Steven traint zo hard

By |dinsdag 24 mei 2016|

Dario Frigo, met z’n enge geblondeerde haartjes. Ricardo Ricco, met z’n stomme cobra-act. Of Ivan Gotti, met z’n engelengezichtje. Danilo di Luca, met z’n immer boze frons. Marco Pantani, met z’n bandana en zeeroversringen. Of neem Eddy Mazzoleni, met z’n neuspleister en dat vrouwtje van ‘m. En de broer van dat vrouwtje, Ivan Basso, met z’n spillepoten en z’n vriendschap met The Godfather van het peloton. Of Stefano Garzelli, met z’n gebaartjes. Evgeni Berzin, met z’n ongeloofwaardig grote molen. Pjotr Oegroemov met z’n uitgemergelde lijf en grote hoofd. Miguel Indurain, de zwijgende mutant. Ryder Hesjedal, met z’n nog steeds ronddraaiende wiel. Of neem Denis Mentsjov, met z’n Weense bloeddokter. Bertje Contador, met z’n ingespoten biefstuk. Of Alejandro Valverde, met z’n hondje.
Ik heb ze nooit vertrouwd. En terecht, achteraf.
De enige die ik – gek genoeg – vertrouw, is een landgenoot. Steven Kruijswijk. Die traint zo hard.

Sander Peters

Als Sander Peters (1974) geen teksten schrijft, zit 'ie op de fiets. De racefiets dus. Een Trek, lekker degelijk. Want klussen aan z’n fiets, daar houdt ‘ie niet zo van. Ook niet zo’n fan van clichés en pseudo-intellectueel geneuzel over de koers (Hoogmis, Koers Van De Vallende Bladeren, Hel Van Het Noorden, Il Lombardia, etc.). Dol op macaroni-met-smac-en-kaas en de Vuelta.

Related Post

Geef een reactie