Foto Sirotti

Koersverhalen

Etappe 18 Tour de France 2026: Orcières-Merlette en de opvolger van Rooks.

Ja, eindelijk zijn we ECHT in de alpen. Maar de eerste Alpenrit van het drieluik van 2026 is geen rit voor de pure klassementsrenners. De weg omhoog begint vroeg en het is lastig om controle te houden. Dan is er nog de geschiedenis van Orcières-Merlette die ons leert dat aanvallers hier worden beloond. Vraag het aan Steven Rooks.

De weg naar Orcières-Merlette begint al na 37 kilometer te stijgen en pas op de streep wordt het weer vlak. Deze etappe telt 185,2 kilometer waarin het aardig op en neer gaat. Toch heeft de ASO de zwaarste bergritten voor de dagen erna bewaart. Daardoor wordt donderdag 23 juli een dag voor de vrijbuiters.

Orcières-Merlette is van ons

Het is 8 juli 1971 als Luis Ocaña in zijn eentje wegrijdt en Eddy Merckx en Joop Zoetemelk op bijna tien minuten rijdt. Die solo maakt Orcières-Merlette tot een mythische plek in de Tourgeschiedenis, een aankomst waar lef wordt beloond.

Voor Nederlandse wielerfans heeft de finish een eigen herinnering. Op 16 juli 1989 wint Steven Rooks er de klimtijdrit over 39 kilometer. Hij verslaat die dag Marino Lejarreta en een jonge Miguel Indurain. Dat Rooks überhaupt kon winnen, was geen vanzelfsprekendheid. Een valpartij eerder in de ronde had zijn heup beschadigd. De vaste masseur kon niets voor hem betekenen. Rooks belde osteopaat Co Maas in Hippolytushoef, die het volgende vliegtuig naar Frankrijk nam. “Hij heeft de boel rechtgezet en een dag later won ik de klimtijdrit,” vertelde Rooks in 2020 aan de NOS.

In 2020 won Primož Roglič hier de sprint bergop en pakte hij het geel. Orcières-Merlette beloont verschillende type renners, maar altijd degenen die op het juiste moment durven.

Sleutelmoment

Vanuit Voiron bereikt het peloton na 37 kilometer de Côte d’Engins (11,4 km aan 5,4%). De klim zelf is te doen; het vals plat erna brengt het totaal naar ruim 27 kilometer aan stijging. Daar begint de strijd om de vlucht. Wie in de ontsnapping wil zitten, moet hier al vooraan postvatten.

Na de afdaling volgt de Côte de Monteynard (9,7 km aan 5,0%), een tweede selectiepunt. Vanaf dit punt, zo’n 110 kilometer voor de finish, gaat de weg nauwelijks meer langer dan een kilometer omlaag. Het middenstuk golft langs de Côte des Terrasses en de Côte de Saint-Léger-les-Mélèzes, twee korte beklimmingen van derde categorie. Het zijn dit soort klimmetjes die de benen langzaam leegzuigen. En dat in de donderdag voor het finaleweekend.

De slotklim naar Orcières-Merlette meet 7,1 kilometer aan 6,7%, eindigend op 1.825 meter hoogte. De klim is zwaar genoeg om verschillen te maken. Het is ook wel een klim die past bij aanvallers. Net onder de absolute top kunnen aanvallers nog een keer toeslaan. De combinatie van hoogte en cumulatieve vermoeidheid bepaalt wie hier de sterkste is.

Twee koersen tegelijk

De ploegen met klassementsambities kijken naar vrijdag en zaterdag, waar het Alpen-drieluik zwaarder wordt. Als er nog een rustmoment is, dan zou dat hier kunnen komen voor de mannen van het klassement. De Alpe d’Huez wacht de dag erna, dus. Dat biedt de vlucht een voorsprong die op een uitgesproken klassementsdag niet zou bestaan.

Het resultaat is een etappe met twee fronten: vooraan de klimmers die buiten het algemeen klassement zijn gevallen maar nog in topvorm verkeren, daarachter de kandidaten voor de gele trui die elkaar onder controle moeten houden. Knechten die na twee zware weken opraken, dat zal ook nog een rol spelen. Het is de vraag wie hier nog de sterkste ploeg heeft om zijn klassement te verdedigen. Of om de leider (Pogi?) nog aan te vallen.

Wie deze rit kan winnen

Favorieten

  • Dit is wel een ritje voor Richard Carapaz . De Ecuadoriaan miste de Giro d’Italia en richtte zijn volledige seizoen op de Tour. Hij is hier voor de ritten enhij kanj vanuit een kopgroep zijn klasse tonen op de slotklim. Een tweede Tourritzege is zijn doel.
  • Tom Pidcock herstelde van een zware val in de Volta a Catalunya en miste de Tour de Suisse door een virale infectie. Toch blijft de Brit op dit soort parcoursen gevaarlijk: hij daalt als geen ander, klimt alert en heeft het koersinstinct om op het juiste moment weg te springen.
  • Giulio Ciccone past qua profiel perfect bij een vluchtersrit in de bergen. De Italiaan won eerder de bergtrui in de Tour en droeg in 2019 het geel, maar een Touretappezege ontbreekt nog altijd op zijn palmares. Dat zal toch knagen.

Outsiders

  • Ben Healy leeft van lange aanvallen. Als de Ier vroeg vertrekt en er achter hem gepokerd wordt, zien ze hem niet meer terug.
  • Einer Rubio is een pure klimmer met de sluwheid om op een gecontroleerde dag uit een kleine groep weg te glippen.
  • Cristian Rodríguez past in dezelfde categorie: een bergrenner met vrijheid die op dit soort dagen kan verrassen.

De Nederlandse wildcard

Frank van den Broek mist het klimvermogen van Carapaz; zijn waarde ligt elders. De Nederlander van Picnic PostNL koerst aanvallend, kan de koers lezen en weet inmiddels wanneer een ontsnapping kans van slagen heeft. Op een dag als deze, waarin de juiste vlucht belangrijker is dan de beste klimbenen, kan dat genoeg zijn.

Orcières-Merlette is een plek waar Nederlandse herinneringen leven. In 1989 bewees Rooks dat de juiste timing en een beetje geluk volstaan om hier te winnen. Laat het voor Van den Broek een mooi voorbeeld zijn.

Lees ook van HetisKoers!

Achtergrond: Ik fiets alleen maar rondjes

Elke rondje is anders

Fietsinspiratie

Etappe 18 Tour de France 2026: Orcières-Merlette en de opvolger van Rooks.

Koersverhalen