Foto Sirotti
Waalse Pijl als lakmoesproef, Sergeant trekt transferdebat rond Uijtdebroeks weer open
Voor Cian Uijtdebroeks lijkt het begin 2026 al Alarmfase 2. Een 31ste plaats op de Muur van Hoei volstaat in ieder geval voor analist Marc Sergeant om de hele overstap naar Movistar in vraag te stellen. De renner van Movistar ziet het zelf anders.
Cian Uijtdebroeks is nog niet helemaal in z’n sas. Laten we dat een understatement noemen. De 23-jarige Belg finisht in zijn debuut in de Waalse Pijl als 31ste, op 37 seconden van de bijna vier jaar jongere winnaar Paul Seixas. Nog geen uur na de aankomst legt analist Marc Sergeant de prestatie in Het Nieuwsblad onder het vergrootglas, en trekt hij het debat breder open dan één koersdag in Wallonië.
De Waalse Pijl wordt al vóór de slotklim beslist door positionering en herhaalde inspanningen op korte, steile hellingen. Voor een ronderenner in wording als Uijtdebroeks is het een geen natuurlijke testomgeving, precies omdat ze het verschil blootlegt tussen pure klimkracht en explosiviteit.
De dag op de Muur
Uijtdebroeks was op geen enkel moment in de buurt van de kop toen het peloton de Muur van Hoei opreed voor de beslissende passage. Na afloop was hij er zelf helder over. “Ik zat gewoon wat te ver”, zei hij in Het Nieuwsblad. “Als je dan posities moet gaan goedmaken, dat is op dit terrein onmogelijk.”
Hij beschreef de Waalse Pijl als “eigenlijk een Vlaamse klassieker met een langere sprint op het einde” en gaf toe dat dat soort koersen niet bij zijn sterkste punt hoort. “Het is een beetje te punchy voor mij. Ook onderweg zijn die hellingen net iets te puncherig.” Tegelijk sloot hij verbetering niet uit: “Dat moet in de toekomst ook gewoon beter.”
De les van de dag was volgens hemzelf tactisch. “Het positioneren is heel de dag lang superbelangrijk, om niet te veel energie te verspillen. De koers wordt voor de Muur al gereden.” Die analyse klopt voor deze wedstrijd: wie onderaan de Muur niet in de eerste twintig posities zit, verliest de koers al voor de steilste meters beginnen.
Breder beeld
Sergeant, oud-ploegleider en vaste analist bij Het Nieuwsblad, ging verder dan een koersanalyse. “Het is duidelijk dat de Muur van Hoei voor hem veel te explosief is”. Maar zijn eigenlijke punt ging over de carrière van de jonge renner tot nu toe. Na (toen nog) BORA-hansgrohe en Visma Lease-a-Bike is Uijtdebroeks bij Movistar alweer aan een nieuwe ploeg toe, maar voorlopig slaagt hij er opnieuw niet in om de verwachtingen die er ooit rond hem leefden waar te maken.
Na zijn vertrek bij BORA-hansgrohe en vervolgens bij Team Visma | Lease a Bike was de overstap naar Movistar bedoeld als een frisse start. Uijtdebroeks zei eerder zelf dat hij een “lossere ploeg” nodig had. De vraag is of die vrijheid al resultaten oplevert. Je zou je ook kunnen afvragen of Uijtdebroeks scherp heeft wat er uiteindelijk nodig is om naar de top te komen. Nu zijn er vele wegen die naar Rome leiden, maar als Movistar geen succes wordt, dan kan de Belg zomaar het predikaat ‘eeuwig talent’ krijgen.
Het is in 2026 zeker dus geen hosanna. Zijn seizoenstart werd ontregeld door een val en elleboogbreuk in de Ronde van Valencia. In de Ronde van Catalonië werd hij achtste in het eindklassement, in het Baskenland twaalfde. Geen onaardige resultaten, maar hem werd toch meer toegedicht. In maart finishte hij als vijfde in Milaan-Turijn, op een aankomst bergop, zijn beste resultaat dit seizoen.
Wat kan hij in Luik?
Zondag rijdt Uijtdebroeks Luik-Bastenaken-Luik, een koers die hem op papier beter ligt. Hij zei er zelf over: “Dat ligt mij zeker beter. Iets slopender, meer klassieke parcoursen.”
Het verschil zit in het profiel. Waar de Waalse Pijl beloont wie de scherpste punch heeft op één beslissende klim, vraagt Luik uithoudingsvermogen over langere hellingen en een zwaarder parcours. Dat speelt meer in op de kwaliteiten waarmee Uijtdebroeks zijn reputatie opbouwde.
Na Luik volgt de Tour Auvergne-Rhône Alpes als voorbereiding op zijn Tourdebuut in juli. Dáár, in de hooggebergteritten, zal het antwoord op Sergeants kritiek uiteindelijk moeten komen. Maar eerst is er zondag: 260 kilometer door de Ardennen die zullen bepalen of de Muur van Hoei een uitzondering was of dat het toch een trend is bij de jonge Belg.