Hoe maken we de Tour 2011 boeiender dan de Noord-Koreaanse verkiezingen?
Was de Tour van 2010 spannend om te zien? Voor ons als überfans wellicht wel. De ketting van Andy, het sterke rijden van Robert Gesink en Jurgen Van den Broeck, het einde van het tijdperk-Armstrong en de onmacht van Cadel Evans. Er viel heus wel wat te genieten. Maar voor de gemiddelde tv-kijker was deze Tour even spannend als de Noord-Koreaanse verkiezingen. Of kijken naar een interview met Denis Menchov, no?
Vandaar dat Gerry van Gerwen, oud-ploegleider van Milram, in de Volkskrant van 6 november een aantal voorstellen doet om de Tour boeiender te maken. Zijn betoog kent vijf hoofdpunten. Ik som ze op:
- Handhaaf de oortjes en laat iedereen meeluisteren
- Verklein de tourploegen en laat reserverenners invliegen
- Meer dan een uur achterstand in één week? Naar huis!
- Laat renners op zwaarder in plaats van lichter materiaal fietsen
- Weg met de medische attesten: alleen gezonde renners doen mee
Van Gerwens betoog is zonder meer interessant. Maar benoemt hij wel de juiste pijnpunten? Ik twijfel. Daarom voeg ik in dit stuk mijn eigen voorstellen tot veranderingen toe, in de hoop de discussie op gang te brengen – de ASO en UCI schijnen dit blog immers te spellen. Daar gaan we:
1 Breng de bonificatieseconden terug, ook in bergetappes
Herinnert u zich de Giro van 2009? Waarin Menchov en Di Luca vochten om seconden? Berespannend. De twee streden om elke overwinning en elke podiumplaats, want de bonificatieseconden waren hard nodig om het roze veilig te stellen. We zaten op het puntje van onze stoel. Bovendien voorkomt deze wijziging gênante cadeautjes van geletruidragers aan hun uitdagers.
2 Geef ons de klimtijdrit terug!
Van oudsher wint een renner de Tour als hij twee disciplines tot in de puntjes beheerst: tijdrijden en klimmen. Wat is er dan logischer dan de terugkeer van de klimtijdrit, die beide disciplines in zich herbergt? Laat renners zo hard mogelijk tegen de klok een berg op racen. Heroïek, eenzaamheid en krachtsexplosies willen we zien.
3 De bolletjestrui is voor de beste klimmer
Als je maar vaak genoeg als eerste bovenkomt op een bult van de tweede categorie en af en toe in de juiste ontsnapping zit, kun je de bolletjestrui mee naar huis nemen. Maar ben je dan ook de beste klimmer van de ronde? Welnee. Schleck en Contador waren verreweg de beste klimmers van de Tour 2010, maar werden respectievelijk derde en vierde in het bergklassement. Dat is scheef. De oplossing? Geef extra gewicht aan cols van de buitencategorie en eerste categorie en bovenal: schenk de winnaar van een aankomst bergop bonuspunten. Zo voorkom je devaluatie van de bergprijs.
4 De puntentrui is voor de beste sprinter
Mark Cavendish won vijf etappes, maar Alessandro Petacchi pakte de groene trui. Ook daar klopt iets niet. Geef een etappewinnaar bonuspunten en ken minder gewicht toe aan tussensprints.
5 ‘Moeilijke’ etappes zijn goed
Hier begeef ik me op glad ijs. Voor de renners is een kasseienetappe een gruwel, maar voor de kijkers is het een hoogtepunt. De touretappe door Noord-Frankrijk was spannend, de Strade Bianchi-etappe in de Giro was ronduit fantastisch. Een genot voor tv-kijkende wielerfans. Ook de etappe door de Ardennen beloofde spektakel…
6 Solidariteit is goed, maar met mate
Waarom werd die Ardennenetappe naar Spa een sof? Omdat Fabian Cancellara het voor elkaar kreeg de etappe te neutraliseren nadat Andy Schleck door een valpartij op achterstand was geraakt. De renners in het peloton schikten zich naar de wens van Fabian, maar waarom eigenlijk? In de kasseienetappe ging ploegmaat Fränk Schleck onderuit, maar daarop wachtte Fabian niet. En toen Andy’s ketting eraf liep, zette Contador nog eens lekker aan. Daarom: solidariteit is goed, maar als het om winnen gaat, wil de tv-kijker graag echte strijd zien. En dan is de een zijn dood wel eens de ander zijn brood. Dat noemen we sport.
7 Wees niet bang voor aankomsten bergop
Waarom waren de Giro en de Vuelta in 2009 en 2010 zoveel spannender dan de Tour? Omdat er veel meer aankomsten bergop waren. En daar zaten een paar hele extreme aankomsten tussen (denk maar aan de Monte Zoncolan in de Giro of het geitenpad El Angliru in de Vuelta). De parcoursbouwers van de Tour waren de afgelopen twee jaar bang voor bergetappes met finish op een col. In een flink aantal etappes lag de laatste col meer dan 40 kilometer voor de aankomst, waardoor de spanning ver te zoeken was. Anticlimax is het woord. Gelukkig is het tourparcours van 2011 op papier al een stuk spannender.
En nu?
Ik besef dat wijziging 6 een mentaliteitskwestie is, maar alle andere punten zijn relatief eenvoudig te realiseren. Ik begrijp ook dat een aantal voorgestelde wijzigingen de Tour zwaarder maakt voor de renners, maar daar was deze discussie niet om begonnen; het gaat hier om het aantrekkelijker maken van de ronde voor de toeschouwers. Om de wielersport te redden voor de lange termijn.
Wat vind jij?
Ik ben heel benieuwd naar andere wijzigingen en voorstellen om de Tour aantrekkelijker te maken. Laat ze vooral achter in de reacties hieronder.