Retrospect: Tour de France 1992: vijf etappes die alles beslissen
Bij Het is Koers! houden we wel van een beetje nostalgie. Van vergeten wielrenners, etappewinsten en bijzondere verhalen. Vorig jaar hebben we een synchroon verslag gedaan van de Tour de France 1997. Dit jaar gaan we dat weer doen. De keuze is gevallen op de Tour de France van 1992. Waarom? Deze Tour startte óók in Spanje, in San Sebastián. Dit is de voorbeschouwing, alsof de Tour nog moet beginnen. Geniet ervan!
Het is begin juli 1992 als het peloton van de Tour de France zich verzamelt in San Sebastián. Baskische heuvels vormen het decor, een proloog van acht kilometer opent de ronde, en ergens in het peloton leeft de wetenschap dat de favoriet hier praktisch thuiskomt. Miguel Induráin, geboren in Villava op amper twee uur rijden, verschijnt aan de start als titelverdediger én als vers Giro-winnaar. De vraag is of iemand een plan heeft om hem te stoppen. Deze Tour start met een tijdrit in San Sebastian en doorkruist zeven landen. In een nieuwe reeks herbeleven we de koers dag voor dag, te beginnen met de vijf etappes waar het klassement op z’n kop zal kunnen staan.
Het feit dat Indurain start als kersverse Giro-winnaar maakt de Tour van 1992 bij uitstek geschikt om opnieuw te beleven, etappe voor etappe. De uitslag kennen we. De bochten onderweg, de dagen waarop het klassement explodeert of juist bevriest, verdienen het om opnieuw scherp gezien te worden. In deze reeks doen we precies dat: synchronisch meereizen met het peloton van San Sebastián naar Parijs, met de kennis van later als lens.
Het parcours: zeven landen, bijna 4.000 kilometer
De 79ste editie van de Tour doorkruist een recordaantal van zeven landen: Spanje, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, Luxemburg en Italië. Het is het jaar van het Verdrag van Maastricht, en de organisatie lijkt de Europese eenwording letterlijk in het routeboek te hebben geschreven. De architectuur van de koers is helder. Een vlakke openingsweek met op rit 4 een ploegentijdrit van 63,5 kilometer als eerste krachtmeting tussen de formaties. Daarna een duidelijk middenstuk die met rit 9 een sterk bepalende individuele tijdrit van 65 kilometer in Luxemburg. Het echte geweld concentreert zich in de Alpen: de dubbele bergslag van rit 13 naar Sestriere en rit 14 naar Alpe d’Huez. En als sluitstuk de laatste tijdrit in rit 19, 64 kilometer van Tours naar Blois.
De Pyreneeën spelen nauwelijks een rol. Het zwaartepunt ligt laat en hoog. Wie na de Alpen nog overeind staat, staat op het podium. Titelverdediger Miguel Indurain moet het opnemen tegen kopmannen zoals Gianni Bugno (Gatorade-Chateau d’Ax), Claudio Chiappucci (CarreraJeans-Vagabond), Charly Mottet (R.M.O.) Luc Leblanc (Castorama), Greg Lemond (Z) Moreno Argentin (Ariostea), Sean Kelly (Festina) en Andrew Hampsten (Motorola). Franco Vona (GB-MG Maglificio) is ook een man om rekening mee te houden. Verderop een meer gedetailleerde vraag wie Indurain naar de kroon kan steken.
Voor Nederland staan er een flink aantal renners aan de start: TVM-Sanyo van Cees Priem brengt Gert-Jan Theunisse, Rob Harmeling, Jan Siemons en Ad Wijnands. Panasonic-Sportlife heeft met Eddy Bouwmans een jong talent in de gelederen. De Buckler-ploeg brengt Frans Maassen, Gerrit de Vries, Jelle Nijdam, Martien Kokkelkoren en kopman Steven Rooks mee. Tulip Computers komt met baanrenner Peter Pieters en Adrie van der Poel. En dan is er nog de PDM-Concorde ploeg met Erik Breukink, Jos van Aert, Maarten den Bakker en Jean-Paul van Poppel.
Vijf etappes om te omcirkelen
Proloog, San Sebastián (8 km)
Indurain wil graag zijn Tour-zege in 1991 een vervolg geven. Gesteund door de Giro-winst, waarin hij ook in de tijdrit goede vorm liet zien is hij eropgebrand om in San Sebastian, aan zijn thuispubliek te laten zien wat hij in huis heeft. Gaat hij weer toeslaan?
