dus hier zitten we dan. Het is maart, in de schuur staat een fiets die beter is dan zijn berijder en ergens in de verte zie ik een besneeuwde top van een berg. Gedurende de komende maanden doe ik op Hetiskoers.nl verslag van mijn weg richting Italië en wil ik met diverse profrenners spreken over die ene discipline die het fietsen zo ontzettend tot de verbeelding doet spreken:

Klimmen.

Pakvis en z'n Allez

Foto’s: Nico Pakvis

Twitter

Ivo Pakvis

Ivo Pakvis (1981) heeft een achtergrond als sportjournalist, werkt nu voor Sterc Internet & Marketing. Fietst. Klopte ooit Lieuwe Westra niet in een sprintje.
Twitter

Related Post