Volgens verwachting eindigden bij het NK tijdrijden in Bergen op Zoom de deelnemende profs allen vooraan. Dat tussen de bekende namen Dion Beukeboom van de continentale Vlasman ploeg op een vierde plek eindigde, mag dan een verrassing heten. Jurgen van Teeffelen volgde Beukeboom in de ploegleiderswagen.

Teammanager Ton Welling draait zijn raampje open. “Hier, die had ik je beloofd”, zegt hij terwijl hij een geel met rood en wit Vlasman-petje aan de man met het oranje hesje overhandigt. Die knikt verheugd en opent het hek. “Bedankt, je mag doorrijden naar de start.” “Wel opzetten hè”, antwoordt Welling voordat hij stapvoets zijn auto door de Rijkebuurtstraat richting de Westersingel stuurt. Twintig meter verderop sluit hij achter de volgauto voor hem aan. Roompot staat er op de achterkant en Michael Boogerd zit achter het stuur. Diens pupil Brian van Goethem staat op het startpodium klaar voor zijn tijdrit van 52,3 kilometer.

Naast Welling op de bijrijdersstoel zit Jim van de Berg. Hij heeft een iPad op schoot waar hij live het vermogen en de hartslag van Dion Beukeboom volgt. Hij pakt de microfoon – die veel weg heeft van een walkie talkie- met zijn linkerhand en brengt hem naar zijn mond. “Oké, Dion. Zoals afgesproken: focus op je houding en op je vermogen. Let op je taak zoals we hebben afgesproken. Succes.”

Van Goethem is vertrokken, Welling mag zijn auto doorrijden tot aan de haaientanden. Hij hoort hoe de speaker luidkeels de volgende renner aankondigt. “En dan nu, dames en heren, staat klaar voor het NK tijdrijden op de Brabantse Wal: de man uit Amsterdam, Dion Beukeboom. Dat hij hard kan rijden weten we. Hij gaat deze zomer niet voor niets het werelduurrecord aanvallen.”

Op 22 augustus gaat dat gebeuren. In Aguascalientes in Mexico wil de Nederlander verder rijden dan de 54 kilometer en 526 meter die Bradley Wiggins drie jaar terug in Londen reed. Het is opmerkelijk want Wiggins, ja die kennen we allemaal wel. Maar Dion Beukeboom? Ik had in ieder geval nog nooit van hem gehoord. Tot ik eind vorig jaar een kijkje nam op de wielerbaan in Sloten waar hij met ogenschijnlijk gemak rondjes fietste met Van den Berg langs de baan om instructies te geven. Het werd me toen snel duidelijk: deze poging, daar moet een boek over geschreven worden. En dat ga ík doen. Vandaar dat ik vandaag achter Welling in de auto zit, naast mecanicien Dennis Merbis.

“Misschien is hij wel outsider voor het podium”, zijn de laatste woorden van de speaker voordat Beukeboom om 15.35 uur stipt vanaf het podium de Westersingel op knalt. Welling trekt snel op en gaat strak achter de renner van zijn Vlasman ploeg rijden. Hij ziet het nummer 8 op de onderrug gespeld, net boven de tekst ‘Vrieling adviesgroep’. Van den Berg pakt de microfoon. “Vermogen goed. Gelijk in de houding. Twee meter voor je kijken. Pas op de chicane zo dadelijk.”

Of Beukeboom een kandidaat voor het podium is: Van den Berg is er niet zo mee bezig. Hij ziet het NK als een mooie test voor zijn pupil. Het doel vandaag is 450 Watt rijden. Dat is het vermogen waarop hij Beukeboom elke donderdag op de baan in Alkmaar laat trainen, het vermogen dat Beukeboom in staat moet stellen om het werelduurrecord te verbeteren. En ja, dat kun je met een gpx file van het parcours en het weerbericht omrekenen naar een eindtijd, maar dat vindt Van den Berg nu niet relevant.

Van den Berg kijkt op zijn telefoon, daarop loopt de stopwatch. “Zeven minuten onderweg. 457 watt. Dat is niet te gek voor dit stuk”, krijgt Beukeboom in zijn oortje te horen. Van den Berg ziet dat de renner nog niet in zijn optimale houding zit. “Hij is constant aan het verzitten, Dion rijdt te zwaar,” zegt hij tegen Welling. “Goed shruggen en kijk twee meter voor je”, zijn daarom de instructies die Beukeboom te horen krijgt. Het laatste moet ervoor zorgen dat de punt van Beukebooms helm mooi aansluit op zijn bovenrug, dat hebben ze in de windtunnel getest. Dat shruggen is nieuw voor me. Ze zullen het meegenomen hebben uit Colorado waar ze net twee weekjes van een hoogtestage terug zijn. Het geeft in ieder geval het beoogde resultaat, vindt Van den Berg. “Dit is goed. Je zit heel mooi. Super recht.”