Rit 9, individuele tijdrit in Luxemburg (65 km)
De eerste echte test van deze Tour. Vijfenzestig kilometer solo, zonder bergen om je achter te verschuilen. Als een van de etappes op het lijf van Induráin geschreven is en waarom hij als ongenaakbaar geldt tegen de klok, dan is het deze wel. Maar zijn concurrenten kunnen eerder nog tijd terugpakken. Toch zullen Armand de las Cuevas, Gianni Bugno en good-old Greg LeMond hier van goede huize moeten komen. Wie hier overleeft, mag hopen op de bergen. Wie hier breekt, rijdt de rest naar Parijs zonder illusies.

Rit 13, Saint-Gervais-les-Bains naar Sestriere (254,5 km)
De langste en zwaarste bergrit van deze Tour voert over de Col de l’Iseran op 2.770 meter, het hoogste punt van de editie, en eindigt in Italië. Gaan we hier dan ook een Italiaanse winnaar zien? Gianni Bugno zou goed mee moeten kunnen, maar het is wellicht een dag voor Claudio Chiappucci? Of wat te denken van Giancarlo Perini? Het is het type etappe dat het klassement op z’n kop kan zetten. Het biedt ook kansen voor de Nederlanders Rooks en Theunisse, al zullen die met een schuin oog naar etappe 14 kijken, naar Alpe d’Huez.
Rit 14, Sestriere naar Alpe d’Huez (186,5 km)
De dag na de klassieke finish op Sestriere komt nog zo’n klassieker. Alpe d’Huez wacht op de renners, na 186,5km ploeteren. Met de Croix-de-Fer en de Galibier is dit een dag waarop de overlevenden hun wonden likken of hun slag slaan. Gaan we hier weer een Nederlandse overwinning zien? Of toch een andere verrassing.
Rit 19, Tours naar Blois (64 km, individuele tijdrit)
De laatste kans om via individuele kracht iets te veranderen aan het klassement. Vierenzestig vlakke kilometers die als definitief vonnis functioneren. Wie na de Alpen nog hoop koesterde op een podiumwissel, krijgt hier het antwoord. Het bezegelt drie weken koers.
Favorieten: hoe versla je Induráin?
Miguel Induráin arriveert in San Sebastián met de Giro d’Italia in de benen en de wetenschap dat zijn lichaam gebouwd lijkt voor dit soort dominantie. Een rustpols van 29 slagen per minuut, een longcapaciteit van acht liter. Zijn methode is eenvoudig en bijna onverslaanbaar: verpletter de concurrentie in de tijdritten, beperk het verlies in de bergen. In 1991 won hij zo zijn eerste Tour, in de Giro van dit jaar herhaalde hij het recept.
Gianni Bugno, voormalig wereldkampioen en tweede in de Tour van 1991, is de meest complete uitdager. Hij kan klimmen, tijdrijden en tactisch koersen. Maar kan hij genoeg tijd goedmaken in de bergen om Induráins voorsprong tegen de klok te compenseren?
Claudio Chiappucci vormt het tegenovergestelde profiel: een aanvaller die zijn zwakte tegen de klok probeert goed te maken met bruut offensief in de bergen. Als iemand de Tour kan openbreken, is hij het.
Daarnaast een kring van kampioenen wier beste jaren mogelijk achter hen liggen: Greg LeMond, Laurent Fignon, Stephen Roche en Pedro Delgado. Allen voormalig Tourwinnaar, allen op zoek naar bewijs dat ze nog meekunnen op het hoogste niveau. Andy Hampsten mikt op een plek in de top vijf.
Nederlandse kansen
Nederland heeft in deze Tour geen vanzelfsprekende klassementsrenner. Erik Breukink bezit de statuur om mee te doen in de buurt van de top tien, maar de sleutelritten, de lange tijdritten en de Alpen, liggen op terrein waar Induráin iedereen vernietigt. Breukinks rol is die van respectabele outsider.
De Nederlandse hoop leeft vooral in dagsucces. Rob Harmeling kan profiteren van de vlakke openingsritten en ontsnappingen. Jelle Nijdam loert op sprintkansen, of een late ontsnapping in de overgangsetappes. En het feit dat de route door Nederland en de België trekt, geeft het peloton voor even een oranje en Zwart-Geel-Rood decor, ook als het geel buiten bereik blijft.
In San Sebastián staat de Tour nog open. Eenentwintig etappes, zeven landen, bijna 4.000 kilometer. Het verhaal van deze zomer begint met acht kilometer tegen de klok op Baskische wegen, en eindigt pas drie weken later op de Champs-Élysées. Spanning alom!.