Foto Stefano Sirotti
Vlamingen, doe voorzichtig met Jarno Widar!
België heeft een nieuw wielerwonder om zich aan te laven. Jarno Widar reeg bij de beloften de overwinningen aan elkaar, maakte dit jaar indruk in zijn eerste profseizoen en lijkt klaar om op het hoogste niveau mee te strijden. Maar de vergelijking met Eddy Merckx ligt alweer op de loer. Hoog tijd om de verwachtingen een beetje te temperen.
De laatste 1,2 kilometer naar Mashan Nongla Scenic Spot – wie kent het niet? – loopt gemiddeld aan 14,8 procent. Op die muur in Guangxi beslist Jarno Widar ‘de ronde’. De twintigjarige neoprof wint de koninginnenrit voor Tom Pidcock en daarmee ook zijn eerste Worldtour rittenkoers. Een week eerder won hij al Tre Valle Varesine. Er zullen Vlamingen voor minder de nieuwe Merckx hebben uitgeroepen.
Belgen hebben een bijzondere relatie met hun wielerhelden, die ze koesteren als goud. Zodra er een nieuwe generatie opstaat, begint de zoektocht naar de volgende winnaar en zien ze in alles aanwijzingen voor een grootse carrière.
Jarno Widar is inmiddels een renner die al breeduit wordt omarmd in Vlaanderen. Met zijn indrukwekkende prestaties bij de beloften – hij won onder meer de Giro Next Gen, Luik-Bastenaken-Luik voor beloften en het Europees kampioenschap – heeft hij de aandacht al langer op zich gevestigd. En ook bij de profs heeft Widar al laten zien dat hij ‘geen gewone’ is. Zijn zege in Tre Valli Varesine en zijn sterke optreden in de Vuelta onderstrepen dat hij over de juiste kwaliteiten voor een toprenner beschikt. Hij heeft bovendien een wapen dat veel andere klimmers missen: explosiviteit.
Maar tussen een bliksemstart als jonge renner en uiteindelijk een uitzonderlijke carrière liggen veel valkuilen op de loer. Widar zal niet de eerste zijn die ten onder gaat aan torenhoge verwachtingen van buitenaf.

De vloek van de nieuwe Merckx
Eddy Merckx is de maatstaf waarmee het Belgische wielrennen al decennialang zijn renners beoordeeld. Vijf keer de Tour de France, vijf keer de Giro d’Italia, drie keer wereldkampioen, talloze monumenten en een erelijst die nauwelijks te bevatten is. Merckx won niet alleen veel, hij domineerde.
En de vergelijking is ergens best logisch. België snakt naar een Tourwinnaar. Remco Evenepoel heeft de laatste jaren al een bizar palmares opgebouwd, maar ook hij werd regelmatig langs de meetlat van Merckx gelegd. En die Tourzege lijkt ver weg. Nu Widar zich ontpopt, lijkt de zoektocht alweer opnieuw begonnen.
Het probleem is dat de verwachtingen soms zo groot worden dat een renner zelf nauwelijks nog de kans krijgt om zijn eigen carrière vorm te geven. Een tweede plaats wordt dan een gemiste overwinning. Een mindere koers een teken dat het tegenvalt. Een talent dat liever de Waalse klassiekers wint dan zich op grote rondeklassementen toelegt, moet uitleggen waarom hij niet meteen de volgende Tourwinnaar wil worden.
De beloften zijn geen blauwdruk voor de profs
Widar heeft bij de beloften genoeg laten zien om serieus genomen te worden. Maar resultaten in die categorie zijn geen garantie voor succes bij de profs. De wedstrijden zijn anders, de concurrentie is niet vergelijkbaar en de manier waarop een renner zijn inspanningen moet verdelen, zijn totaal verschillend.
Widar weet dat zelf ook. Voor zijn profdebuut temperde hij de verwachtingen en benadrukte hij dat hij opnieuw vanaf nul begon. Zijn prestaties bij de beloften waren volgens hem geen garantie voor wat er daarna zou komen.
En nu doet hij zichzelf een beetje de das om. Door het seizoen 2026 af te sluiten als een raket. De hele winter kunnen de Vlamingen dromen over zeges in Luik, punchfinishes in grote rondes en misschien wel een duo-kopmanschap op het WK in Sallanches. Want ja, als je Tom Pidcock twee keer zo indrukwekkend klopt…
Dus ja, Jarno Widar mag stilaan gaan dromen van grote overwinningen. België mag hopen op een nieuwe kampioen. Maar laten we hem vooral niet opzadelen met de opdracht om de nieuwe Eddy Merckx te worden. Hij hoeft alleen maar de beste Jarno Widar te worden.