Een snor is status. Hoe langer, dikker en sierlijker, hoe beter. Welkom in het jaar 1909, de prehistorie van het wielrennen. Cyrille van Hauwaert draagt er eentje, net als Tourwinnaars Octave Lapize en Lucien Petit-Breton; om maar een paar modegevoelige renners te noemen. Maar bovenlipbeharing raakt uit. Na de Eerste Wereldoorlog zijn de mensen de militaire herinneringen aan de snor even zat, heet het.

Tot de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw dan. Om het bij de sport te houden: kijk eens naar het winnende EK-voetbalelftal van 1988. Gullit, Rijkaard, Wouters, Van Tiggelen, Van Aerle? Allemaal snorren!  Maar de wielerwereld blijft achter.  Een wielrenner hoort geen snor te dragen, is de heersende norm. Er zijn uitzonderingen. Lech Piasecki bijvoorbeeld, Urs Freuler, baanrenner Danny Clark en Colombiaan Alfonso Florez. En de laatste jaren ‘durven’ renners als José Serpa, David Zabriskie en Steven Cozza hun snor te laten staan.

Reden genoeg voor een top 5 van wielrennende snordragers, waarvoor we de prehistorie en de snorren met baard (denk aan Laurens ten Dam, Floyd Landis en Sean Eadie) even uitsluiten.

5. De moddersnor.
Is de snor vaker in het veld te zien dan op de weg? Het lijkt erop, maar de meesten waren of zijn geen blijvertjes. Nee, dan Reinier Groenendaal. Met onder de neus een volle rossige marmot, een crosscarrière lang. Met of zonder modder, wat maakt Rein het uit…

4. Het Sjonnie (& Anita) snorretje.
Vlassig, niet vol. Maar ja, je wilt een snor. ’t Hoort nou eenmaal bij Vlaming Roger Ilegems, wegrenner maar vooral ook Olympisch kampioen puntenkoers 1984: een snorretje. En in de nek een matje.

3. De halve snor.
Eric van Lancker is een trotse snordrager, tot hij in 1986 voor het Panasonic van Peter Post gaat rijden. Van gezichtsbeharing is Post niet gecharmeerd maar het zijn de nieuwe collega’s van Van Lancker die hem tijdens een trainingskamp te grazen nemen, schrijft Theo de Rooij veel later in een column.  ‘De helft van zijn snor werd afgeschoren, de andere helft heeft hij in arren moede vervolgens zelf afgeschoren. We hebben nooit meer enige beharing onder zijn neus kunnen bespeuren’, aldus De Rooij, een toekijkende (?) ploegmaat. Tijdens het genoemde trainingskamp zullen de publiciteitsfoto’s voor dat jaar zijn gemaakt: op Panasonics ploegfoto van 1986 is de snor er nog, op de persoonlijke publiciteitsfoto is Van Lanckers bovenlip maagdelijk kaal.

2. De pornosnor.
Steven Cozza mag in dit overzicht niet ontbreken. Wielerjournalist Thijs Zonneveld schrijft in 2010 over de ‘pornosnor’ die ‘The Moustache Man’ en zijn ploeg maar al te graag cultiveren. De Amerikaan valt er mee op en gebruikt z’n bekendheid om geld in te zamelen voor goede doelen.  Grappig  zijn de ‘plaksnorren’ die je via zijn site kunt uitprinten en uitknippen. En wat te denken van de naam die hij zijn ‘hoefijzer’ geeft: ‘The Burt Reynolds’.
Maar ja, Cozza’s Burt is niet meer en hoe definitief dat is, is onduidelijk. Heeft het te maken met zijn nieuwe ploeg? Zeker is wel dat sinds Cozza de snor van zijn gezicht schoor, presteert hij toch wat minder. Is Cozza met zijn snor ook zijn kracht verloren? Laat het een aanmoediging zijn. Voor de comeback, van Burt.

1.De trotse snor.
Het is 1981, de Tour de France staat voor de deur maar de TI Raleigh-ploeg kan niet over zijn sprinters Jan Raas (geblesseerd) en Leo van Vliet (overspannen) beschikken. Urs Freuler biedt uitkomst. Bij het tekenen van het tijdelijke huurcontract wordt wel iets opmerkelijks overeengekomen, is te lezen in Het geheim van Raleigh: Freuler mag zijn snor houden. Het is een offer voor ploegleider Peter Post die vindt dat snorren absoluut niet thuishoren in het peloton.
Maar contract of niet, Freulers snorharen komen toch nog in gevaar. De Raleigh-coureurs die voor hem de sprint mogen aantrekken, dollen met de nieuweling en roepen: als je wint, gaat je snor eraf. ‘Daar ging hij mee akkoord’, begrijpt Cees Priem die na de ritzege van de Zwitser met een paar ploegmaten en een schaar op de winnaar afstapt. Dat laat een woedende Freuler niet gebeuren: gewapend met een mes, houdt hij Priem en co van zich af. Priem: ‘Het resultaat was natuurlijk dat hij geen enkele sprint meer heeft kunnen winnen. We deden geen trap meer voor hem.’

Jos van Nierop

Jos van Nierop (1967) is gek op de koers sinds Hennie Kuiper won op Alpe d’Huez, 1977. Rijdt zelf af en toe op een Gazelle Champion Mondial uit 1978 (met de remkabels in een boogje boven het stuur). Kijkt op tv naar wielrennen, en leest en schrijft erover. En verzamelt (kopen, ruilen, krijgen) wielerplaatjes, wielerfotokaarten, wielerstickers en nog veel meer voor zijn verzameling.
Jos van Nierop

Latest posts by Jos van Nierop (see all)