Foto Sirotti
17 juli 2001: de blik van Armstrong op Alpe d’Huez
Hoewel de herinnering aan Lance Armstrong volgens de Tourorganisatie en de rest van regelgevend wielerland moet worden uitgewist, zijn wij, wieleradepten van aller tijden, degenen die in de jaren ’80-90-00 voor de TV zaten en met onze eigen ogen hebben gezien wat er gebeurde. Ja. Achteraf is mooi wonen, zei Tom Dumoulin ooit, en met de kennis van nu kijk je met een andere blik naar de koers. Wat Armstrong heeft gedaan, vooral de intimidatie en andere praktijken richting bijvoorbeeld Tyler Hamilton en de grote farce die hij jarenlang staande hield, daar gaan we niet aan voorbij.
Maar wie op 17 juli 2001 de TV aan had staan en naar de etappe op Alpe d’Huez keek, weet dit moment nog als de dag van gisteren. Lance Armstrong leek Jan Ullrich recht in de ogen te kijken voordat hij hem op Alpe d’Huez achterliet. Vijfentwintig jaar later staat het beeld nog altijd overeind, al kreeg die beroemde blik een andere uitleg.
Op 17 juli 2001 was het een klassieke Ullrich vs Armstrong. Het is een bergetappe van Aix-les-Bains naar Alpe d’Huez. Lance Armstrong, de Amerikaanse titelverdediger van US Postal, draait zijn hoofd om op de flanken van Alpe d’Huez. Schuin achter hem rijdt Jan Ullrich, Tourwinnaar van 1997 en kopman van Team Telekom. Het lijkt een tergend lange blik achterom, alsof hij, Armstrong, de concurrentie montert. Twee tellen later zet hij zijn versnelling in en is hij vertrokken. De rest ziet de Texaan pas terug aan het eind van de 21 bochten. Armstrong is al twee minuten binnen als Ullrich aan komt stampen.
Die twee tellen krijgen een bijzondere plek in de Tourgeschiedenis. De scène zal bekend worden als The Look: de blik waarmee Armstrong zijn grootste rivaal zou hebben uitgedaagd en hem vervolgens genadeloos hebben gebroken.
Het was in ieder geval de opmaat tot een dominante zege van de Amerikaan. Het zou toen zijn derde Tour op rij worden, op weg naar zeven zeges, die hem (terecht) zijn afgenomen na zijn ‘bekentenis’ inzake systematisch dopinggebruik in diezelfde periode.
Vijfentwintig jaar later ligt dat verhaal minder eenvoudig. De aanval staat op beeld en de tijdsverschillen in de uitslag. Over de bedoeling achter de blik verschillen de lezingen, ook die van Armstrong zelf.
Hinderlaag
De tiende etappe voert over 209 kilometer van Aix-les-Bains naar Alpe d’Huez. Voor de slotklim staan de Col de la Madeleine en de Col du Glandon op het menu. Het is de eerste grote afspraak tussen de klassementsrenners in de Tour van 2001.
Armstrong begint de dag met 27 seconden voorsprong op Ullrich, maar US Postal Service oogt kwetsbaar. Christian Vande Velde heeft de Tour verlaten en meerdere ploeggenoten kampen met ziekte of blessures. Op de Madeleine blijven alleen Roberto Heras, de Spaanse klimmer, en José Luis Rubiera, zijn landgenoot en meesterknecht, bij hun kopman.
Armstrong rijdt intussen opvallend ver achter in de groep. Hij trekt grimassen, zijn schouders bewegen onrustig en de Franse televisie meldt dat hij in moeilijkheden zit. (Zou Voeckler dat gekke bekkentrekken van hem geleerd hebben?)
Team Telekom neemt de uitnodiging aan. Kevin Livingston, Giuseppe Guerini en Andreas Klöden voeren voor Ullrich het tempo op.
Telekom-ploegleider Rudy Pevenage vertrouwt het schouwspel niet, maar kan de vermeende zwakte van de Tourwinnaar moeilijk ongetest laten. Rubiera en Heras willen hun kopman naar voren brengen. Armstrong houdt hen rustig. Alles is onder controle.
