Foto Rob C. Kroes - Het Nationaal Archief, ANEFO

Fietsinspiratie

Giro Donne – de ijzers van Yvonne

Femke van den Berg vond fietsen maar stom. Niet dat ze niet kon fietsen, haar ouders hadden haar al op jonge leeftijd de kunst van het balanceren op twee wielen aangeleerd, maar ze vond het gewoon echt niet leuk. Waarom ze fietsen stom vond wist Femke niet precies, misschien was het wel omdat ze het te makkelijk vond. Femke was namelijk een schaatser, schaatsen vond ze het mooiste dat er was. Het balanceren op het ijs en vooral de kracht die je nodig had om snel te kunnen schaatsen. Ze was technisch niet de mooiste schaatser, maar spierkracht en duurvermogen had ze in overvloed en dit kon ze kwijt tijdens de lange afstanden op de schaatsbaan.

Tekst: Fedde Benedictus

Zo brachten haar ouders haar van kinds af aan naar Thialf waar ze zich dag in dag uit suf trainde op die langere afstanden. In de zomer als de baan gesloten was, maakte ze haar rondjes op skates door de weilanden. Waar ploeggenoten nog wel eens de fiets pakten, liet Femke die staan. En ondanks de eenzijdige manier van trainen, waardoor veel anderen de interesse op een gegeven moment zouden verliezen, bleef het heen en weer zoeven over het ijs of over het asfalt volgens Femke het mooiste dat er was. Haar grote voorbeeld was Yvonne van Gennip, die tijdens de Olympische spelen het onmogelijke deed en al haar Duitse concurrenten (toen nog uit het oosten) tegen alle verwachtingen in naar huis reed. Als ze de olympische wedstrijden van haar heldin terugkeek dan was hetgeen dat de meeste indruk op haar maakte, het geluid van Yvonnes ijzers die door het ijs van de Olympic Oval heen sneden, zwoesj, zwoesj. Ze hoorde ze zelfs boven het geluid van het publiek en de commentatoren uit, zwoesj, zwoesj.

Net als haar grote voorbeeld specialiseerde Femke zich in het allround schaatsen. Na een paar rondjes kwam ze in haar slag en als ze eenmaal in die slag zat, reed ze zo vlak als een metronoom. Zoals Yvonne de koningin van de spelen was, was Femke de koningin van het vlakke schema. Ze reden in precies dezelfde slag, al was Femke de enige op de wereld die dat wist. Als Femke echt in haar ritme zat voelde ze nauwelijks nog weerstand, het was alsof ze in de slipstream van Yvonne reed. Zo werd ze wereldkampioen bij de junioren en een paar jaar later Europees kampioen bij de vrouwen.

Het noodlot sloeg toe in de zomer, tijdens het skaten maakte ze een rare val door een kuil in het asfalt en belandde daarbij hard op haar linkerknie. Na een half jaar revalideren was de eindconclusie dat schaatsen niet meer ging, de zijwaartse beweging lukte haar knie niet meer. Artsen adviseerden haar om op de door haar verfoeide fiets te gaan trainen, een gelijkmatigere beweging die haar gewricht beter zou kunnen verdragen. Ondanks een flinke dosis weerzin klom ze toch op de fiets onder het motto ‘iets is beter dan niets’ en ook voor fietsen bleek ze aanleg te hebben. Vooral als het een beetje omhoog ging en het zwaarder werd, kwamen haar talenten tot wasdom en had ze zelfs plezier in het fietsen. Zo ontwikkelde ze een voorliefde voor de bergen. Haar talent voor klimmen werd al snel opgemerkt en na twee jaar op de fiets werd ze door haar ploeg geselecteerd om mee te doen aan de Giro Donne. In de vlakke ritten stond ze haar kopvrouw bij, een van de betere sprintsters van het peloton, maar in de geaccidenteerde ritten mocht ze voor eigen succes gaan.

Passo San Marco

In de koninginnerit van die Giro waren twee serieuze klimmen opgenomen, waarvan de finaleklim de Passo San Marco was, vijftien kilometer tegen ruim zeven procent. Na een warme uitputtende dag kwamen ze met een inmiddels flink uitgedund peloton aan bij de voet van de San Marco. Direct vanaf de start van de klim zette de draagster van de blauwe trui, een Italiaanse renster van het Faren-Honda team, aan en reed weg. Dit was het moment flitste er door Femke heen. Met een splijtende demarrage en uiterste krachtinspanning nestelde ze zich in het wiel van de Italiaanse. Toen ze een minuut later weer wat op adem was gekomen en achterom keek naar de rest van het uitgedunde peloton waren die al in het bochtenspel van de Alp verdwenen. Zo buffelden ze gezamenlijk door naar boven, de Italiaanse voorop, Femke in het wiel. Af en toe keek de Italiaanse om en maakte een overname gebaar, waarop Femke steevast nee moest schudden. Niet dat ze niet wilde overnemen, maar het zat er gewoon niet in. Onder het spandoek van de vier kilometer was de koek bij Femke op en ging het licht langzaam uit. Ze zakte er doorheen, eerst moest ze een wiellengte laten en toen een fietslengte, waarna ze meter voor meter de Italiaanse langzaam van zich zag wegrijden. Boven haar hoofd cirkelde, als een zwevende deur, een vale gier. Ze wist het nu zeker, ze was stervende en verworden tot een mogelijke prooi.

Langs de kant

Opeens zag ze een schim aan de kant van de weg. Door uitputting en zweet in haar ogen was de schim niet scherp, maar toen ze beter focuste zag ze het opeens, het was Yvonne. Wat moest die nou hier op de berg? Ze schreeuwde: ‘Kom op! Je kan het!’ en stak iets zwarts naar haar uit. Femke ging rechtop zitten en pakte terwijl ze langs Yvonne reed een paar schaatsen aan. Ze keek er even naar en trok ze vervolgens met een vloeiende beweging over haar voeten. Ze voelde mentaal toversap vanuit haar voeten omhoog door haar benen stromen, ze keek naar beneden en zag zwarte noren met veters in plaats van witte wielrenschoenen met klittenband aan haar voeten zitten. Ze keek weer vooruit en voelde dat ze ging glijden in plaats van trappen, zwoesj, zwoesj, haar tempo versnelde. Ze kwam in haar schaatsritme en begon steeds sneller omhoog te rijden. In de verte zag ze de Italiaanse, maar er was nog tijd, het was nog drie kilometer tot de meet.

Op iets minder dan twee kilometer voor de top vond ze het achterwiel van de Italiaanse. Ze gleed haar voorbij zonder op de pedalen te staan, zonder te versnellen, gewoon in haar strakke tempo, zwoesj, zwoesj. De Italiaanse probeerde haar te volgen maar zat meteen op het elastiek dat enkele seconden later knapte.

Het bleek het laatste te zijn dat Femke nog van de Italiaanse zag op deze klim, pas een ruime minuut nadat ze de meet had gepasseerd stond de Italiaanse volledig buiten adem naast haar stil om haar te feliciteren. Femke, inmiddels zelf weer wat op adem gekomen, keek nog even met verbazing naar de witte wielrenschoenen aan haar voeten en dacht terug aan haar wonderlijke ontmoeting. Zo won ze in navolging van de koningin van de spelen en de koningin van het vlakke schema schaatsend op haar fiets de koninginnerit van de Giro Donne.

Foto Rob C. Kroes - Het Nationaal Archief, ANEFO

Bekijk ook van HetisKoers!

Giro Donne – de ijzers van Yvonne

Fietsinspiratie

Lidl-Trek shopt bij Visma! Niermann verlaat succesformatie

Algemeen