Hard blazend op een fluit snelt een motard voorbij. In de wedstrijdwagen staat een man zwaaiend met een vlag. Op een T-splitsing tussen kale akkers met geoogste maïsstengels stuurt een seingever het verbrokkelde peloton naar links. Een gezin klapt de handen stuk. Ze zitten op tuinstoelen en koelboxen voor een hek. Naast hen garen grote lappen vlees op de barbecue. Een bocht verder kijkt een boer in een overall met open mond toe. Achter hem pruttelt zijn tractor. Het is een zondag, excuus Dé Zondag, in Vlaanderen, maar deze man is toch gewoon aan het werk gegaan. Als ik even later aanzet en als allerlaatste nog net de sprong maak naar de grote groep komt een motor naast me rijden. De cameraman achterop vraagt de bestuurder nog iets dichterbij te gaan rijden. Hij filmt me een tijdje in close-up.

Ik rijd over het parkoers van de 100ste Ronde van Vlaanderen, met een paar uur voorsprong op Sagan, Cancellara en de anderen. Het is geen droom, al lijkt het er wel verdomd veel op. Met 99 andere mazzelpikken mag ik de laatste 100 kilometer van Vlaanderens Mooiste rijden. Na de beklimming van onder meer de Molenberg en de Valkenberg branden de kuiten. Het dokkeren over de kasseien van de Paddestraat en de Haaghoek is nog voelbaar in de polsen en het kruis, maar het is het allemaal waard. Dichterbij de koers, excuus Dé Koers, ga ik nooit meer komen.

Het had trouwens niet veel gescheeld of er waren maar 99 renners gestart voor de Fan Ride. Na een zweterige nacht – ik werd op elke heuvel, verkeersdrempel en molshoop gelost en toeschouwers lachten me uit – was mijn eerste gedachte: er zal straks toch niet een of andere sukkel iets belangrijks vergeten, zijn schoenen of zo. Later die ochtend in Oudenaarde, ruim een uur voor de start, ga ik voor de derde keer door mijn bagage. Geen schoenen. Vergeten. Sukkel.

Terug naar de Lozer Lodge in Kruishoutem is geen optie, te ver, maar als de ook startende Johan Museeuw zegt een reservepaar in zijn auto te hebben lijkt alles nog goed te komen. Een half uur later als het voorstellen op het podium op de Markt al is begonnen sta ik nog op sokken aan de andere kant van Oudenaarde. Alleen. Ik bel Museeuw. Die staat ontspannen op het podium. Amai, vergeten te melden dat hij toch geen tweede set schoenen heeft. Het is lastig koersen op sokken merk ik als toch naar het centrum trap. Wie ik daar ook aanschiet, niemand heeft schoenen over. De stress heeft het ontbijt al verbrand als iemand oppert om een fietsenzaak te bellen. Die zijn hier op zondag gesloten, maar uiteindelijk wil iemand in zijn winkel wel op zoek naar de juiste maat en schoenplaatjes. Of hij zich eerste wel even mag aankleden, want hij ligt nog op bed. Betalen kan later wel zegt hij even later, en een minuut voor de start sluit ik me met maximale hartslag aan bij het peloton.

Er is meer hulp tijdens de pittige, maar hemelse tocht door het zonnige Vlaamse land. Als ik op de Berendries te laat terugschakel slaat de ketting vast, maar van een bierdrinkend trio behoedt één jongen me voor het vallen, legt een ander de boel op het kleinste blad en nummer drie duwt me op gang. ‘Allez jongen, anticiperen hè,’ roept hij me na. Op het zwaarste stuk van de Kanarieberg (16%) is er ook een helpende hand. Anderen zijn zo aardig de berichten uit de koers te melden (Van Avermaet en Benoot) en als ik onderweg al het aangeboden bier had gepakt lag ik nu nog ergens onder een Vlaamse boom.

De 2,5 kilometer over de Oude Kwaremont is onvergetelijk, zelfs voor de ervaren renners in de groep die er de dag en de jaren ervoor de cyclo al meermalen reden. Wachtend op de profs besluiten de duizenden fans achter de hekken en op het talud dit merkwaardige gezelschap van over de hele wereld over de kasseien te schreeuwen. De meeste van ons zijn al steenkapot, maar dit is pas doping. Ook in de laatste twintig kilometer naar de streep is de lach niet van de gezichten te krijgen. ‘O man, this is addictive,’ hoor ik naast me. ‘I’ll have to come back.’

Niet veel later gaat Peter de Grote zegevierend over diezelfde streep in Oudenaarde, maar hij is zeker niet de enige winnaar deze zondag.

Photo credits: © Digitalclickx.com

Wiep Idzenga

Wiep Idzenga

In De Muur-serie Every Picture Tells a Story zoekt Wiep Idzenga naar reeksen van oorzaak en gevolg die uiteindelijk hebben geleid tot een iconisch beeld dat zich in ons geheugen heeft geprent, tot een foto waarin de gebeurtenissen van die bepaalde dag, in die bepaalde koers, zijn samengebald.
Wiep Idzenga

Latest posts by Wiep Idzenga (see all)

Related Post