Katarina SmolkovaIk was Katarina Smolkova. Hoog torende ik boven iedereen uit, op mijn eindeloos lange benen. Mijn dikke haar golfde over mijn schouders en mijn stralende lach deed de rest: ik veroverde de knapste man, nee, de leukste jongen van het peloton.
Sindsdien waren we samen, hadden we verkering. Ik mocht hem liefkozend Peto noemen. Of Petovo, Slowaaks voor Petertje. Ik mocht hem zoenen als ‘ie uitgeput en bezweet van zijn fiets stapte, na de koers. Ik mocht door zijn iets te lange haar kroelen, mijn foute boef. En ik mocht zijn benen scheren, samen in bad, naakt. Zijn krachtige dijen.

Mijn oermens.

Iedere avond voor het slapengaan en iedere ochtend (nou ja, als ‘ie niet met een of andere lelijke ploeggenoot op een Vlaamse of Franse hotelkamer lag) verdronk ik in de meest doordringende ogen van de wereld. Dan fluisterde ‘ie koosnaampjes, droeg hoofse lyrische gedichten voor en zong tedere liefdesliedjes, in een bijna vergeten Slowaaks dialect.
Hij schilderde me, vorige lente, met bloemen in mijn haar in een alpenwei. En nog eens: in een bootje. Petovo roeide, natuurlijk.

‘I am a zzjentleman”, riep ‘ie dan, in z’n onweerstaanbare brabbel-Engels. ‘My lovely sweet Katava’ (Slowaaks voor Katarinaatje).

Ik mocht op zijn fiets – op de stang, net als vroeger op school bij mijn vriendje – tijdens de parade op de Champs-Elysées. Godzijdank deed ‘ie geen wheelie. De gek! We deden samen interviews voor de Vlaamse TV, ik op schoot, hij z’n arm om me heen. En dan keken die stomme rondemissen, die valse opgedirkte wijven, achter ons mooi op hun neus. “Te laat, hij is van mij!”, dacht ik dan.

En we zoenden weer, gewoon live op tv. Ongegeneerd.

Petovo schaamt zich casino online nooit. Ook niet voor Renaat.

We dronken samen bier op het Oktoberfest – ieder vier pullen, voor elke groene trui één. Hij in een Lederhosen, met zeemleer natuurlijk, ik als Dirndl. Dronken klommen we op een tandem, we verdwaalden in het historische centrum van München, vreeën in een verlaten steegje, klommen via de brandtrap ons hotel binnen, alwaar hij eerst Derrick en Harrie imiteerde en vervolgens een serenade bracht. Toen bedreven we opnieuw de liefde. Ik en de Wolf van Wallstreet.

Hij brulde na afloop. Ik was verliefd.

Hij kocht een Tinkoff-Saxo-outfit voor me, we gingen samen fietsen. Wat dacht je? Hij liet me winnen, in iedere sprint bij ieder plaatsnaambordje. ‘I am always zzecond, ozzerrrrwise nobody could pay me’, joelde hij dan. We picknickten bij een bergmeertje, op een dekentje. Hij had een rugzak mee met broodjes kaas, pakjes fristi en – mijn favoriet – Slowaakse kruidkoek. Zelf gebakken, natuurlijk.

Voor het recept had Petovo zijn moeder gebeld, de avond voor de Ronde van Vlaanderen.

Hij huurde na de Vuelta vorig jaar een restaurant af in Madrid, nodigde ter verrassing al mijn vriendinnen uit, we aten zeven fantastische gangen, we dronken de duurste Rioja, en Petovo speechte. Over ons, over mij en over de zeventig Syrische vluchtelingen die hij had opgenomen in zijn villa in Toscane. ‘I am wurrried about zze wurreld, and afrrraid, but not if you arrre wizz mie, Katava.’ Toen danste hij met me, tot diep in de nacht, op muziek waarvan ‘ie onthouden had dat het me deed denken aan de eindeloze zomervakanties vroeger op de boerderij van mijn opa en oma.

Ik zag ‘m aanvallen in de Tour de France. Iedere dag. Ik zag ‘m supporters blij maken, met zijn moed, zijn aanvalslust, zijn show, en zijn gekke fratsen. Ik zag ‘m vallen, achterover , na een wheelie. Ik kwam niet meer bij. Ik zag ‘m met kinderen grapjes maken, hij gaf bidons en petjes aan ze. Kinderen houden van Peto. En hij van kinderen.

Oh, ik wist het ineens: deze man zou de vader van mijn kinderen worden.

Die zekerheid. Is dat geluk?

Hij kneep me in m’n billen, ook – of juist – in het openbaar. Ik sprong in zijn armen na het WK. Hij won!! Ik zag zijn collega’s hem lachend feliciteren. Dat maakte me trots. Ik zag ‘m afdalen als een dwaas en hield mijn hart vast. Hij zou toch niet? ‘Baby, Peto neverrrr dies, you know that, don’t you?’ zei ie die avond van het WK nadat ‘ie me met een liefdevolle Thaise massage (met zacht kriebelende eendenveer) weer ontspannen had gemaakt.

Ik was erbij toen ‘ie die magere stresskip, Froome, aan het dollen was. ‘Frrroemie!’ Ik hoorde hem zachtjes zijn baas uitlachen, die rijke rus die alsmaar boos twittert. ‘Prrrressurrrre? I don’t know what zzat is’, fluisterde hij in mijn oor tijdens het etentje bij kaarslicht dat hij voor mij organiseerde na zijn vijftigste tweede plek. Hij had vijftig roze hartjes uitgestrooid over mijn stoel. En mijn lievelingstoetje gemaakt: Slowaakse vanillepudding. ‘Yellow ies ze colourrr of zze jersey I’ll never wien in Paries, so I made it forrr you, Katava.’ Hij grijnsde. We zoenden. Zijn sikje kriebelde.

Ik was met de man van wie ieder meisje droomt. De wereldkampioen.

En toen ontwaakte ik uit mijn droom.
Als man, als Sander. Zonder Peto.
Klotezooi.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief of steun ons middels een donatie!

Laatste berichten van Sander Peters (alles zien)