Vergeten wielrenner: Kick Pruijs

By |donderdag 26 maart 2015|

Vroeg in de morgen van 14 juli 1935 stijgt op een van de startbanen van Schiphol een Fokker F22 Kwikstaart op. Een luxe toestel, vol luie stoelen en eten en drank in overvloed. Veertien inzittenden zijn er, en zes bemanningsleden. Helemaal achterin zit Axel Gauffin, directeur van het Nationaal Museum in Stockholm. Hij is gisteren te gast geweest op het 50-jarig jubileum van het Rijksmuseum en is nu weer onderweg naar huis.

Ze noemen de Kwikstaart wel ‘Het vliegende restaurant’.
Het vliegtuig zal via Hamburg en Kopenhagen uiteindelijk naar Malmö vliegen.

Routinevluchtje voor Heinz Silberstein, de 31-jarige gezagvoerder van het toestel. Gisteren nog heeft de Kwikstaart dezelfde route afgelegd.
De sfeer aan boord is ontspannen, kalm, zondagochtendachtig.

Het is nog vroeg in de ochtend op 14 juli 1935 als een groepje van zo’n dertig jongens en mannen op fietsen onderweg gaat van Hoofddorp naar Amsterdam. Ze nemen deel aan een zondags koersje van de Amsterdamse wielerclub Olympia. Een van de deelnemers is de 19-jarige Kick Pruijs. Wanneer het pelotonnetje vertrekt, kijken twee mensen Kick na: zijn verloofde, Bep, en Cas, zijn oom tevens verzorger.

Cas Pruijs staat in en rond het peloton bekend als Cas de Leugenaar. Kick weet het, maar hij vertrouwt de kundige kneedhanden van zijn oom.

Bijna onmiddellijk na opstijgen gaat er iets mis. De twee propellers aan de linkervleugel van de F22 werken niet, ze haperen, schokken als een zuigeling met de hik.

Het volgende moment hangen ze er roerloos bij.

Onmiddellijk komt het ongeluk met de Leeuwerik, een ander KLM-vliegtuig dat drie maanden eerder in het Sauerland is verongelukt, Heinz Silberstein voor de geest. Hij werkt pas kort voor KLM. Pas nadat de geboren Duitser bij Lufthansa is ontslagen toen piloten een Ariërverklaring moesten overleggen, is hij naar Nederland gekomen.

Ze zullen terug moeten, terug naar Schiphol.
De Kwikstaart zwenkt naar links.
En nog eens.

Vanaf de grond zien de Olympia-renners de manoeuvres van het vliegtuig aan.

Een bocht, en nog een bocht.
Dan, als een gans die uit een V-formatie geschoten wordt, verliest het toestel hoogte.
Ze zien hoe iemand in uniform naar buiten springt.
Het volgende moment ramt de FS 22 de Geniedijk, een viaduct in aanbouw.
Het tolt nog een keer rond en blijft dan uitgeteld liggen.
De renners remmen, niemand denkt aan doorfietsen.

Het wrak van de Kwikstaart. Foto via vergetenverleden.nl

Het wrak van de Kwikstaart. Foto via vergetenverleden.nl

Drie, vier van hen gooien hun fiets aan de kant en rennen naar de plek van de ramp. Een van hen is Kick Pruijs.
Binnen heerst paniek.

Steward Haberer heeft het vliegtuig al verlaten, de passagiers zitten vastgesnoerd in hun stoelen en schreeuwen om hulp. Van de rest van de bemanning is geen spoor te bekennen.

Dan horen de mensen in het toestel hoe iemand het vliegtuig binnenkomt. En nog iemand, en nog een. Jonge mannen, jongens nog, in sporttenues, beginnen mensen uit hun stoelen te trekken en naar buiten te begeleiden, de veiligheid tegemoet.

Uit de cockpit komt een ongelijkmatig gestamp. Kick ziet het gezicht van Heinz Silberstein, die in doodsangst op de cockpitdeuren ramt.

Kick sjort aan de klink, maar de deur zit muurvast.
Weer dat geram, nu vermengd met paniekerig geroep van buiten.
‘Kom eruit! Kom eruit!’
Nog een laatste ruk aan de deur. Zinloos. Dan springt Kick Pruijs uit het toestel.
Uit de raampjes van de cockpit kringelt donkere rook.
Een paar seconden later staat de Fokker Kwikstaart F22 in lichterlaaie.

Marconist Nieboer, de mecano’s Brom en Van Dijk en piloot Silberstein sterven, de Britse passagiers Hodson en Newman zijn al dood.

In de dagen na het ongeluk is er in de kranten steeds sprake van de heldendaden van ene Cas Pruijs.
Cas. Oom Cas.
Cas de Leugenaar. Zijn gefingeerde heldenrol levert hem een hoge onderscheiding van de KLM op.

Kick zwijgt, dan wel. Thuis scheurt hij alle knipsels die over de ramp gaan aan stukken en verbreekt hij alle contact met zijn oom.

Kick Pruijs blijft fietsen, hij is een bezienswaardigheid in de Amsterdamse straatraces en met Olympia wordt hij in 1937 en 1938 nationaal kampioen in het Olympisch Stadion.

Niet veel later maakt de oorlog voor vijf jaar een eind aan het onbekommerd koersen.

Aan de vooravond van Kerst 2006 sterft Kick Pruijs, negentig jaar oud. Hij heeft nog mogen meemaken hoe een paar jaar eerder in de Volkskrant uitgebreid recht wordt gedaan aan zijn heldendaden op die zondagochtend 14 juli 1935.

En op zaterdag 10 mei 2013 wordt zijn nagedachtenis in ere hersteld, als er op de plek van het ongeluk een nieuwe brug wordt geopend, die de Kick Pruijs-brug wordt gedoopt.

Een fietsbrug natuurlijk.

P.S.
De basis voor dit verhaal is een Volkskrant-artikel uit 2000 van Peter de Greef en Gijs Zandbergen, die Kicks heldenrol voor het eerst landelijk bekend maakten. Nadere informatie is onder meer te vinden in het artikel van Paul van der Kooij in het Haarlems Dagblad van 8 mei 2014 en de artikelen op
www.w8.nl/KLM en http://www.aviacrash.nl/paginas/kwikstaart.htm.

 

Frank Heinen

Frank Heinen (1985). Neerlandicus. Schrijft voor: HP/De Tijd, De Muur, Hard Gras, 8weekly, Spits, de Volkskrant, Hetiskoers, Nieuwe Revu, nrc.next en wie maar wil. Won: Hard Gras Prijs 2009. Auteur van 'Uit Koers'. Speelt: zaalvoetbal, squash. Supportert voor: renners die fijne verhalen opleveren en vervolgens vergeten worden.


Auteur van (of meegewerkt aan):

Related Post

One Comment

  1. Ronald 26/03/2015 at 21:22 - Reply

    Stiekem hoop ik wel eens ook zo’n heldenrol te kunnen spelen, als ik bij Schiphol rondfiets.

Geef een reactie