Foto Sirotti

Wielercultuur

Is de jarige Kévin Vauquelin ‘le nouveau blaireau?’

De onderhand oneindig veel seizoenen kennende talentenjacht ‘Le nouveau blaireau’ begint dit jaar aan haar 41ste reeks. Deelnemers hoeven niet te kunnen zingen, dansen of een variété-act op te voeren. Nee, ze moeten hard kunnen fietsen. Niet zomaar, maar precies gedurende drie van te voren bepaalde weken. In juli. In Frankrijk. In de Tour. Al meer dan veertig jaar is het thuisland op zoek naar een landgenoot die in de voetsporen van Bernard Hinault kan treden. De renner, die in het peloton ‘de Das’ – in het Frans ‘le blaireau’ – werd genoemd, is dankzij zijn laatste van vijf Tourzeges nog altijd de meeste recente Franse renner die in het geel in Parijs op het podium stond.

Vele Fransen strandden

Het is op dat moment de zomer van 1985. Meer dan veertig jaar geleden dus. Stuk voor stuk bijten de Franse klassementsrenners zich vervolgens stuk op die vermaledijde eindzege in de ronde. Een hele batterij wordt door de pers en de immer chauvinistische fans gebombardeerd tot de nieuwe Hinault, maar geen van allen kan dat predicaat waarmaken. De benaming blijkt in veel gevallen eerder een loden last, die over de Alpen en Pyreneeën moet worden meegezeuld, dan een teken van erkenning of een manier om het zelfvertrouwen een duw in de goede richting te geven. Uiteindelijk komen ze geen van allen de voorrondes van de talentenjacht door. Of ze stranden in de finale. Jean-François Bernard en Charly Mottet bijvoorbeeld, slechts enkele jaren nadat Hinault als renner afscheid van het peloton heeft genomen. In de jaren ’90 en ’00 zijn er Richard Virenque en Laurent Jalabert die enkele dappere, maar vergeefse pogingen wagen in de voetsporen van Hinault te treden. Ook Romain Bardet, Jean-Christophe Péraud, Thibaut Pinot en David Gaudu komt een eervolle vermelding toe, maar ‘le nouveau blaireau’ zijn ook zij niet. Wie dan wel? Welke renner koppelt talent aan een stevige portie doorzettingsvermogen, koersinzicht, strijdlust en niet te vergeten de onontbeerlijke dosis geluk? Kijkend naar de korte termijn is supertalent Paul Seixas met zijn negentien jaar nog wat aan de jonge kant om op heel korte termijn Hinault op te kunnen volgen. Zou het dan misschien eerst Kévin Vauquelin zijn, die de strijd met Tadej Pogaçar, Jonas Vingegaard, Isaac del Toro en wie weet wie nog meer succesvol afrondt?

Nieuwe hoop

Nog geen twee jaar geleden meldde de uit Bayeux, een stadje in Normandië op een slordige tien kilometer van Het Kanaal, zich ineens op het allerhoogste mondiale podium. In dienst van het bescheiden Franse Team Arkéa-B&B Hotels won Vauquelin een Tourrit. De ronde was amper twee dagen op weg. Het peloton had, na een dag eerder in Florence te zijn begonnen aan de 111de editie, nog geen millimeter op Frans grondgebied gereden of La Marseillaise schalde al tweemaal uit de speakers tijdens de podiumceremonie. Nadat Bardet de openingsetappe op zijn naam had geschreven en de nadagen van zijn carrière had opgefleurd met de gele trui, was het een etmaal later de beurt aan de jonge generatie. Symbolischer kon het haast niet voor het Franse wielrennen. De oude garde gaf bijna letterlijk het stokje over aan haar opvolging. Van veteraan Bardet, die dankzij zijn podiumplaatsen in Parijs – tweede in 2016, derde het jaar nadien – in het afgelopen decennium het dichtst bij het winnen van de talentenjacht ‘le nouveau blaireau’ was gekomen, droeg het vaandel over aan iemand die ook in dat opzicht zijn prestaties misschien wel kan nadoen. Of overtreffen. Op weg naar Bologna, waar San Luca het eindpunt van de tweede etappe was, bleek Vauquelin veruit de sterkste van een elf man sterke vroege vluchtersgroep. De Fransman had ruim twee maanden eerder bovendien al aangetoond uitstekend uit de voeten te kunnen op een klim van het kaliber San Luca; gedurende 1,9 kilometer omhoog trappen tegen een gemiddeld stijgingspercentage van 10,5%. Op de Muur van Hoei was hij in de Waalse Pijl knap tweede geworden achter de verrassende Stephen Williams. De kennismaking van het grote publiek met Vauquelin betekende bovendien de eerste Tourritzege voor zijn werkgever. En, achteraf gesproken, want Arkéa is niet meer actief in het peloton sinds dit jaar, ook de laatste en dus enige.

Klassementsrenner

Dat Vauquelin ook een goed klassement kan rijden, bewees hij vorig jaar. Na eerst opnieuw als tweede aan te tikken op de Muur van Hoei, nu achter Pogaçar, eindigde de Fransman op precies diezelfde positie in de eindrangschikking van de Ronde van Zwitserland. Mede dankzij zijn uitstekende tijdrijderskwaliteiten – Vauquelin werd als junior en belofte al nationaal kampioen – moet hij uiteindelijk alleen João Almeida voorlaten. De Portugees heeft in de openingsrit van de ronde kostbare tijd verloren in de chaotische toestanden na een valpartij, maar begint daarna aan een niet te stuiten opmars. De inhaalrace leidt er zelfs toe dat de aanvankelijk zo onfortuinlijke renner op de slotdag nog maar een halve minuut moet goedmaken op klassementsleider Vauquelin. Daar slaagt de renner van UAE Team Emirates in de afsluitende klimtijdrit naar Stockhütte op voortreffelijke wijze in. De Fransman verliest op de steile col ruim een minuut en moet zijn leiderstrui ‘in extremis’ afstaan. Desondanks bewijst Vauquelin zich als allrounder. Die lijn zal hij een maand later doortrekken in de Tour. Een zevende plek in de eindrangschikking, als beste Fransman, is het resultaat van de drieweekse expeditie door zijn thuisland. Vooruit, zowel Hinault als de voorlaatste Franse Tourwinnaar, Laurent Fignon, wonnen direct bij hun debuut en het zal de komende jaren hoogstwaarschijnlijk lastig zijn de heerschappij van Pogaçar en diens leger, met luitenanten als Almeida en Del Toro, te doorbreken. Als er echter een Fransman momenteel uitzicht heeft op de titel ‘le nouveau blaireau’ komt Kévin Vauquelin misschien wel het dichtst in de buurt. Tenzij Seixas zich al in de Tour meldt.

Foto Sirotti
Foto Sirotti
Foto Sirotti

Bekijk ook van Vincent de Lijser

Is de jarige Kévin Vauquelin ‘le nouveau blaireau?’

Wielercultuur

De jarige Daniel Félipe Martínez en zijn rol als meesterknecht voor Bernal in de Giro 2021

Wielercultuur