Van wat een monsterlijke duoaanval hadden we getuige kunnen zijn in wat mogelijk deze veertiende editie van de Strade Bianche was. De Astana-ploegmaats Alexey Lutsenko en Jakob Fuglsang zouden een maatje te sterk blijken voor de tegenstand, waarna die eerste in de sprint zou zegevieren.

SIENA – Bij het vertrek zouden we alleen maar gezichten aantreffen die een hoop vertrouwen uitstralen. Greg Van Avermaet zou zeggen dat de vorm goed is, al een jaar of dertien eigenlijk. Tiesj Benoot zou verklaren dat hij goede herinneringen heeft aan de Strade Bianche. En ook Wout van Aert zou beloven zijn beste beentje voor te zetten. Alleen donderwolken boven het hotel van UAE Team-Emirates, waar alle renners in de loop van de nacht hoge koorts zouden ontwikkelen. De teamarts zou de verklaring zoeken bij een slecht gebraden kippetje, in elk geval zouden de overige gasten zich geen zorgen hoeven te maken ondanks de vreselijke paniek die er zou uitbreken. Maar de koers die zou uiteraard zoals altijd doorgaan.

Een vroege vlucht van zeven renners zou de eerste twee wedstrijduren kleuren. Hun namen zouden er niet veel toe doen en hun maximale voorsprong zou maximaal drie minuten bedragen op het peloton der favorieten. Daar zou het wachten zijn op vuurwerk tot de laatste vroege vluchter is gegrepen. Een attent koersende Greg Van Avermaet zou op ruim honderd kilometer van de aankomst een eerste keer aan de boom schudden. Een peloton van tweeëntwintig renners zou overblijven. De namen: Greg Van Avermaet (CCC), Wout van Aert (Jumbo-Visma), Peter Sagan, Daniel Oss en Maximilian Schachmann (Bora), Zdenek Stybar en Davide Ballerini (Deceuninck), Tiesj Benoot (Sunweb), Carlos Betancur (Movistar), Gianluca Brambilla (Trek), Andrea Vendrame (AG2R), Simone Ravanelli (Androni Giocattoli), Davide Rebellin en Daniele Pontoni (Italiaanse selectie), Alberto Bettiol (EF Pro Cycling) en Jakob Fuglsang, Alexey Lutsenko, Gorka Izagirre, Fabio Felline, Alex Aranburu, Luis Leon Sanchez en Hugo Houle (Astana). Sep Vanmarcke zou aanvankelijk ook deel uitmaken van deze elitegroep, maar zou op achtervolgen aangewezen zijn na een lekke band op een stuk asfalt van 100 meter tussen twee grindstroken van respectievelijk tien en zeven kilometer. Na een onschuldige aanrijding met Gianni Moscon zou hij moeten opgeven. Vanmarcke zou van veel geluk mogen spreken: hij zou afgevoerd worden met een gebroken kaak en twee blauwe ogen. Dit incident zou leiden tot een knokpartijtje tussen een twintigtal renners en toeschouwers onder wie Mario Cipollini. Geen nood, de koers die zou uiteraard zoals altijd doorgaan.

Met nog 72 kilometer te fietsen zouden Jakob Fuglsang en Alexey Lutsenko (beide Astana) bij het begin van een vervelend naar omhoog kruipende grindstrook van tien kilometer het tempo in het peloton opvoeren. Niemand zou zich geroepen voelen om te volgen. Of niet in staat zijn te volgen, zo zou blijken. De twee renners van Astana zouden vijf kilometer verderop al een voorsprong van twee minuten hebben vergaard. Zou de samenwerking in het peloton zo ondermaats zijn? Wel, helemaal niet. Ze zouden er de ziel uit hun lijf wringen om almaar meer terrein te verliezen. Op de koop toe zou het inmiddels almaar harder beginnen met regenen en bliksemen. Ploegauto’s en Tim Declercq zouden zich vastrijden in de diepe kleverige blubberbrij. Een aardbeving met een kracht van 6,3 op de schaal van Richter zou de achtervolging op het duo Fuglsang-Lutsenko definitief doen breken. Het luchtverkeer zou onderbroken worden, alleen de televisiehelikopter zou in de lucht blijven, want de koers die zou uiteraard zoals altijd doorgaan.

