Top 5 Franse Tourzeges op Quatorze Juillet: van Barguils bocht tot Virenques lijdensweg
Een Franse ritzege op 14 juli is zeldzaam genoeg om jaren later nog aan een bocht, berg of dorpsplein te kleven. Deze vijf overwinningen kregen hun betekenis door een lange vlucht, persoonlijk verdriet of perfect koersinzicht.
In Foix draait Warren Barguil, de 25-jarige Bretonse klimmer, op 14 juli 2017 als tweede door de laatste haarspeldbocht. Hij kiest een brede lijn, houdt snelheid en klopt Alberto Contador, Nairo Quintana en Mikel Landa. Boven de aankomst hangt de Franse driekleur aan het kasteel. Na 101 nerveuze kilometers en drie Pyreneeëncols heeft Frankrijk eindelijk weer zijn winnaar op de nationale feestdag.
Quatorze Juillet staat in het teken van de val van de Bastille in 1789 en het begin van de Franse Revolutie. Terwijl parades en vuurwerk het land vullen, trekt de Tour door dezelfde steden en landschappen. Een Franse ritwinnaar wordt daardoor voor één dag meer dan een ploegbelang. Toch zijn zulke zeges schaars: tussen David Moncoutié in 2005 en Barguil in 2017 lag twaalf jaar.
Deze rangschikking gaat daarom niet alleen over palmares. De manier van winnen, de persoonlijke achtergrond en de plaats van de zege in het Franse koersgeheugen bepalen de volgorde.

1. Warren Barguil, 2017: de bocht van Foix
Barguil begon de Tour van 2017 na een gebroken bekken in de Ronde van Romandië. In de Pyreneeën droeg hij de bolletjestrui en had hij al een fotofinish verloren van Rigoberto Urán. Op 14 juli kwam een nieuwe kans.
Contador viel vroeg aan, waarna Landa vanuit de ploeg van de gele trui vooruit werd gestuurd. Barguil en Quintana sloten later aan. In Foix werd geen massasprint gereden, maar een kort gevecht tussen vier klimmers die na de laatste bocht nauwelijks tijd hadden om opnieuw aan te zetten.
Barguil had voor de start al aan de datum gedacht. “It’s incredible. I said before the start it would be good if a Frenchman won. It’s exceptional,” zei hij na de finish.
De zege bleek het begin van zijn beste Tour. Barguil won later op de Col d’Izoard en nam de bergtrui mee naar Parijs.
2. Richard Virenque, 2004: alleen naar Saint-Flour
Richard Virenque, de 34-jarige Franse klimmer, inmiddels in de nadagen van zijn carriere, viel na ongeveer twintig kilometer aan in de langste rit van de Tour van 2004. De etappe van Limoges naar Saint-Flour telde 237 kilometer en negen gecategoriseerde beklimmingen. Virenque kwam op iedere top als eerste boven.
Axel Merckx bleef lang bij hem, maar moest op de Puy Mary lossen. Virenque legde de laatste circa 64 kilometer alleen af en hield ruim vijf minuten over op de groep met Lance Armstrong, Jan Ullrich en geletruidrager Thomas Voeckler.
Zijn populariteit stond tegenover zijn rol in de Festina-affaire en de schorsing die hem de Tour van 2001 had gekost. Dat verleden bleef onderdeel van zijn verhaal; tegelijk bracht de overwinning hem opnieuw midden tussen de Franse supporters, terwijl hij op weg was naar een recordbrekende zevende bergtrui.
Virenque droeg de zege op aan de kort daarvoor overleden Festina-mecanicien Joël Chabiron en zijn grootmoeder. “It’s fabulous. I was at the end of my strength. I had cramps everywhere,” zei hij geëmotioneerd.
Foto Sirotti

3. David Moncoutié, 2005: een eenling redt zijn Tour
Op de Col du Corobin probeert Merckx opnieuw een vlucht naar de feestdagzege te dragen. Ditmaal reageert David Moncoutié, de stille Cofidis-klimmer die zijn hele profloopbaan bij dezelfde Franse ploeg zou blijven. Hij rijdt over Merckx heen en begint aan een solo van 37 kilometer naar Digne-les-Bains.
Moncoutié was via het voetbal bij de wielersport beland en paste nooit gemakkelijk in de rol van nationale Tourhoop. Hij kende zijn grens: de klassementsfavorieten volgen zat er niet in, een rit uitkiezen wel. In Digne-les-Bains hield hij 57 seconden over. Sandy Casar won daarachter de sprint, waardoor Frankrijk op 14 juli 2005 een één-twee vierde.
“A single stage, that could seem a bit thin but for me, that’s enough. The emotion that I felt was enormous. In one day, I had saved my Tour,” zei Moncoutié over de betekenis. Zijn bescheiden doel leverde Frankrijk zijn laatste feestdagwinnaar voor een droogte van twaalf jaar.
4. Laurent Jalabert, 1995: een dag in de vlucht
Laurent Jalabert, de veelzijdige Franse kopman, reed in 1995 van Saint-Étienne naar Mende. De volledige rit was 222,5 kilometer lang; volgens de lokale geschiedschrijving bracht hij daarvan 198 kilometer in de ontsnapping door.
De beslissing viel op de Côte de la Croix Neuve, een muur van ongeveer 3,1 kilometer aan gemiddeld 10,1 procent. Jalabert kwam alleen boven en bereikte vervolgens het vliegveld van Mende. De overwinning leeft voort in het landschap: sinds 2005 heet de klim officieel de Montée Laurent Jalabert.
Het is een mooie herinnering en het laat ook zien hoe belangrijk de Fransen het zelf vinden.
De toeristische dienst van Mende bewaart er nog altijd het verhaal van de lange ontsnapping en de Franse winnaar op 14 juli.
5. Laurent Jalabert, 2001: kletsnatte winst in Colmar
Zes jaar na Mende won Jalabert opnieuw op de nationale feestdag. In 2001 reed hij richting Colmar in een kopgroep met Ivan Basso, Jens Voigt, Laurent Roux en Iñigo Cuesta. Dit keer geen zonovergoten overwinning, maar een zwaar bevochte zege over een kletsnat en technisch parcours. Ivan Basso miste zelfs een bocht en ging onderuit; de andere vluchters aarzelden.
Jalabert gebruikte de afzink niet om te herstellen, maar om afstand te nemen. Hij koos zijn lijnen beter en mede dankzij de wijfelende houding (en wellicht angst) van zijn medevluchters bereikte hij Colmar alleen, drie dagen nadat hij ook al in Verdun had gewonnen. Jens Voigt pakte die dag de gele trui, terwijl Jalabert de Franse ritzege meenam.