Pantani versus Pogačar: simulatie zet Italiaan met modern materiaal veertien seconden voor
Een materiaalmodel herschrijft de snelste beklimmingen van Alpe d’Huez. De uitkomst geeft Pantani de beste tijd, maar één moeilijk te achterhalen detail kan het duel volledig kantelen.
Op Alpe d’Huez zou Marco Pantani, de Italiaanse klimmer, met materiaal uit 2026 veertien seconden sneller zijn geweest dan het huidige record van Tadej Pogačar. Dat volgt uit een simulatie van wielerpublicatie Velora Cycling.
Het model brengt Pantani’s beklimming uit 1995 over de huidige meetafstand van 13,8 kilometer terug van 36:50 naar 35:13. Pogačar klokte op 24 juli tijdens de negentiende etappe van de Tour 35:27. Dat blijft de werkelijk gereden recordtijd.

Een winst van 97 seconden door materiaal
Velora Cycling, de publicatie achter de berekening, zette de historische prestaties op dezelfde fictieve materiaalbasis. Het model houdt het geschatte vermogen van iedere renner gelijk en corrigeert voor de massa van fiets en kleding, rolweerstand, aerodynamica en rendement van de aandrijving.
De grootste winst voor Pantani komt volgens de centrale berekening uit de aandrijving. Een efficiëntie van naar schatting 95,7 procent in 1995 stijgt naar 98,2 procent met modern materiaal, goed voor 46,6 seconden. Banden en wegdek leveren 22,8 seconden op, aerodynamische verbeteringen 16,8 seconden en het aangenomen lagere fietsgewicht 16,2 seconden.
Moderne kleding en de verplichte helm kosten in het model juist vijf seconden. Per saldo wint Pantani 97 seconden ten opzichte van zijn oorspronkelijke tijd uit 1995.
Ook zijn beklimming uit 1997 duikt na correctie onder Pogačars record: 35:17, tien seconden sneller. Pantani’s rit uit 1994 komt uit op 35:37. Andere gecorrigeerde tijden blijven verder verwijderd, met Jan Ullrich op 36:03 en Miguel Induráin op 36:32.
Fietsgewicht kan de uitslag omdraaien
De uitkomst rust voor een belangrijk deel op een onbekende: het gewicht van Pantani’s fiets uit 1995. Velora rekent centraal met 7,6 kilogram, maar gebruikt in de simulaties een bandbreedte van 6,9 tot 8,6 kilogram. Van de specifieke fiets bestaat geen betrouwbare gewichtsmeting.
Bij een aangenomen gewicht van 7,01 kilogram rijden Pantani en Pogačar allebei 35:27. Een zwaardere fiets uit 1995 vergroot Pantani’s berekende materiaalwinst en zet hem voor Pogačar. Was zijn fiets lichter, dan blijft de Sloveen de snelste.
Velora voerde per beklimming 8.000 simulaties uit. Pantani’s tijd uit 1995 belandt in 90 procent van de berekeningen tussen 34:43 en 35:40. Hij eindigt in 81 procent van de scenario’s voor Pogačar. Het model wijst hem daarmee aan als waarschijnlijkste winnaar, met onzekerheid over de uitkomst.
Twee beklimmingen in verschillende koersen
Ook buiten het materiaal zijn de omstandigheden lastig gelijk te trekken. Pantani had in 1995 voor de voet van de Alpe al 149 kilometer en ongeveer 2.900 hoogtemeters afgewerkt, met de Col de la Madeleine en Croix de Fer in het parcours. Pogačar begon in 2026 na 114 kilometer en circa 2.280 hoogtemeters aan de slotklim.
Wind, temperatuur, drafting en verschillen in koersverloop zijn niet genormaliseerd. Voeding blijft eveneens buiten de hoofdberekening. Het model kan bovendien niet corrigeren voor doping en houdt de fysiologie van iedere renner constant.
Pogačar viel in de openingskilometer aan, kreeg enkele kilometers steun van Adam Yates, zijn Britse ploeggenoot, en reed daarna alleen verder. “In the beginning in the first kilometre of Alpe d’Huez I knew I had good legs and there weren’t many guys who could follow, so I tried. Then I committed to the top,” zei hij na de finish.
De simulatie komt voor Pantani uit op een theoretische 35:13. In de uitslagen blijft Pogačars 35:27 de snelste beklimming van Alpe d’Huez.