De jarige Manuel Martín Piñera en zijn overwinningen in de Vuelta!
‘Abuelito’ wordt hij liefkozend genoemd in het peloton. ‘Opaatje’, in goed Nederlands. Dat is hij natuurlijk nog helemaal niet, maar doordat hij al bijna achtendertig levensjaren op de teller heeft staan, is Manuel Martín Piñera een van de oudste deelnemers aan de 23ste editie van de Vuelta. De Spaanse veteraan is geen onbekende van de ronde door zijn thuisland.
Debuteren in de Vuelta
Negen jaar eerder had hij, op relatief hoge leeftijd voor een debutant, zijn eerste Vuelta gereden. Ook in de Tour was Martín Piñera twee keer aangetreden, in zowel 1963 als 1964, en hij had zelfs eens de Giro gereden. ‘Abuelito’ sloeg in 1967 zelfs de door hem zo geliefde Spaanse expeditie over om in Italië aan te treden. De beide grote ronden worden dan nog – en dat zal tot en met 1995 het geval zijn – kort achter elkaar in het voorjaar georganiseerd. Alleen renners met een ogenschijnlijk onuitputtelijke conditie wagen in die tijd een poging de Vuelta en de Giro direct na elkaar af te werken. Het blijft voor de Spanjaard, afkomstig uit de noordelijk gelegen regio Cantabrië, bij die ene deelname in Italië.
Overstap en terugkeer
In 1968 is hij terug waar hij hoort. In de Vuelta. Aan het begin van het seizoen is Martín Piñera overgestapt van de befaamde KAS-ploeg naar Karpy. Van een frisdrankfabrikant naar een merk sinaasappellikeur. Zowel het oude als het nieuwe team van ‘abuelito’ beschikt niet over een kanshebber op de eindoverwinning. Waar vedetten als Jan Janssen, Felice Gimondi, Rudi Altig en Lucien Aimar elkaar beconcurreren om de amarillo leiderstrui, hebben de renners uit de Spaanse ploegen – naast KAS en Karpy behoren ook Ferrys en Fagor in 1968 tot de in totaal slechts negen deelnemende teams van elk tien renners – hun zinnen gezet op dagsuccessen. Dat is aan Martín Piñera wel besteed.
Ontsnappen
De routinier is een zogenaamde ‘one trick pony’. Martín Piñera kan namelijk niet sprinten, is slechts een heel bescheiden klimmer en ook het tijdrijden is niet aan hem besteed. De renner van Karpy kan uitsluitend winnen door een ontsnapping succesvol af te ronden. En dan het liefste een solo. Dan is het risico dat een van zijn medevluchters hem in de slotkilometer alsnog weet af te troeven, uitgesloten. Het verklaart waarom Martín Piñera al na een klein kwartiertje koers het hazenpad kiest in de 167 kilometer lange achtste Vuelta-etappe tussen Benidorm en Almansa. Hoe vroeger hij vertrekt, hoe meer andere renners het woord ‘gekkenwerk’, of een anderstalige variant daarop, door hun hoofd voelen schieten en de avontuurlijk ingestelde Spanjaard laten begaan. Die realiseert zich dan de eerstvolgende uren in het zadel moederziel alleen te zullen zijn, maar het is zijn enige kans op succes. In 1965 had een soortgelijke strategie hem al twee dagzeges opgeleverd.
Opnieuw succes
Drie jaar later slaagt Martín Piñera opnieuw in zijn opzet. De Vuelta-favorieten vinden het best. Janssen heeft de eerste twee etappes gewonnen en een paar dagen in de leiderstrui gereden. Daarna heeft Altig het commando overgenomen, maar ook die ziet geen gevaar. Sterker, de Duitser, die net als Gimondi uitkomt voor de Italiaanse Salvarani-ploeg, realiseert zich dat het juist lekker is om even een dagje geen huldigingsverplichtingen te moeten ondergaan en de druk van het amarillo op zijn schouders te voelen. Martín Piñera is de ideale bliksemafleider. ‘Abuelito’ komt met vier minuten voorsprong in Almansa aan. Zijn monsterontsnapping levert hem ditmaal niet alleen de ritzege op, maar ook de leiderstrui. Voor een dagje dan. Een etmaal later stelt Altig al weer orde op zaken en herovert het tricot op de Spanjaard.
Een mokerslag
Op de slotdag zal Martín Piñera zich opnieuw doen gelden. De veteraan – op internet is er onduidelijkheid over zijn geboortejaar. Procyclingstats.com houdt 1931 aan, maar meerdere bronnen beweren dat de Spanjaard precies 365 dagen eerder ter wereld kwam en dus nog een jaartje ouder is dan menigeen denkt – slaat in de laatste Vuelta-etappe nogmaals toe. Vanzelfsprekend dankzij zijn beproefde methode. In de tussentijd is de Spaanse ronde een strijd geworden tussen de Italiaans-Duitse tandem Gimondi-Altig en uitdager José Pérez Francés. Die deelt in een door sneeuw, mist en wind geteisterde bergetappe naar Gijón een mokerslag uit aan de beide ploeggenoten en grijpt de macht. Veel Spanjaarden denken dat de ronde beslist is, maar Gimondi legt zich daar niet bij neer.
Revanche
Twee dagen later neemt hij in een volgende bergetappe revanche. De Tourwinnaar van 1965 onttroont Pérez Francés als klassementsleider. Mooie bijkomstigheid is dat Altig op weg naar de Baskische hoofdstad Vitoria-Gasteiz liefst tien minuten verliest. Iedere vorm van twijfel over het kopmanschap binnen Salvarani smelt als sneeuw voor de zon. Gimondi is de sterkste. Punt. Dankzij zijn al genoemde Tourzege en zijn Girowinst in 1967 mag de Italiaan zich dan, na Jacques Anquetil, de tweede renner in de geschiedenis noemen die alle drie de grote ronden wint. In Bilbao, waar de Vuelta van 1968 finisht, staat de eindwinnaar naast Martín Piñera op het podium. ‘Opaatje’ heeft na het verliezen van de leiderstrui geen rol van betekenis meer gespeeld in de ronde, die bijna nooit haar eindpunt had bereikt.
Bom
Tijdens de vijftiende etappe, van Vitoria-Gasteiz naar Pamplona, laat de Baskische terreurbeweging ETA een bom ontploffen op de Puerto de Urbasa. Geen van de renners raakt gewond, maar het halve peloton moet over een forse krater in het asfalt klauteren om haar weg te vervolgen. De etappe wordt logischerwijs geannuleerd. De koersdirectie wil de Vuelta na de aanslag helemaal stop zetten, maar de ploegleiders dringen er gezamenlijk op aan de ronde af te maken. Na veel gesteggel krijgen ze hun zin. Het uiteindelijke besluit om de Vuelta te vervolgen biedt Martín Piñera de kans om in de slotetappe naar Bilbao nogmaals een succesvolle monstersolo op touw te zetten. Iets dat hij een jaar later opnieuw voor elkaar zal weten te krijgen. Dankzij zijn dadendrang wint hij uiteindelijk in totaal liefst vijfmaal een Vuelta-etappe en draagt een dag de leiderstrui. Manuel Martín Piñera mag in het peloton van de late jaren ’60 dan wel ‘abuelito’ worden genoemd, ‘opaatje’ toont feilloos aan nog lang niet oud en versleten te zijn.
