Het is 20 mei 2007. We zitten in de auto op weg naar Barberino di Mugello, op de achterbank onze dochter van anderhalf en ons zoontje van zes maanden. In de deur van de gehuurde Fiat Punto een beduimeld exemplaar van Dino Buzzati’s Ronde van Italië, de Het is Koers! van 1948.

Een half jaar geleden kondigde de broer van mijn vriendin aan te gaan trouwen in Siena. Mijn vriendin en ik zagen er een mooie gelegenheid in om er een weekje Toscane aan vast te knopen en we boekten een huisje in Montecatini Val di Cecina, een dorpje dat in het echt net zo sprookjesachtig is als de naam doet vermoeden. Toscane in de lente: pijnbomen, cipressen, glooiende wijngaarden en iedere ochtend op het rustige dorpsplein een kopje espresso met de Gazzetta dello Sport.

Mijn vriendin fronste haar wenkbrauwen toen ik haar een week voor vertrek vertelde dat de Giro vlak bij ons dorpje voorbij kwam. Vlakbij, dat had ik een beetje overdreven om het aantrekkelijker te maken. In werkelijkheid was het ongeveer twee uur rijden naar de dichtstbijzijnde startplaats. Mijn vriendin begreep er weinig van. Ik vertelde haar over de Giro, las haar lyrische passages voor uit Buzzati’s boek, maar de wielerkoorts bleef uit. Toch stemde zij onder protest in. We gingen per slot van rekening voor haar broer een week naar Italië, dan kon een dagje koers voor mijn plezier er ook wel af.

We zitten al anderhalf uur in de auto. Mijn vriendin is druk met het fruithapje voor de kinderen. Nog op de snelweg zien we de eerste ploegleiderswagens. Mijn hart gaat sneller kloppen, maar mijn vriendin maakt zich vooral druk over de route want een Tomtom heeft onze Punto niet. Na de afslag Barberino di Mugello zien we op een rotonde het eerste bordje ‘Partenza del Giro’. “Daar kijk”, zegt ze opgelucht. We zien de ploegbus van Française des Jeux en een aantal bontgekleurde auto’s met fietsen op het dak richting het dorp rijden. “Daar moet je achteraan”, zegt mijn vriendin, bij wie ik voor het eerst lichte opwinding bespeur. ‘Partenza del Giro’, we blijven de bordjes volgen tot de weg is afgezet. “Daar is een plekje”, mijn vriendin wijst. We parkeren midden in het dorp precies tussen de ploegleidersbussen en de start.

“Wauw, beter kan niet”, zegt mijn vriendin als we uitstappen. We lopen met de kinderen op de arm, tussen de renners door richting de start. “Ciao Bella”, een Italiaan van Acqua & Sapone knipoogt naar ons hoogblonde dochtertje en schenkt mijn vriendin een gulle lach. “Wie was dat?”, vraagt mijn vriendin. “Weet ik niet, zoeken we op als we thuis zijn.” Even verderop strijken we neer in het gras, met uitzicht op de tussen het publiek naar start slingerende renners. De Rus Pavel Brutt van Tinkoff, die geweldig heeft gekoerst de afgelopen dagen; Paolo Bettini, gisteren tweede geworden in de sprint achter Thor Hushovd; de roze trui met Marco Pinotti erin. En overal publiek, feestelijk gekleed, losjes, ontspannen, vrolijk.

We kopen roze Girobandana’s voor de kinderen en genieten. Dan zet het peloton zich in gang voor 197 kilometer koers naar Fiorano Modenese. Het dorp stroomt leeg. Een halfuurtje na het startsein slenteren we over het verlaten dorpsplein. Het circus is vertrokken, maar wij, de toeschouwers koesteren de herinnering. ’s Avonds sla ik Buzzati nog maar eens open. Hij schreef over de Giro van 1948:

“Steeds als deze mannen van de ene stad naar de andere trokken, lieten de mensen – Wonderbaarlijk! – hun zaken en spaden in de steek, sprongen uit bed, kwamen uit de hoogste huisjes naar beneden, legden te voet enorme afstanden af, wachtten vaak de hele ochtend in regen en zonneschijn, en daar stonden ze dan, het volk van heel Italië, boeren, arbeiders, zeerotten, moeders, afgeleefde oudjes, lammen, priesters, bedelaars en dieven, langs de vierduizend kilometerlange weg, en ze waren niet meer dezelfden als de dag ervoor, een nieuw en krachtig gevoel had bezit van ze genomen, ze lachten en schreeuwden, vergaten even hun dagelijkse zorgen: ze waren gelukkig, beslist, en wij kunnen er hier stipte getuigenis van geven.”

Ik lees de passage voor aan mijn vriendin. Ze glimlacht en heel even geloof ik dat ze mijn liefde voor het wielrennen echt begrijpt. Heel even. Als ik de televisie aanzet om de samenvatting van de etappe te zien, gaat mijn vriendin op het balkon zitten.

Leo Aquina

Leo Aquina (1972) is geboren en getogen in Nijmegen en inmiddels alweer een half leven woonachtig in Amsterdam. Ratelde jarenlang zijn toetsenbord stuk als redacteur en hoofdredacteur van de Infostradasports Newsdesk. Tegenwoordig broodschrijver en sportverslaggever in dienst van zichzelf. Schrijft wat hij leuk vindt en wat betaalt. Zag als wielerverslaggever van de Olympic News Service de finish van Vino en Uran live. Houdt nog steeds van wielrennen. Grootste heldendaad op zijn Bianchi: de Marmotte in 2009.