Even zou men van afgelasten spreken, maar kijk, op iets minder dan vijftig kilometer van de aankomst zou het zonnetje weer schijnen dat zo zou doen vergeten wat zou zijn voorafgegaan. Op de Monte Sante Marie, te situeren aan het eind van de laatste lange grindstrook, zou de voorsprong van Fuglsang en Lutsenko zes minuten bedragen. Achter hen zou al enige tijd van een peloton geen sprake meer zijn. Renners zouden passeren op de top alleen of in groepjes van nooit meer dan vier. Wielercommentatoren zouden zich vragen stellen alsof dit alles niet aan het gebeuren zou zijn. Ze zouden prompt hardop in zichzelf naar afdoende verklaringen zoeken waarom de prestatie van Fuglsang en Lutsenko alle logische wetten volgt en zouden die verklaringen eigenlijk ook al snel vinden. Een nieuw incident zou hun aandacht opeisen. Een rustig ogende Gianni Moscon zou twee drinkbussen gooien naar de Astana-volgwagen en zou hierbij roepen dat Astana een schande is voor de wielersport. Moscon zou achteraf gediskwalificeerd worden vanwege een niet-reglementaire drinkbusworp. Op de beelden zou duidelijk te zien zijn hoe hij onderhands wierp. Hoe het ook zou zijn, dit zou zich allemaal ver in de achtergrond afspelen, waar ook de koers tot elke prijs zoals altijd zou doorgaan.

Dan zou het tijd zijn voor een pauze. Ja, Fuglsang en Lutsenko zouden al lang en hard aan het fietsen zijn dat een tussenstop welverdiend zou zijn. Ze zouden stoppen bij een ijssalon. Ze zouden er een ijsje eten en meer van de dorst dan van de vermoeienis zou Lutsenko in één teug een liter sinaasappelsap achterover klokken. Oké, er zouden ook praktische overwegingen mee gemoeid zijn. Het zou weinig zin hebben om zes minuten vroeger aan te komen dan de derde, dat zou zes minuten minder publiciteit zijn. Ook zou het onnodige vragen oproepen: twee renners van dezelfde ploeg die met zes minuten voorsprong zouden winnen, hoe zou je dit verklaren? Het kan nooit kwaad voorzichtig genoeg te zijn en daarom zouden Fugslang en Lutsenko wachten met hun rekening te betalen tot een minuutje voor de derde in de race, Maximilian Schachmann, het ijssalon zou passeren zonder dat hij er acht op zou slaan. Die zou de handdoek in de ring kunnen gooien, berustend bij de overbodigheid van zijn inspanningen, maar nee, de koers die zou blijven doorgaan.

Vervolgens zouden Lutsenko en Fuglsang met een fenomenale snelheid koers zetten naar de Piazza del Campo in Siena. Ze zouden hun tot een halve minuut geslonken voorsprong al snel weer zien groeien tot ruim twee minuten en samen de laatste 700 meter met een gemiddeld stijgingspercentage van 9,1% aanvatten. Het zou tot op een tweehonderdtal meter van de streep onduidelijk blijven wie zou winnen. Fuglsang op kop, zou over zijn schouder naar links kijken, geprikkeld door de geur van een visrestaurantje, en die gelegenheid zou Lutsenko benutten om langs de andere zijde Fuglsang te verrassen, die nog zou aandringen, maar ach, voor meer dan de sier zou het niet zijn. De finish zou daar reeds om het hoekje liggen. En zo zou Alexey Lutsenko op bijzondere wijze de Strade Bianche winnen. Iemand anders zou ook kunnen.

En gelukkig maar dat de koers zoals altijd zou zijn doorgegaan. Wat we anders zouden moeten missen!

UITSLAG

1 LUTSENKO Alexey

2 FUGLSANG Jakob 0:02

3 SCHACHMANN Maximilian 2:21

4 VAN AVERMAET Greg 3:09

5 VAN AERT Wout 3:11

6 STYBAR Zdenek ”

7 BENOOT Tiesj ”

8 MOSCON Gianni

8 SAGAN Peter 3:44

9 BETANCUR Carlos 4:26

10 REBELLIN Davide ”