bradwigginsLuik, 2012. Eerste zaterdag van juli. De temperatuur was goed. De sfeer evenzo. Liefhebbers zochten hun ideale plek langs het parcours. Honderdachtennegentig renners maal 6400 meter wielervertier in het verschiet. De proloog van de Tour 2012. Het voelde als een gratis dagje pretpark. Mijn camera draaide overuren.

Naarmate de wedstrijd vorderde begaf ik me dichter bij de rennersbussen. Het doel: de elite van dichtbij bekijken. Dat lukte. Sterker nog. Daar stond ik dan, op vijf meter afstand van Cancellara. Ik kon zijn zweet ruiken. Net klaar met warmfietsen. Even later raakte Tony Martin’s voorwiel op een haar na mijn schoen (ik heb maat 47). Hij was op weg naar de start. Even hoopte ik dat hij erover zou struikelen. Hoopte ik dat de val hem direct elimineerde van een hoge ranking. Ik wilde ten koste van alles een hoofdrol spelen die dag. Snel borg ik mijn narcistische gedachte weer op. Voor mijn neus een grote touringcar, omsingeld door zo’n honderd man. Op nog geen twee meter van de menigte trapte een spichtig mannetje zich het apezuur. Wiggins. Trapfrequentie honderd plus. Zijn onderarmen op het stuur, gezicht naar beneden. Zweetdruppels leken zijn neus steeds meer te vormen. Twee witte oordopjes zorgden voor een scheiding tussen twee werelden. Geen oog voor de massa. Geen boodschap aan afleiding. Hoe kon een mens die weet dat elke camera op hem gericht is, de energie van zoveel vragende fans en dito fotografen, blijvend weerstaan? Een surreëel beeld ontstond. Gewone mensen vergaapten zich aan de vleesgeworden robot. Drie weken later bleek zijn gelijk. Parijs en geel werden zijn deel.

Later gaf Wiggins aan een product te zijn geworden van een louter technologisch uitgedokterde sport. De mens was maakbaar en hij werd het uithangbord. Tegen wil en dank. Het bleef bij dat ene geel. Robot Wiggins was niet gelukkig. Zijn opstandige bakkebaarden bleken een stiekem statement. Het roken van een openbaar sigaretje naderhand deed dit alleen maar meer vermoeden.

Vorig jaar drukte Wiggins zijn neus aan het Noord-Franse venster en finishte als 9e op de vélodrome van Roubaix. De stoempende Brit oogde bevrijd op de momenten dat hij over de kasseien beukte. Hij was weer geworden tot mens die één werd met zijn omgeving. De kasseien, de mensen langs de kant.. hij zag ze allemaal. Hij kon er geen genoeg van krijgen. Tussen Parijs en Roubaix hervond Wiggins zichzelf. Zijn volgroeide baard in het decor van reeds lang gesloten kolenmijnen.

Ooit komt Sir Bradley Wiggins terug om te winnen. Vermoedelijk dit jaar nog. Zijn baard is dikker dan ooit en een compleet getatoeëerde rechterarm vermoedt nog meer daad- en wilskracht.

Dit jaar zal Bradley wederom het uithangbord zijn: Boegbeeld van het neo-humanisme. Winnaar van Parijs-Roubaix 2015.

Arjan Kim

Arjan Kim – Doet schrijvende dingen onder het pseudoniem Sportmeneer.
Is geboren in de jaren ’70 en kind van de jaren ’80. Stond als 12-jarig jongetje bij zijn vrienden bekend als Erik Breukink en won menig etappe van het sportveld naar huis. Nog steeds op zoek naar een Panasonic-outfit. Stond als 14-jarige puber op de Col de Madeleine op de dag dat Steven Rooks won op Alpe d’Huez. Sindsdien gek op de koers. Besloot op zijn zestiende een goede wielrenner te worden, omdat hij spaghetti nou eenmaal lekker vindt. Ooit derde in een Tourpool. Favoriete koersen: Roubaix & Lombardije.