Netflix probeert na de scheutig besproken Tour de France-reeks opnieuw de wielersport nader te verklaren, ditmaal met een documentaire over Mark Cavendish: Never Enough.

Onze gelegenheidsrecensent zou niet weten waarom je aan series bingende dummies moet uitleggen waarom een renner uit een peloton ontsnapt. Maar deze docu vertelt méér.

Wel meteen twee zaken verklappen: dit – uiteraard – gelikte verhaal eindigt iets te vroeg bij de Tour van ’21, met die vier ritzeges en de groene trui. Het was de meest opzienbarende wederopstanding van een dertiger sinds die van Jezus van Nazareth.

En ik ben fan. Mark Cavendish is de laatste der nukkige kampioenen. Fuck de gunfactor. Alleen grootheden ook spotten met de eindigheid dat een wielerpensioen betekent, hij zou momenteel overwegen om volgend jaar alsnog zijn gedroomde 35e sprintzege in de Tour na te jagen.

Altijd dat gezeur over die 34 etappes die hem in legendevorming verbindt met Merckx. Andere tijden, andere cijfers. Het record van oudste ritwinnaar in de Tour, daar kun je ook een ding van maken. Straks stapt Eddy ook weer op.

Cavendish sprak niet eerder zo openhartig over de periode van vóór z’n comeback. Zijn verwrongen mijnwerkersblik staart in 2018 langdurig in de camera, die vast dan al dient om het gedroomde record in beeld te brengen.. Zwart het stof, duister zijn blik. Een kampioen die bezig is om te stoppen nog langer in zichzelf te geloven, na wéér een hopeloze Touretappe.

Andere wedstrijden tellen niet voor hem. Voor dummies ook niet natuurlijk. Hij is zichzelf in de voorbereiding gaan uithongeren om geforceerd in vorm te raken. Maar behalve een paar kilo verliest hij zichzelf die dagen. Hij raakt uitgeput, eerst door het Epstein-Barr-virus en dan door een depressie.

We zien Lance Armstrong in zijn podcast verklaren dat het klaar is met de beste sprinter aller tijden. En een jaar later weer, van je vrienden moet je het hebben. Een groot kampioen die aan zichzelf durft te twijfelen, daar had de Texaan nog iets van kunnen leren.

De kunst van het géén vrienden maken in het peloton, die beheersen ze allebei. Maar Cavendish is niet alleen eerzuchtig en egocentrisch. Hij doet op een innemende manier zijn best de kijker een blik in zijn ziel te gunnen. Kom daar eens om bij de jonge generatie kampioenen.

Het is regisseur Alex Kiehl vergeven dat dit niet het hele verhaal is. We zien weliswaar hoe valpartijen zijn mentale hardheid breken, maar dat Cav niet te beroerd was om zelf elleboogjes uit te delen in volle sprint hoeft de dummie niet te weten. En hoe groot was de impact van de gewapende overval bij hem thuis, vlak na de Tour van ‘21, waarbij zijn gezin gegijzeld werd.

Ook over zijn voormalige vriend Patrick Lefevere zegt de Brit niets. Gelukkig is de Vlaamse Godfather van de koers nooit te beroerd om zichzelf op de schouders te kloppen. En inderdaad, hij vist eind ’20 de bijna vergeten kampioen uit de goot na wéér een mislukt seizoen. Cavendish mag voor een modaal salaris reservesprinter worden bij Quickstep. Hij vindt zijn sprintersbenen terug dankzij de afbeulende begeleiding van een Griekse trainer.

En dan een wonder, alsnog naar de Tour. Als het een dramaserie was geweest op Netflix dan had hij meteen het record van de meeste etappezeges gebroken. Lefevere gunt hem het volgende seizoen geen legendarisch vervolg, hij trekt liever de portemonnee voor jongere sprinters.

In een dramaserie zou de hoofdpersoon zijn gram halen bij een andere ploeg. In het echt ook, een tikje geobsedeerd geraakt door die ene sprintzege. Het lukt hem zelfs bijna, de afgelopen maand. Maar in de weerbarstigheid van dat voor sommigen moeilijk te begrijpen wielrennen weegt de lulligste van al zijn crashes zwaarder dan opgeklopte legendevorming.

Voor wie de Tour-serie overweegt tijdens een regenachtige augustusdag: kijk liever deze.

Mark de Bruijn