Foto Stefano Sirotti
Mathieu van der Poel over zijn koersstijl: ‘Ik maak nooit een echt plan’
Mathieu van der Poel heeft geen uitgebreid draaiboek nodig om een koers te winnen. De Nederlander vertrouwt liever op zijn gevoel, zijn ervaring en zijn onnavolgbare instinct. In een voor hem zeldzaam interview met sponsor Pirelli vertelt hij hoe hij wedstrijden benadert, waarom hij zo graag verschillende disciplines combineert en wat er in het moderne wielrennen is veranderd.
Van der Poel staat natuurlijk bekend om zijn aanvallende manier van koersen, een stijl waar wij wielervolgers van smullen. Of het nu gaat om de kasseien van Parijs-Roubaix, de hellingen van de Ronde van Vlaanderen of een modderig veldritparcours: hij lijkt vaak precies te weten waar hij moet rijden en wanneer hij moet toeslaan. Toch zit daar volgens hem geen ingewikkeld wedstrijdplan achter.
“Er gebeurt zoveel tijdens een koers dat ik altijd op mijn instinct probeer af te gaan”, vertelt hij in het interview. “Ik maak eigenlijk nooit een echt plan voor de start.” Natuurlijk weet hij waar de belangrijke momenten liggen en waar hij voorin moet zitten. Maar daarna laat hij het liever gebeuren. “Ik ben gewoon voorbereid op elk scenario.”
Die aanpak heeft ook een voordeel voor de manier waarop hij in de wedstrijd zit. Door niet vast te houden aan een vooraf uitgedacht plan, blijft hij ontspannen en kan hij reageren op wat er in de koers gebeurt. Zijn eigen lichaam aanvoelen is inmiddels relatief eenvoudig. Dankzij zijn ervaring merkt hij vaak al vroeg of het een goede of slechte dag wordt. De koers zelf laat zich een stuk moeilijker voorspellen.
Van de Cipressa tot het bos
Zijn instinct is niet alleen belangrijk bij het kiezen van het juiste moment om aan te vallen. Ook het gevoel met de fiets en het parcours speelt een grote rol. Van der Poel noemt het herkennen van ondergrond en omstandigheden een vaardigheid die hij al van jongs af aan heeft ontwikkeld, mede dankzij het veldrijden.
“Ik ben altijd gewend geweest om te observeren”, vertelt hij. Het lezen van modder, zand en verschillende lijnen is volgens hem iets wat je vooral leert door het vaak te doen. Ook de keuze van banden en bandendruk speelt daarbij een rol, een onderwerp waar hij uiteraard op ingaat met zijn sponsor. In het veldrijden en mountainbiken kan hij veel meer experimenteren dan op de weg.
Bij Parijs-Roubaix is dat gevoel ook belangrijk. De combinatie van bandengewicht, comfort en bandendruk vraagt om een nauwkeurige afweging. Een lagere druk helpt om de schokken van de kasseien op te vangen, maar vergroot tegelijkertijd de kans op lekrijden. Het is zoeken naar de juiste balans. “Uiteindelijk draait alles om gevoel”, aldus Van der Poel.
Ook in Milaan-San Remo is dat gevoel van belang. Op de Cipressa en de Poggio moet je niet alleen over voldoende vermogen beschikken, maar ook grip hebben in de afdalingen en je hoofd koel houden. Het zijn dit soort momenten waarop techniek, ervaring en instinct samenkomen.
Wielrennen laat steeds minder ruimte voor rust
Van der Poel ziet ondertussen dat het wielrennen de afgelopen jaren flink is veranderd. Waar vroeger de beslissende aanval in Milaan-San Remo vrijwel altijd op de Poggio werd verwacht, is de Cipressa inmiddels minstens zo belangrijk. En in de Ronde van Vlaanderen van 2026 viel de beslissing al op honderd kilometer van de finish.
“Er is nooit meer een moment van rust”, concludeert hij. Renners moeten voortdurend alert zijn om geen belangrijke beweging te missen. Dat maakt koersen volgens hem ook steeds meer een kwestie van pure kracht. Tactiek blijft belangrijk, maar uiteindelijk moet je vooral uitzonderlijk goede benen hebben om te winnen.
Dat klinkt misschien wat eenvoudig uit de mond van een renner die zelf geregeld met een indrukwekkende solo de koers naar zijn hand zet. Toch relativeert Van der Poel het belang van tactiek. Hij heeft zelf ook wedstrijden meegemaakt waarin hij zo sterk was dat de strategie nauwelijks doorslaggevend bleek.
Plezier als belangrijkste brandstof
Van der Poel ziet zichzelf niet als een rolmodel en is naar eigen zeggen vooral bezig met zichzelf blijven. Hij wil genieten van het fietsen, op en naast de fiets. “De liefde voor de fiets is alles”, zegt hij.
Als Pirelli hem vraagt naar zijn gelukkigste moment op de fiets, hoeft hij niet lang na te denken. De wereldtitel op de weg in Glasgow in 2023 komt direct naar boven. Niet alleen vanwege de sportieve prestatie, maar ook vanwege de emotie na zijn teleurstellende WK van een jaar eerder in Australië.
“Het was wel een van de grootste hoogtepunten tot nu toe.”