De NOS, Sporza en de wielerliefhebber klampen zich al meer dan twee weken vast aan dezelfde strohalm. Maar ze bungelen allemaal, naar houvast zoekend, met bloeddoorlopen ogen en een verbeten grimas om hun mond.

Er is niets meer. Het wordt ook niets meer. De Tour was al dood toen dit voorjaar de wielerkalender overhoop ging. Tussen het hupje in de stem van Mart Smeets, ‘we leven weer, ik zie weer renners’ toen ergens in een ver verleden een grauwe Omloop van het Volk het voorjaar inluidde en een oneindigheid later het wezenloze kloostergegalm van Joris van den Berg, staat een glazen muur. Ondoordringbaar en kraakhelder.

Een parabel.

12 juli. De zon brandt de plantjes op het dakterras van Hyppolite Dekeyzer onherroepelijk dood. Een bloemenkerkhof is het. Je komt er liever niet. Binnen in het appartement, waar de gordijnen gesloten zijn om de zomer buiten te houden is het, ondanks de saaie duisternis die verkoelend had moeten werken, warm en onaangenaam. Een offer zonder effect. Treurigstemmend. Hyppolite heeft geen zin om naar buiten te gaan. De inspanning te moeten leveren om in deze hitte bijvoorbeeld naar de supermarkt te lopen staat hem tegen. De zomerse, drukkende monotonie van dichte rolluiken, fletse reclameborden, afval in de goot, kartonnen aankondigingen van festiviteiten die al geweest zijn of nooit meer zullen worden georganiseerd en het bankje halverwege waarop niemand wil zitten; neen, niet die weg.

Hyppolite blijft liever thuis. Want zojuist, terwijl de twee ijsblokjes in zijn cola gezellig knisperen en de geur van een ontstoken barbecue door de kieren van zijn huiskamerraam naar binnen kroop, begon tenminste een fijne en hoopvolle kerstfilm.

Een droom.

‘Hetiskoers’, klinkt een zoetgevooisde stem in de leegte van een zwarte slaap. Zacht maar duidelijk hoorbaar. ‘Haanstra, Lambeets, Van Noord, Sargentini, Geuyen, Van Eijk, Roelen.’ (De zoetgevooisde stem kan veel meer namen fluisteren). ‘Tourkoorts’. De gele blog van de hoop.

Misschien wás Hetiskoers de Tour? De hoeder van vergeten renners, verdediger van de lelijke maar mooie truitjes, archief van exotische toptientjes? Hetiskoers construeerde en reconstrueerde een schier eindeloze reeks van onbetaalbare herinneringen aan geluiden en beelden van de mooiste koers op aarde. Hetiskoers trok stralende standbeelden op van jeugdsentiment, op campings die uitsluitend gevonden kunnen worden door de Route du Soleil te volgen. Het was een gouden rivier in een sappige glooiende weide waar de Tour de France in een vrolijke onbezorgde kinderdans wordt gevierd. Vive le Tour! Vive le vélo!

Maar het is er niet. De Tour bestaat niet.

De Tour bestond bij de gratie van de herinnering, van de vreugde en de traan, van de poëzie, van ergernis aan het commentaar van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot, van de hele dag radio Tour de France. De Tour is alles, verenigt alles, ze is een optelsom van opgeblazen verhalen, van leugens en waarheden over helden die eigenlijk niet bestaan. De Tour draait immers om alles, behalve (in veel gevallen) om de sport zelf, behalve om het snerpende besef dat de gehele wereld op zijn kop staat. Niets, geen Michel Fugain op Radio 1, geen Avondetappe in Harkema, geen glas rode wijn, geen naarstig naar het luie ritme van de anekdotiek en kwasieanalyse zoekende Maarten Ducrot kan de harde en kille septemberfeiten van de koers verwarmen. Niet alleen Smeets staat achter de glazen muur, de gehele Tourkaravaan staat er, de vraag is: wie of wat slecht hem?

De hoop.

Afgelopen zaterdag bood de NOS in de Avondetappe voor even een podium aan Frank Heinen, de Hertog van Hetiskoers. Er is werkelijk niet één renner ontsnapt aan zijn pen. Zijn voorgelezen column was als het hupje in de stem van Smeets. Hoop. We leven weer, we horen weer een verhaal.

Volgend jaar lieve, lieve Tour, trek je weer met wapperende en kleurrijke linten door Frankrijk, dan nestelen we ons in de marge van de koers. Dan geloof ik je weer. Dan ben je geen kerstfilm in de zomer. Volgend jaar is er weer een zuchtje hoop waarop jij zweeft boven de kille herinnering aan 2020, recht door het hart van de zon. En daarna weeklagen we weer over het doek dat valt na het WK en Lombardije. Dan onttrekken de vallende bladeren de contouren van Philippe Gilbert die danst op het glimmende asfalt aan mijn blikken. Hij soleert en wint. Alles is zoals het moet zijn. Maar nu mis ik je. Elke dag.

Latest posts by Wibe Balt (see all)