In de periode dat Lance Armstrong zijn zeven Tourzeges binnenhaalde, was Hein Verbruggen UCI-voorzitter. De rol van de UCI in de hele zaak rond Lance Armstrong is nog niet helemaal duidelijk, maar een rol heeft ze zeker gespeeld. Extra toelichting over Verbruggen en zijn soms opvallende opvattingen over doping krijgt u hier te lezen.

Hein Verbruggen, bron: Youtube

Hein Verbruggen, bron: Youtube

Dat er niet alleen naar de persoon Lance Armstrong moet gekeken worden in de hele zaak, maar ook naar instanties als de UCI, vertelden we u hier al eens. Het globale plaatje dreigt meer en meer verloren te geraken. De focus ligt steevast op het al dan niet moeten afstaan van de zeven Tourzeges en op de discussie wie deze dan moet krijgen. Uiteindelijk is dat de essentie niet en slechts een bijkomstigheid. Want één vraag brandt wel op onze lippen: hoe heeft Armstrong zeven Tours kunnen winnen? Hopelijk komt het USADA met de volledige bewijslast op tafel zodat de laatste twijfels worden weggeveegd en er helderheid wordt geschept. De rol van de UCI lijkt ons hierbij pertinent. Tijdens de periode dat Armstrong zijn zeven Tourzeges binnenrijfde, stond Hein Verbruggen aan het roer van de UCI. Hij krijgt hier nu een welverdiende portie aandacht.

De Nederlander Hein Verbruggen zag het levenslicht in het jaar1941 in Helmond. In 1991 trad hij in functie als voorzitter van de UCI, de Internationale Wielerunie. Deze functie bekleedde hij tot en met 2005. Vanaf 1996 mocht hij zich IOC-lid noemen. Na de Spelen van 2008 inPeking legde hij deze functie neer en mag hij zich sindsdien erelid noemen van het IOC. Over het standpunt van Verbruggen over doping gedurende zijn loopbaan als UCI-voorzitter kan je alles zeggen behalve dat het coherent was. In juni 1999, vlak voor de eerste Tour die door Armstrong zou gewonnen worden, liet Verbruggen optekenen dat dopingbestrijding onmogelijk is. Hij pleitte er toen voor om illegale middelen te accepteren en toe te spitsen op de gezondheid van de renners en enkel ‘gezondheidscontroles’ te verrichten waarbij renners naar huis kunnen gestuurd worden op basis van hun gezondheid. In december 2000, anderhalf jaar later, sprak Verbruggen al andere taal. Toen verklaarde hij dat het EPO-probleem in maart 2001 opgelost zou zijn door nieuwe opsporingsmethoden.

Gerechtelijk onderzoek naar US Postal
Er liep in het jaar 2000 ook een dopingzaak tegen een ploeg genaamd US Postal. In de Tour van 2000 werden de afgenomen urinestalen nadien bevroren. Deze zouden vernietigd worden op 15 november 2000 indien er geen methoden zouden zijn ontwikkeld om EPO op te sporen. Een week voor die bewuste 15 november barstte er een dopingzaak los rond US Postal die op een sisser zou aflopen. In opdracht van de Franse justitie bleven deze stalen dus wel bewaard omdat ze tegen de ploeg van Armstrong nog zouden kunnen gebruikt worden. Er is dus wel degelijk anno 2000 al een gerechtelijk onderzoek geweest naar Armstrongs ploeg voor georganiseerd dopinggebruik. Het onderzoek kwam er naar aanleiding van een vondst verdachte medische spullen in het hotel waar US Postal zich in de Tour van 2000 had gesetteld. Het onderzoek naar US Postal duurde anderhalf jaar waarbij noch bij bloedtesten verdachte dingen werden vastgesteld noch extra bezwarend materiaal werd gevonden. US Postal stapte zelf uit het onderzoek. Ze hadden die mogelijkheid omdat ze niet in directe verdenking werden gesteld en de onderzoekers moesten dus rekenen op de goodwill van de Amerikaanse ploeg.

De onderzoekers hadden zelf dus nog wel graag dat Armstrong en zijn ploeg zouden blijven meewerken. Maar na achttien maanden besloot US Postal uit het onderzoek te stappen. Voelden de Franse autoriteiten hier al stront aan de knikker? Dokter Jacques de Ceaurriz van het Franse Laboratorium voor drugpreventie in Catenenay-Malabry liet alvast noteren dat de renners van US Postal de EPO-testen hadden doorstaan. “Maar als je iets aan het zoeken bent in bloedtesten, maar je weet niet precies wat, dan zoek je een speld in een hooiberg.” Met wat we nu weten, kunnen we stellen dat US Postal de Franse laboratoria een stapje voor was. Correctie: maak van dat stapje maar gerust een reuzenstap of zeven van.

