Het kan zijn dat u zich de vraag stelt hoe u een wielerliefhebber blijft in tijden zonder wielrennen. Mocht dat zo zijn: gelieve deze column aandachtig te lezen. Uw toekomst en die van het wielrennen staan op het spel. Mocht u geen wielerliefhebber zijn: het spijt me zo dat u werkelijk niets hebt aan dit stuk. Maar u bent voor het eerst in uw novemberdruilerige leven goed bezig.

Het zit namelijk zo: niet weinigen kunnen niet aan de verleiding weerstaan om toch zoveel mogelijk naar wielrennen te kijken hoewel er geen wielrennen is. De definitie van wielrennen blijkt dan ineens bijzonder rekbaar. In reepjes geknipte uitzendingen van wedstrijden met laat-me-raden een goede afloop voor een landgenoot, thuisfietswedstrijden of drie dadels op een fiets. Alles schijnt geldig om de wielerhonger te stillen.

Ik beken. Op mijn hoofd ligt niet minder boter dan in de koelkast van Carlos Betancur. Ik heb het ook geprobeerd. Voor de elfde keer De Renner lezen, de Ronde van Portugal van 1958 (de laatste van Alves Barbosa) bingewatchen of het simuleren van races die in het oude universum dat zichzelf dacht te kunnen voorspellen zouden plaatsvinden, getuige de onwrikbare kalenders voor allerhande gelegenheden die ons het gevoel moesten geven meester te zijn van ons leven. Maar stuur nu een waarheidscommissie op me af en ik zal trouw kunnen zweren dat ik al het wielrennen uit mijn leven heb gebannen, ja zelfs alle wielersites heb geblokkeerd, nu ja, tenzij de Instagrampagina van Davide Rebellin. (deze column heb ik echt waar laten schrijven)

Ik kwam pas tot dit inzicht toen ik las dat Louis Meintjes op Zwift een koninginnenrit won. Aanvankelijk lacht ik ermee, zelfs voor wielrennen te ongeloofwaardig, tot het me daagde hoe verreikend de gevolgen mogelijk zijn. U hebt inmiddels vaak genoeg gehoord hoe in tijden van crisis tijdelijke maatregelen gewoonlijk blijvertjes zijn. Stel je voor dat dit het nieuwe wielrennen is.

Wielrennen gaat eraan kapot. Aan alle goedbedoelde ersatzinitiatieven om toch maar de schijn op te houden dat wielrennen bestaat hoewel er geen wielrennen is. Een walvis kan zijn maag met kilo’s plastic vullen, maar gaat er uiteindelijk ook aan ten onder. Net nu moeten we kritisch de standaarden van wielrennen bewaken. Het kan niet de bedoeling zijn dat Louis Meintjes die in zijn keuken een etappe in de Alpen wint het nieuwe normaal wordt.

Wat ik vraag, beste wielerliefhebber, is niet min. Ik vraag u om al het ersatzwielrennen per direct te boycotten. Wees gerust, u zal niet veel missen. U vermaakt zich misschien even, maar meer dan een kant-en-klare snack die u in twee muisklikken zo ook wel vindt is het niet. En u redt er mogelijk het wielrennen en dus een hele beschaving mee.

En weet dat er hoop is. Mensen hebben al eerder lange barre tijden zonder wielrennen waar maar geen eind aan leek te komen (zij het niet zonder leed) overleefd. November en december.

Dus zeg mij na.

Alejandro Valverde, Remco Evenepoel en Annemiek van Vleuten. Geen idee wie dit zijn.

Parijs-Roubaix, Giro d’Italia, de Vierdaagse van Duinkerken. Nimmer van gehoord.

Oude Kwaremont, Karnemelkbeekstraat, Steenbeekdries. Doen en zeggen me niets.

Wilco Kelderman. Bestaat niet.

Wielrennen. Nooit van gehoord. Is het wat?

Het beste dat we nu kunnen doen is wielrennen vergeten. En dan zal er plots op een dag wielrennen zijn. Zullen de herinneringen als vanzelf terugkomen. Zal er een explosie van kinderlijk plezier in ons plaatsgrijpen. En zullen we ons vrij voelen alsof er nooit wat is gebeurd, hoogstens net zijn wakker geworden na een langgerekte kwade droom.

Tot dan zit er niks anders op dan wielrennen te negeren als Mikel Landa een ploegorder. Wielrennen bestaat niet.

Nog niet.