Het landschap vormt het decor van wielerkoersen. Of wielrenners oog hebben voor dat landschap, weet ik niet. Wat wel zeker is: ze hebben last van het landschap of maken er gebruik van. Ze hebben de klim en de afdaling verkend, ze weten waar ze moeten opletten, waar ze van voren moeten zitten, waar het zwaar wordt, waar ze even op adem kunnen komen en waar ze kunnen demarreren. Soms weten ze niks en laten ze zich verrassen.

Het landschap is decor, vriend en vijand. Het biedt afleiding, afwisseling, verveling, trainingsmogelijkheden en hoogtestages. Het landschap is ook getuige en schuldige. Winst en verlies, vallen en opstaan, de gladiolen en de dood.

In deze serie ga ik, op de fiets, op zoek naar deze ‘schuldige’ koerslandschappen. Dit is de derde aflevering.

 

Koerslandschappen 3: De Muur van Geraardsbergen

Angst is een slechte raadgever. Sommige beklimmingen boezemen de fietser angst in. Het vooraf bestudeerde hoogteprofiel kan voor angst zorgen, maar ook de nare ervaring van een eerdere beklimming van de helling kan in het hoofd gaan zitten. De angst voor het bekende nestelt zich immers veel dieper in het brein dan die voor het onbekende. Zo heb ik bijvoorbeeld last van een Amerongseberg-trauma. De Eyserbosweg fiets ik ook altijd met angst en beven op. Dat helpt niet echt.

Een klim waar ik daarentegen zonder veel moeite en zelfs met veel genoegen opfiets is de Muur van Geraardsbergen. Ik weet het, het is een kreng, met die kasseien en dat steile stuk, maar het is een klim die ik in mijn hoofd altijd in stukjes opknip. Dat mentale knipwerkje begint al bij het rare bolle viaduct over het spoor, bij de entree van Geraardsbergen.

Zouden wielrenners dat nou ook hebben, die angst voor bepaalde bekende beklimmingen? En hoe zouden die renners omgaan met het vooruitzicht dat de laatste twee klimmetjes in de koers de Muur en de Bosberg zijn? Daar moet het immers gebeuren. Angst? Dat lijkt me sterk. Een gezonde spanning wellicht? Of zelfs verlangen?

We gaan het zien, vanmiddag, want voor het derde jaar vormt dit illustere tweetal de finale van de Omloop Het Nieuwsblad. Voorheen, van 1975 tot en met 2011, vormde het duo de finale in de Ronde van Vlaanderen. Voor de Vlamingen was die laatste editie dus in twee opzichten een traumatische ervaring: het vooruitzicht van de verplaatsing van de finish van de Ronde naar Oudenaarde, hetgeen tot nogal wat ophef en emoties leidde, en de vernedering van held Tom Boonen die door Fabian Cancellara op de Muur compleet uit het wiel werd gereden. Dat laatste trauma werd nog eens versterkt door een enigszins gênante zwendeltheorie over een elektromotortje in het frame van de fiets van de Zwitser, met bijbehorend telkens weer afgespeelde ingezoomde beelden van, tja, van wat eigenlijk? Van niets aan de hand en confirmation bias.

Enfin, laat ik niet teveel zout in de wonden van onze zuiderburen strooien (hopelijk zijn die inmiddels geheeld), maar hier vooral mijn liefde bezingen voor de Muur van Geraardsbergen. Want laten we eerlijk zijn, het is een prachtige klim. De stijgende aanloop door het drukke Geraardsbergen, over de Markt, de Vesten en de Oudenbergstraat, en dan het stille, steile slot naar de Kapel op de top, van het donker van het struweel naar het licht van, ehh, van, ehh, nou ja, vul zelf maar in.

Op de top nauwelijks uitzicht op de omgeving. Nee, inzicht is waar het hier om draait. Een kleine overdenking in de kapel, een korte rustpauze op het gras, starend naar de blauwe hemel en de witte voorbijtrekkende wolken. Even denken aan niets, of aan alles. Contemplatie, vreugde en troost. Geen plaats voor beven, geen ruimte voor angst.

Want angst is een slechte raadgever. Als De Muur me iets heeft geleerd, is het dat.

 

Frank van Dam