Hein Verbruggen: “Ik eet de ochtend van een marathon een spaghetti; is het niet daar dat dopering begint?”

Over de dopingbekentenissen van Maarten Ducrot, Peter Winnen en Steven Rooks in 2000 wilde Verbruggen dit kwijt: “Ze bereiken er alleen maar mee dat niemand meer aan wielersport wil beginnen. Dit soort acties dient tot niets en doet tekort aan hun collega’s die schoon rijden.” Wie de vuile was buiten hangt, valt bij Verbruggen in ongenade. Verbruggen was zeker niet vies om een boude uitspraak. Een citaat van hem in Libération juni 2001: “Je mange un plat de spaghetti le matin du marathon, mais n’est-ce pas là que commence le dopage ?” Een dergelijke uitspraak zou zo uit de mond kunnen komen van een niet al te onbesproken dokter als Michele Ferrari die EPO met sinaasappels vergeleek.

Verhoog de hematocrietgrens
In januari 2001 maakte Verbruggen een Copernicaanse bocht en riep hij op om de hematocrietgrens die op 50 lag te verhogen  Zo viel er uit zijn mond dit te horen: “Ik ben voor 53 procent. Dat is veel beter want daarmee hebben we minder renners die onschuldig geschorst worden. Een zaak Marco Pantani hadden we ook niet gehad.” Voor een beetje doofpot was de man dus niet vies. Pantani werd betrapt met een hematocriet van52 in de Giro d’Italia van 1999 en werd uit de ronde van zijn eigen land gezet. Renners met een hogere status konden dus blijkbaar op wel wat extra begrip rekenen bij de Nederlander. Dat we spontaan aan een Amerikaan denken, kunt u ons wel vergeven. Toch wilde Verbruggen geen officiële verhoging van de grens; niet uit ethiek of zo. Wel door de media. Hij liet optekenen dat het de schuld is van de media dat de hematocrietgrens niet wordt verhoogd omdat de kranten dan zouden schrijven dat het verbod op EPO zou versoepeld worden…

In juli 2002 na de Tour sprak Verbruggen openlijk zijn bewondering uit voor Lance Armstrong. Naar eigen zeggen had hij Armstrong in het voorjaar persoonlijk ervan overtuigd om deel te nemen aan de klassiekers. De twee heren konden dus wel blijkbaar door dezelfde deur. In januari 2004 weigerde hij te spreken van een ‘affaire-Cofidis’ en vond het allemaal maar opgeblazen in de media. Ondertussen weten we wel beter.

Conflict met Dick Pound
In 2005 kwam Verbruggen ook in aanvaring met Dick Pound, baas van het WADA. Deze laatste beschuldigde de Nederlander ervan de vermeende positieve dopingtests van Armstrong in de Tour van 1999 te laten lekken naar L’Equipe in 2005. Volgens Pound zat er in het bevroren urinestaal van Armstrong EPO. Armstrong reageerde hierop furieus tegen Dick Pound, niet tegen Hein Verbruggen. Ook Sylvia Schenk, voormalig voorzitter van de Duitse Wielerbond en later ook lid van de UCI, liet zich in 2005 straffe taal ontvallen. “Sinds 1998 heeft de UCI heel veel gedaan in de strijd tegen doping, maar alles is anders waar Armstrong bij betrokken is. Er is ongetwijfeld een sterke band met Armstrong. De UCI kreeg een mooie som geld van Armstrong, bij mijn weten 500 000 dollar.” Zij stelde zich vragen bij het feit dat Armstrong de UCI financieel steunde in de anti-dopingbestrijding. Enige onpartijdigheid wordt zo stevig bemoeilijkt. Dat Armstrong dit louter zou doen uit nobele bedoelingen valt te betwijfelen. Zelf staat de Amerikaan op een goed blaadje bij de UCI. Eigenlijk is deze financiering vrij straf als we verder hypothetisch doordenken: Armstrong betaalt de UCI om zijn concurrenten strenger te controleren op doping terwijl hij zelf wat meer mag…

Het jaar dat Armstrong zijn zevende en laatste Tourzege boekte, hield Verbruggen het ook voor bekeken als UCI-voorzitter. Na voorzittersverkiezingen werd de Ier Pat McQuaid aangesteld als nieuwe UCI-voorzitter. Helemaal vlekkeloos verliep dit feest van de democratie niet. Sylvia Schenk en de Spaanse Wielerbond dienden klacht in bij de Ethische Commissie van het IOC voor de gang van zaken bij de voorzittersverkiezingen. Verbruggen stelde zich aanvankelijk niet kandidaat maar deed dat achteraf wel om als noodgeval te kunnen inspringen indien zijn gedoodverfde opvolger Pat McQuaid iets zou overkomen. Dat was niet volgens het boekje. In de Spaanse en Maleisische tegenkandidaat had Verbruggen duidelijk geen vertrouwen. Deze twee tegenkandidaten spraken rechtuit over oneerlijke verkiezingen. Bij McQuaid zou Verbruggens werk voortgezet worden. Denken we maar in de eerste plaats aan de ProTour die later WorldTour is geworden, een geesteskind van Hein Verbruggen. De eerste editie ervan was in 2005, het laatste jaar dat Verbruggen UCI-voorzitter was. Zijn opvolger McQuaid heeft dan de taak gekregen om die mondialisering verder in de praktijk om te zetten.

