Tour de France Femmes 2026, etappe 2: vijf hellingen voor de sprint aan de Jet d’Eau
Tussen Aigle en Genève krijgen de sprintsters ruim 1.700 hoogtemeters voor de wielen. Vooral Bougy-Villars kan bepalen wie na 147,9 kilometer nog voor de ritzege kan spurten.
Op zondag 2 augustus rolt het peloton vanuit Aigle langs het hoofdkantoor van de internationale wielerunie. Het Centre Mondial du Cyclisme van de UCI zullen we kort in beeld zien tijdens etappe 2 van de TDFF. Daarna wacht een etappe van 147,9 kilometer langs het Meer van Genève, over vijf hellingen en uiteindelijk naar de vlakke aankomst tegenover de Jet d’Eau.
Foto A.S.O.Tour vertrekt vanuit hoofdzetel UCI
De Tour de France Femmes begint in 2026 voor de tweede keer buiten Frankrijk. Rotterdam had in 2024 de eerste buitenlandse Grand Départ, nu vormt Zwitserland het decor voor het openingsweekend van de vijfde editie. Na de eerste rit met start en finish in Lausanne verhuist de koers naar Aigle. Een dag later vertrekt het peloton vanuit Genève richting Frankrijk.
Aigle huisvest het hoofdkantoor van de Union Cycliste Internationale en het Centre Mondial du Cyclisme, meestal aangeduid als het UCI World Cycling Centre. Het centrum werd in 2002 geopend en beschikt onder meer over een houten binnenbaan van 200 meter. Renners uit landen zonder uitgebreide nationale opleidingsstructuur kunnen er trainen en zich voorbereiden op internationale wedstrijden. Lees ook over ons bezoek aan het CMC.
Kort na de officiële start rijdt het peloton vlak langs beide instellingen. De rensters passeren zo het bestuurlijke hart van de koers voordat ze via Monthey en Villeneuve naar het Meer van Genève trekken.
De Zwitserse Grand Depart is een kleine ode aan het Zwitserse wielrennen. Nicole Brändli, drievoudig winnares van de Giro, behoort tot de succesvolste Zwitserse rensters. Karin Thürig werd in 2004 en 2005 wereldkampioene tijdrijden, Priska Doppmann won in 2005 de Grande Boucle Internationale en Barbara Heeb veroverde in 1996 de wereldtitel op de weg.
In het huidige peloton rust veel aandacht op de Zwitserse rensters Marlen Reusser, wereldkampioene tijdrijden van Movistar Team, en Elise Chabbey, de Geneefse klimster van FDJ United-Suez. Reusser won al Tourritten in 2022 en 2023. Chabbey pakte in 2025 de bolletjestrui en rijdt in deze tweede etappe naar haar thuisstad.
Het parcours: klimmen tussen Aigle en Genève
De officiele route telt 147,9 kilometer. Hoewel Aigle ook de toegangspoort tot de ‘Alpes Vaudoises’ is, slaat de Tour de klim richting Villars-sur-Ollon over. Jammer! De neutrale start is om 14.20 uur en bij een gemiddelde van 43 kilometer per uur wordt de aankomst omstreeks 17.47 uur verwacht.
De eerste 30 kilometer zijn het vriendelijkste deel van de rit. Vanuit Aigle gaat het via Villeneuve naar Montreux en Vevey, grotendeels langs het water. Het zal de vraag zijn of we bij Montreux weer verrast worden met een versie van ‘Bicycle Race’ van Queen. Bij Corseaux draait de koers landinwaarts en volgt een opeenvolging van korte beklimmingen.
De Côte de Chexbres is de eerste test: 3,2 kilometer aan gemiddeld 5,6 procent. Niet lang daarna volgt de Côte de Savigny, goed voor 2,5 kilometer aan 5 procent. Het parcours loopt hier ongeveer 13 kilometer op, passeert bij Lac de Bret en blijft buiten het centrum van Lausanne.
Na de passage door Gros-de-Vaud volgt rond kilometer 73 de Côte de Cossonay, 2 kilometer aan 6 procent. Deze klim ligt nog ver van Genève, maar kan de vroege vlucht nieuwe ruimte geven en de sprintploegen dwingen om meer krachten te gebruiken dan gepland.
Bij Bougy-Villars volgt een klim van 900 meter met een gemiddeld stijgingspercentage van 10,4 procent. Op zo’n korte muur kunnen punchers het tempo plotseling opschroeven, terwijl sprintsters achteraan snel een gaatje moeten laten. Op de top resten nog 52,2 kilometer.
Amper vijf kilometer later ligt de Côte de Mont-sur-Rolle, 2,3 kilometer aan 6,5 procent. Daarna zijn de voornaamste hellingen achter de rug, al blijft de weg richting Genolier en Chéserex nog enige tijd golven. Een geïsoleerde sprintster kan daar moeilijk terugkeren. Wie ploeggenoten overhoudt, krijgt ruim 40 kilometer om de achtervolging te organiseren.
Via Crassier, Versoix en de N1 duikt de koers uiteindelijk Genève in. De laatste 2,2 kilometer zijn vlak en voeren naar de Quai du Mont-Blanc. De lange aankomststrook bij het meer biedt ruimte voor een goede sprint met lead-outs, maar positionering blijft belangrijk zodra meerdere treintjes naast elkaar richting Jet d’Eau razen.
Favorieten: Wiebes tegen de sterkere allrounders
Als het peloton in een stuk Genève bereikt, is Lorena Wiebes, sprintkopvrouw van SD Worx-Protime, de belangrijkste naam. Zij is dé te kloppen vrouw in het peloton. De vraag is hoeveel ploeggenoten zij na Bougy-Villars en Mont-sur-Rolle nog om zich heen heeft. Concurrenten hebben er belang bij om beide hellingen zo hard mogelijk te maken. En concurrentes zijn dan vooral de puncheurs.
Elisa Balsamo, de Italiaanse sprintster van Lidl-Trek, kan voordeel halen uit een zware aanloop. De wereldkampioene van 2021 won haar regenboogtrui destijds vanuit een uitgedunde groep en beschikt over de inhoud om herhaalde hellingen beter te verwerken dan veel pure sprintsters. Ze heeft Wiebes alleen geklopt in de Giro omdat Wiebes uit koers werd genomen vanwege een te lichte fiets. Een hoog tempo in het middenstuk verkleint mogelijk haar ploeg, maar kan ook haar snelste rivalen uitschakelen.
Marianne Vos, de kopvrouw van Team Visma | Lease a Bike, hoeft niet op de volledige massasprint te wachten. Zij kan mee met een aanval op het glooiende gedeelte en blijft kansrijk wanneer een kleinere groep naar de finish gaat. Dan zal ze wel Wiebes moeten lozen.
Hetzelfde geldt voor Lotte Kopecky, de Belgische puncher van SD Worx-Protime, die Bougy-Villars kan gebruiken om de koers selectiever te maken. Charlotte Kool, sprintster van Alpecin-Premier Tech, hoort bij een vlakke finale eveneens in de favorietengroep, maar is nog niet 100% bevestigd.
Reusser en Chabbey zijn de voornaamste Zwitserse kandidaten wanneer de sprintploegen de controle verliezen. Reusser kan op de brede wegen naar Genève een late aanval lang volhouden, terwijl Chabbey vooral baat heeft bij een harde koers op de klimmetjes. Toch geeft de vlakke finale de achtervolging een duidelijk voordeel. Blijft Wiebes na Mont-sur-Rolle in het eerste peloton, dan is zij de belangrijkste kanshebber voor de sprint aan het meer.