Hadden ze op het parcours vandaag een vlakke houten baan gelegd met een flauwe helling in iedere bocht, dan zou Beukeboom spekkoper zijn. Hij is niet voor niks Nederlands kampioen achtervolging op de baan. Maar helaas voor hem, er is asfalt, er zijn keien, en er zijn, kleine, hoogteverschillen. Die geven een renner met het postuur van Beukeboom -2 meter en 1 centimeter, 87 kilo – extra weerstand.

En er zijn een aantal haakse bochten die de renner uit zijn ritme halen. “Bocht naar links.” Er hangt een spandoek met ‘Wilco’ erop. Kelderman waarschijnlijk, die zal zo van start gaan. Na de bocht moet Beukeboom even uit het zadel om weer op gang te komen. Van den Berg ziet het vermogen op de iPad omhoog schieten; Welling moet gassen om weer kort achter de renner te komen. “En trek hem door”, roept Van den Berg. Een paar bochten later gaat het maar net goed. Beukeboom balanceert even op het randje tussen het asfalt en het grind ernaast, maar weet zijn fiets op de weg te houden. “Oeh lekker man”, is Van den Bergs commentaar. “450 Watt.”

Inmiddels komt de eerste tussentijd via de koersradio door. 20 minuten en 7 seconden, Beukeboom is voorlopig de snelste. Voorlopig, want de grote jongens moeten nog komen. Na hem zijn nog zeven renners gestart. Allen zijn prof.

Een man met een gele driehoek in zijn handen geeft aan dat Beukeboom naar links moet. Achter hem hangt een spandoek van Roompot met de tekst: ‘Samen genieten.’ Dat doen de mannen in de Vlasman auto want achtereenvolgens Eenkhoorn, Riesebeek en Tusveld blijken niet aan de eerste doorkomsttijd van Beukeboom te komen. Top vijf, zou dat er in zitten?

Een tiende plek in 2012, achtste in 2013, elfde in 2014, achtste in 2015 en vorig jaar weer tiende, het zijn de uitslagen die Beukeboom in eerdere edities van het NK tijdrijden behaalde. Maar oké, toen had hij nog niet zo’n goede fiets en wielen als vandaag. En niet zo’n snelle helm en aerodynamische houding want was hij nog nooit de windtunnel in geweest. Maar wellicht het belangrijkste: toen was hij nog niet zo serieus met het wielrennen bezig als dit jaar.

Beukeboom is 25 minuten onderweg. Het vermogen op de iPad is even weggevallen. Het signaal komt door via 4G en dat geeft altijd een zeker risico, vooral als je je zoals vandaag in een grensgebied bevindt. Van den Berg heeft het systeem met wat handige computerjongens ontwikkeld waardoor hij, maar eigenlijk iedereen met een internetverbinding, live via roadpower.io kan volgen hoe het met de renner gaat. Volledige transparantie dus, daar kunnen andere ploegen in het peloton nog wat van leren.

De dame op de radio meldt de tussentijd van Niki Terpstra: 19.51, Beukeboom schuift door naar plek twee. Van Baarle: 19.41, Beukeboom schuift door naar drie. Kelderman: 20.12, Beukeboom blijft op drie. En ten slotte Van Emden: 19.40. Beukeboom schuift door naar de vierde plek.

Vorig week was Beukeboom topfavoriet bij de Topcompetitie tijdrit, zeg maar de Jupiler League van het wielrennen in Nederland. Het gaf extra druk maar hij maakte zijn favorietenrol glansrijk waar. Met overmacht won Beukeboom de rit tegen de klok, met een gemiddelde van net boven de 50 kilometer per uur. Maar toen was hij na 28 kilometer al klaar, vandaag moet hij bijna dubbel zo ver.

We zijn terug in Bergen op Zoom. Luid toegejuicht passeert Beukeboom op de Grote Markt het finishdoek voor de eerste keer. 31 minuten en 43 seconden. Het is de snelste tussentijd meldt de dienstdoende speaker. Maar ook die weet dat de écht snelle mannen nog moeten komen.

“Een podiumplek is te hoog gegrepen”, constateert Van den Berg. “Maar het zou mooi zijn als Dion de vierde plek kan vasthouden”, zegt hij tegen Welling. Hij pakt de microfoon. “Dion, je doet het geweldig. Je staat op de vierde plek. Dit gaan we vasthouden. Let op je houding en twee meter voor je kijken.”

