Foto Sirotti
Anthony Charteau en de bolletjestrui van 2010
Anthony Charteau staart mistroostig voor zich uit. Gelaten ondergaat hij de verplichte ceremonie die hem ten deel valt. Een trui, een bloemstukje en twee maal twee kussen van de in rood-wit gehulde rondemissen – de onderkant van hun sierlijke jurkjes heeft opvallend veel weg van een paraplu; of van een paddenstoel. Het gaat in een roes aan hem voorbij. Liever had hij hier nu niet gestaan, op het podium na afloop van de negende Touretappe van 2010 in Saint-Jean-de-Maurienne. Nou ja, juist wel graag, maar dan enkele minuten eerder. Op het moment dat de etappewinnaar gehuldigd werd. Met een brede grijns om zijn mond had Sandy Casar die eer echter voor zich opgeëist. Charteau had het feestelijke tafereel in de coulissen gade geslagen, terwijl hij een dikke brok teleurstelling probeerde weg te slikken. Een gevoel dat het beste te vergelijken valt met dat van iemand die een glaasje champagne mag meedrinken omdat de buurman zojuist de loterij heeft gewonnen, maakt zich van de gedrongen Fransman meester, wanneer hij het podium op wordt geroepen. Als schrale troost mag hij de bolletjestrui van het bergklassement komen afhalen. Het was dat Blaise Chauvière, een van de assistent-ploegleiders bij Bbox Bouygues Télécom, hem op de ceremonie had geattendeerd. Anders was Charteau, geheel ongewis van zijn troostprijs, direct de teambus in gestapt om zijn deceptie het eerstvolgende halve uur onder een handdoek te verstoppen.
Twee dagen eerder had het grote publiek voor het eerst kennis gemaakt met de tiendejaars prof uit Nantes. De aankomstlijn van de achtste etappe was getrokken in Morzine-Avoriaz, na een klim van eerste categorie met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,1%. In aanloop naar de Alpenreus was Charteau in de tegenaanval gegaan toen Mario Aerts, Koos Moerenhout en Amaël Moinard gedrieën voor het peloton uitreden. De achtervolging zou al snel een typisch voorbeeld blijken van een ‘chasse patate’. Nog voordat het serieuze klimwerk was begonnen hadden de klassementsrenners het viertal verslonden als weerloze zebra’s, die aan een roedel hongerige hyena’s ten prooi vallen. Met zijn mislukte achtervolgingspoging nog vers in het achterhoofd besluit Anthony het in de volgende etappe slimmer aan te pakken. De samenstellers van het Tourmenu schotelen de renners, daags na de eerste rustdag, liefst vier Alpencols voor, waaronder de Col de la Colombière en de Col de la Madeleine, uitgesmeerd over een afstand van meer dan tweehonderd kilometer. Aanvallers die willen meestrijden om de dagzege zullen moeten zorgen dat ze direct in de kopgroep zitten. Charteau is dan ook onmiddellijk alert als al na zeven kilometer koers Thor Hushovd en Jérôme Pineau het hazenpad kiezen. Een groep gelukszoekers, onder wie Damiano Cunego, Christophe Moreau en Casar, haakt bij hen aan.
Col de la Madeleine
Op de eerste beklimmingen van de dag strijden Pineau en Moreau om de bolletjestrui, maar als de Col de la Madeleine daar is moeten de beide Fransen de sterkste klimmers laten gaan. Het biedt Charteau een uitgelezen kans om de volle mep aan bergpunten op te strijken. En dat zijn er nogal wat. De Tourorganisatie kent dubbele punten toe op de slotklim van de dag, als die van tweede, eerste of buitencategorie is. Ongeacht of daar de finish ligt of dat er nog gedaald moet worden. Daardoor zijn er op de Madeleine, van buitencategorie, liefst veertig punten af te halen. Charteau is dankzij een korte tempoversnelling spekkoper. Als het bergklassement een hitparade was geweest zou hij met superstip zijn gestegen. Het is voor hem slechts een bijkomstigheid. Veel liever dan bovenop de Madeleine wil hij zijn laatst overgebleven tegenstanders, Luis Léon Sánchez, Casar en Cunego, klop geven aan de meet. Of het aan die korte tempoversnelling op de Madeleine ligt, de afstand van ruim tweehonderd kilometer of aan het doodeenvoudige feit dat Charteau weliswaar redelijk tegen een berg op kan fietsen, maar bepaald geen rasklimmer is, weet de hevig teleurgestelde renner zelf ook niet als hij na het eindsprintje in Saint-Jean-de-Maurienne over de streep komt. Wat hij wel weet is dat hij bij het inzetten van zijn eindschot veel te kort schoot. Een vijfde plek, achter Casar, Cunego, Sánchez en de teruggekeerde Moreau, is zijn deel.
Toch podium
Gelaten en in een roes van deceptie hoort hij assistent-ploegleider Chauvière iets zeggen over ‘podium’ en ‘bolletjestrui’. Dat hij die mag overnemen van Pineau heeft de Fransman zich onderweg nooit gerealiseerd en weegt bij lange na niet op tegen het mislopen van de dagzege. Pas ’s avonds op zijn hotelkamer slaat Charteau aan het rekenen. Door de puntentelling, waarbij relatief veel te halen valt op colletjes van tweede, derde en vierde categorie, is hij door zijn ‘lucky shot’ op de Madeleine niet kansloos in het bergklassement. Integendeel. Hij besluit de handschoen op te pakken en de strijd met Pineau en Moreau aan te gaan. Charteau sprokkelt, graait en verzamelt zo veel en vaak als hij kan zijn puntjes bij elkaar. Soms door met een vroege vlucht mee te glippen, dan weer door attent te zijn als een compact peloton een klim op rijdt. Met de hulp van zijn ploeggenoten van Bbox Bouygues Télécom slaagt hij erin zijn twee landgenoten af te troeven. Gehuld in de bolletjestrui staat Charteau verrassend op het podium in Parijs als winnaar van het bergklassement, terwijl hij vooraf niet eens op een lijstje met outsiders had gestaan. Het is de Tourdirectie een doorn in het oog. Veel liever hebben zij een grote naam als beste klimmer op het podium dan zo’n onbekende sprokkelaar. Het zorgt ervoor dat Anthony Charteau een grotere invloed op de Tour zal hebben dan hij zelf ooit gedacht had. In volgende jaren past de koersleiding de puntentelling van het bergklassement namelijk zodanig aan dat het voortaan haast ondoenlijk is om met aanvalslust en slim rekenwerk de bolletjestrui te winnen.
Foto Sirotti
Foto Sirotti
Foto Sirotti
Wat heb jij erop, Karsten? Giro duo doet ook de Tour