Na de etappe vat hij zijn optreden samen als een tactisch spel. “Ik speelde poker met Telekom en ik won”, zei Armstrong destijds. Hij wist dat Ullrich moeite had met korte, felle demarrages. Telekom mocht daarom eerst kilometerslang geloven dat een gelijkmatige afmatting voldoende zou zijn.
Rubiera trekt door
Aan de voet van Alpe d’Huez heeft vroege vluchter Laurent Roux, de Fransman van Jean Delatour, nog 6.10 minuut over. Achter hem rijdt Armstrong ineens veel sterker. De renner die urenlang aan de rekker leek te hangen, schuift naar voren en geeft Rubiera een simpele opdracht: vol de klim in.
Rubiera trekt de groep uiteen. Ullrich en Andrei Kivilev kunnen aanvankelijk mee, maar zodra de Spanjaard zijn kopbeurt beëindigt en naar achteren beweegt, gaat Armstrong zelf. Eerst draait hij zijn hoofd. Daarna volgt de demarrage die het beeld zijn betekenis geeft.
Ullrich heeft geen antwoord. Armstrong rijdt na drie kilometer ongeveer 200 meter voor een achtervolgende groep met Ullrich, Joseba Beloki en Christophe Moreau. Halverwege de klim haalt hij Roux in. Boven stopt de klok na 6 uur en 23 minuten koers. Dat waren nog eens tijden.
Ullrich finisht op 1.59 minuut. Beloki wordt derde op 2.09, Moreau vierde op 2.30. Armstrong heeft de 21 haarspeldbochten in 38.01 afgewerkt, 26 seconden boven het klimrecord dat Marco Pantani in 1995 vestigde.
François Simon neemt die dag het geel over van Stuart O’Grady. Armstrong staat nog altijd 20.07 minuut achter hem, grotendeels door een eerdere monsterontsnapping. Simon is geen klimmer dus Armstrong zal ‘m later inhalen. Maar ten opzichte van zijn directe rivalen is hij nu de ‘primus inter pares’. Alhoewel hij eigenlijk gewoon de koning, keizer en admiraal was. Op alle fronten.
Niets is wat het lijkt?
Op televisie lijkt Armstrong Ullrich vlak voor zijn aanval rechtstreeks aan te kijken. Dat wordt ook door andere beelden versterkt. De blik sluit aan bij de rest van de etappe: eerst het gespeelde verval, daarna de aanval en ten slotte bijna twee minuten winst.
Armstrong gaf ruim twee decennia later een andere verklaring. Volgens hem keek hij niet naar Ullrich, maar zocht hij achter zich naar een ploeggenoot die hem kon helpen als zijn versnelling mislukte. Rubiera had net zijn zware kopbeurt beëindigd en Armstrong wilde weten welke knecht nog beschikbaar was.
“Vanuit die hoek lijkt het ook of ik recht in Ullrichs ogen kijk”, zei hij in zijn latere terugblik. “Ik keek daarom naar achteren om te zien waar mijn helpers waren, niet naar Ullrich.” Op het bewegende beeld leek Armstrong wel degelijk naar Ullrich te kijken. De Amerikaan mankeerde verder weinig aan z’n ogen en hij had enkel Rubeira bij zich. Het klinkt als een mooi verhaal achteraf om z’n ietwat arrogante houding uit die tijd recht te praten. Nogmaals, lijkt. Want alles uit deze periode blijkt niet te zijn wat het op papier of op beeld lijkt.
Andere tijd
De status van de scène veranderde ook door wat na 2001 bekend werd. Armstrong bekende in 2013 dat hij tijdens al zijn zeven Tourzeges verboden middelen had gebruikt. Zijn overwinningen werden geschrapt en voor die edities kwam geen nieuwe winnaar in de boeken. Ook Ullrich werd later gesanctioneerd voor doping, waarbij zijn resultaten vanaf 1 mei 2005 werden geannuleerd.
Daardoor kan de rit niet los worden gezien van het tijdperk waarin hij werd gereden. De beelden van 17 juli 2001 vertellen wie als eerste bovenkwam en hoe groot de verschillen waren. Maar een beeld kan bedriegen.
Misschien keek Armstrong naar Ullrich, misschien naar zijn laatste knechten. Vaststaat dat hij daarna aanviel en dat Ullrich niet kon volgen. De rest is een interpretatie van wat er is gebeurd. Of niet.