In 2010 beschuldigde Floyd Landis Hein Verbruggen ervan tegen betaling in 2001 een positieve plas van Armstrong geheim te hebben gehouden. Armstrong zou toen positief hebben getest op EPO. In december 2000 verklaarde Verbruggen aan iedereen die het wilde horen nog dat het EPO-probleem door nieuwe testen vanaf maart 2001 helemaal van de baan zou zijn. Zou Armstrong te onvoorzichtig zijn geweest? Volgens Landis zou dokter Michele Ferrari Armstrong nochtans hebben verwittigd vlak voor de bewuste Tour de Suisse waarin hij volgens Landis positief testte om voorzichtig om te springen met EPO gezien de nieuwe testmethodes. De UCI reageerde in 2010 verontwaardigd – of wat had u gedacht – op deze verwijten en deed het af als absolute nonsens. Verbruggen categoriseerde Landis dan ook als beroepsleugenaar. Na gelijkaardige beschuldigingen van Tyler Hamilton in 2011 liet Hein Verbruggen zich dit ontvallen: “Ik herhaal het nog maar eens: Lance Armstrong heeft nooit doping gebruikt. Nooit, nooit, nooit. En dat zeg ik niet omdat ik zogenaamd een vriend van hem zou zijn, want dat is helemaal niet zo. Ik zeg het, omdat ik er zeker van ben.”

Armstrong als boegbeeld voor een gemondialiseerde wielersport
De mondialisering van de wielersport is iets waar de UCI hoog op inzet. We hebben het al gehad over de ProTour. Eind jaren ’90 en het begin van deze eeuw moest Lance Armstrong de poorten naar Amerika openen. De wielersport moest wereldwijd meer draagkracht krijgen. Lance Armstrong was de geknipte persoon hiervoor. Zijn levensverhaal leest als een sprookje: een jonge talentvolle Amerikaan die wereldkampioen wordt, vervolgens kanker krijgt en die overleeft om daarna de Tour te winnen. En dat laatste deed hij niet één keer, maar zevenmaal. UCI-lid Sylvia Schenk die we hier al eerder aanhaalden, zegt dat de UCI en Armstrong nogal dik met elkaar waren. We kunnen in het licht met wat we allemaal weten hier enkel maar vraagtekens bij plaatsen.

“Lance Armstrong was de man die de poorten kon doen openen voor een gemondialiseerde wielersport; het stokpaardje van de UCI.”

Als we sommige uitspraken van Verbruggen erop naschouwen tien jaar of nog langer na dato, moeten we stellen dat dopingbestrijding meer leek op potjes bedekt houden dan wat anders. Er was vaak een grote minimalisering van de feiten op te merken. Renners die met verhalen naar buiten kwamen, vielen steeds in ongenade bij Verbruggen. Dat was zo met de drie Nederlanders Ducrot, Winnen en Rooks, dat is zo met Hamilton en Landis. Armstrong is nooit betrapt geweest, dus hij is zuiver. Een nogal simplistische redenering lijkt ons in tijden dat de dopingbestrijding allesbehalve op punt stond. Er was zeker het klimaat voor doofpotoperaties. De wielersport toonde zich enorm kwetsbaar na de Festina-affaire. De zeven Tourzeges van Lance Armstrong zijn een onrechtstreeks gevolg van de zaak-Festina die de wielerwereld op haar grondvesten deed daveren. In feite is Lance Armstrong de straf die het wielrennen zeven jaar heeft moeten uitzitten voor de Festina-affaire door niet te willen leren uit de fouten uit het recente verleden. Anno 2012 lijken we pas echt te weten te komen hoe de vork aan de steel zit. De zaak rond Armstrong is geen mooi schouwspel, maar de Amerikaan onbestraft laten is helemaal geen optie. De wielersport moet het verleden recht in de ogen kijken en vooral eruit leren. Hopelijk doet ze dat en dan kan ze hier sterker uit komen…

Dit artikel is met toestemming overgenomen van extrasport.be

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Latest posts by Matthias Vangenechten (see all)