Een supporter van Club Brugge bijwijlen uitgedost in een paarse sjaal van het bijkans bevriende Anderlecht. Zelfs deze zou het in de jaren vijftig van vorige eeuw niet in zijn hoofd halen om zowel de lof te zingen van Coppi als Bartali, laat staan met beide in het openbaar te dwepen. Nu ze respectievelijk 55 en 15 jaar geleden het loodje hebben gelegd, is het niet langer taboe meer om mild bezeten van ze te zijn. Hoewel ik me graag van een zekere onverschrokkenheid verdenk, loopt de vergelijking tussen bijkans bevriende voetbalgroeperingen enerzijds en Coppi en Bartali anderzijds anno nu behalve mank ook spaak.

Om dat te bewijzen was ik met mijn hoedanigheid een openbare ruimte aan het vullen om ze er openbaar te doen uitzien en werd daar geconfronteerd met een fan van Coppi in wiens hiërarchie de Ronde van Lombardije een halve trap hoger staat dan de Omloop het Volk, omdat Coppi daar in 1948 aldus hem geheel ten onrechte werd gedeclasseerd. De man in kwestie stelde zich voor als Giorgio, maar heet eigenlijk Georges, ik vroeg hem uit beleefdheid niet of hij zich zo noemde omdat de derde plaats van Giorgio Zancanaro in de Giro van 1963 hem ook zo bezighield, maar ik ging vanwege een aantal algemene conventies ervan uit van wel.

Toen ik terloops zonder de intentie om te provoceren de naam van Bartali uitsprak, liep Giorgio heel hard weg en kwam niet onder een vrachtwagen terecht. Coppi-fans die Bartali’s bestaan niet erkennen, ze dwalen. Bartali-fans die Coppi ontkennen, ze dwalen zo mogelijk nog harder. Toevallig kwam ik er zo eentje tegen. Ik mocht Maurizio tegen Maurice zeggen. Er ontspon zich een interessant gesprek dat nooit dreigde te ontaarden in een wedloop wetenswaardige weetjes opdreunen over Bartali. Wat ik zeer kon appreciëren aan Maurizio, ik noemde hem dan ook maar zo, is dat hij de kleine kantjes van Gino niet minimaliseerde. Hoewel het wel die kleine menselijke kantjes zijn die net zo fel contrasteren tegen het aura van heiligheid waarmee Bartali omgeven wordt.

Bartali rookte als een ketter, wat voor een vroom iemand best controversieel kan lijken, maar in die dagen maakte men daar niet zoveel van wat temeer zijn populariteit bewijst. Hij riep weleens klerelijer naar rivalen en wanneer Hugo Koblet aan het neerzijgen was van de dorst, leegde Bartali zijn drinkbus gevuld met wijwater onder diens ogen op de grond. Die katholieken waren me een kapoenen. Zaken waar de minder preutse Coppi te verlegen voor zou zijn, voerden ze zonder gewetensbezwaren uit. Bij het horen van Coppi’s naam liep Maurizio heel hard weg en kwam terecht onder een vrachtwagen. Dat is een opmerkelijk feit. Er was niemand zo geobsedeerd door Coppi als Bartali. Zelfs Coppi niet.

Er ging geen minuut voorbij of de oude Bartali dacht aan Coppi. Hij hield razzia’s in zijn kamer, waar hij alle te vinden flesjes in één teug ledigde waarin volgens hem de oerkracht van Coppi moest verborgen zitten om vervolgens doodziek te worden, hij liet hem schaduwen als een vrouw haar overspelige man, in het geval van Coppi een uitstekende vergelijking hoewel Coppi’s vrouw eerder hem al bedroog toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in Afrika wegkwijnde, maar weerkeerde waarna Bruna zuchtend doch zeer tegen haar zin moest toestaan dat haar echtgenoot weer ging wielrennen. Kon die dan geen gewone job vinden zoals beenhouwer, notaris of wijnteler? Na wat wikken en wegen kroop Coppi toch maar weer de fiets op. Een betrekkelijk goede inschatting, zo bleek achteraf.

Wie leest over Coppi moet Bartali lezen. Wie de taal van Coppi spreekt, communiceert met Bartali. Wie het eten eet van Coppi, weet wat Bartali eet, wie de slaap van Coppi slaapt, moet ook Bartali in zijn bed dulden. Wie bezeten is van Coppi, is ook bezeten van Bartali of is Bartali zelf. Die laatste optie valt met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit te sluiten. Hoewel het altijd wel wielrennen blijft.