Beukeboom kent de route. Afgelopen zondag reed hij drie uurtjes in de buurt rond, waaronder het parcours van vandaag. Het geeft maar aan dat hij het NK serieus neemt. Niet alleen vandaag, maar ook aanstaande zondag bij de wegwedstrijd. Het doel dan: finale rijden.

Op de Huybergsebaan ziet Van den Berg de concurrenten tegemoet komen. Maar hij ziet ook de Roompot auto in de verte voor hem. Beukeboom is inmiddels anderhalve minuut op Van Goethem ingelopen en de Roompot renner fietst daarmee nog slechts een halve minuut voor hem. “Dit is de perfecte houding. Hou dit vast. Voor je rijdt de auto van Van Goethem. Daar kun je naar toe.” Hij maant Welling wat dichter achter Beukeboom te rijden.

“Nog een kwartiertje, Dion. Dat zijn drie blokjes van 5 minuten. Kom op, man.” De hartslag van Beukeboom is opgelopen naar de 173 slagen per minuut, het vermogen rond de 445 watt.

“Het laatste stuk Dion. Straks heb je alleen nog maar Bergen op Zoom. Hier moet je het verschil maken. Bij de laatste bochten kun je niks.”

Wow, wat gebeurt daar? Ineens moet Welling vol op de rem, Van den Berg schiet naar voren. Een motor met cameraman achterop besluit plots om in plaats van naast Beukeboom, achter hem te gaan rijden. En vòòr Welling dus. “Godverdomme”, roept die dan ook geërgerd.

“Godverdomme”, roept ook Van den Berg. Maar dat is niet van kwaadheid maar van enthousiasme. “Dion. Je bent met iets moois bezig.” Van Goethem wordt ingehaald. Die stapt even later van zijn fiets. Lek gereden, daar lijkt het op.

Beukeboom passeert het bord met het cijfer 1 erop. De laatste kilometer. Stil op zijn zadel zitten is er niet meer bij, Beukeboom wiebelt zichtbaar van links naar rechts. Hij verlangt naar de finish. Weer in Bergen op Zoom passeert hij onder een verkeerslicht dat op rood staat. Ook Welling rijdt strak door. “Laatste minuutje. Doorversnellen. Blijf liggen.”

Op de keitjes van de Korte Bosstraat wordt Beukeboom naar rechts geleid. De volgauto moet rechtdoor. “Kom op Beukie, kom op, kom op”, roept Van den Berg. Welling stopt de auto en draait het volume van de koersradio omhoog. Even later volgt het verlossende bericht: “Dion Beukeboom is binnen in 1 nul vier en 18 seconden. Ik herhaal. Binnenkomst Dion Beukeboom in 1 nul vier 18. Voorlopig de snelste tijd.”

Nadat Beukeboom bij de Vlasman camper wat is bijgekomen en opgekalefaterd, is zijn eerste vraag aan Van den Berg: “Wat was het vermogen precies, Jim?” Van den Berg zegt dat hij het antwoord nog even schuldig moet blijven vanwege het weggevallen signaal. “Ik zal er straks naar kijken als jij je data geüpload hebt.” Als het een kwartier later duidelijk is dat Beukeboom zijn vierde plek heeft weten vast te houden, mag hij de felicitaties van Welling en Merbis in ontvangst nemen. Zelf weet hij zijn prestatie nog niet op waarde te schatten. Daarvoor moet hij het vermogen weten. Dan pas weet hij ook of hij op koers ligt voor het werelduurrecord.

Jurgen van Teeffelen

Jurgen van Teeffelen (1968, Hilvarenbeek) is freelance journalist. Hij werd besmet met het wielervirus toen hij als 8-jarige op vakantie in Frankrijk de Tourkaravaan voorbij zag komen. Was vooral ook onder de indruk van de grote Michelinman. Thuisgekomen monteerde hij een racestuur op zijn jongensfiets en ging rondjes rijden op het pleintje voor zijn huis. Bij afwezigheid van een derailleur vond hij het virtuele schakelen uit: alleen de handbeweging was voldoende om het gevoel van wielrenner te zijn op te wekken. Vele jaren later heeft hij heel wat andere sporten geprobeerd, maar hij komt toch weer altijd bij het wielrennen terug. Wanneer hij op zijn tijdloze titanium fiets de majestueuze pieken van de Utrechtse Heuvelrug bedwingt voelt hij zich weer de 8-jarige Jurgen van vroeger. Gaat dan spontaan virtueel schakelen. Hij hoopt nog altijd zijn kinderen enthousiast te krijgen voor het wielrennen, maar vooralsnog vinden die het saai. En daar snapt Jurgen dus helemaal niks van. Zijn hogere doel: een biografie over Jaanus Kuum schrijven.