Foto Sirotti
Ramses Debruyne: wie is deze verrassing van Alpecin-Premier Tech
Een 23-jarige Belg in zijn tweede profseizoen rijdt naar plek vijf in rit 4 en staat zesde in het klassement. Wie is Ramses Debruyne, en waarom kwam dit niet helemaal uit het niets?
De zon brandt op de flanken van de Col de Montségur wanneer een kopgroep van meer dan dertig renners definitief uit elkaar spat. Ramses Debruyne, 23 jaar, tweede profseizoen, voelt op die klim dat hij bij de beteren zit. ’s Ochtends draaide de bus van Alpecin-Premier Tech nog volledig rond Mathieu van der Poel. Nu, halverwege de middag tussen Carcassonne en Foix, rijdt Debruyne in een selecte groep van tien naar wat zijn beste Tourdag wordt: vijfde in de rit, zesde in het algemeen klassement.
Wie is Ramses Debruyne?
Voor veel Tourvolgers was Debruyne tot dinsdag vooral een onbekende naam. Debruyne kwam via de opleidingsstructuur van Lotto bij de developmentploeg van Alpecin terecht in 2024, schoof na één jaar door naar de WorldTour-kern en studeert nog altijd Bio-industriële Wetenschappen in Kortrijk. Na de Tour Auvergne-Rhône-Alpes in juni, waar hij als revelatie van de ronde gold, verlengde Alpecin zijn contract tot eind 2028.
Zijn profiel is dat van een punchy heuvelspecialist: iemand die op overgangsterrein overleeft wanneer de groep uitdunt en daarna in een sprint uit een kleine groep nog genoeg snelheid heeft om mee te doen. Ploegleider Gianni Meersman vatte het bij Sporza bondig samen: “Alles onder de acht procent kan hij zeker aan.”
Signalen in het voorjaar
De prestatie in Foix had zich al aangekondigd. In de Tour Auvergne-Rhône-Alpes werd Debruyne tweede op de openingsdag achter Alex Baudin, nadat hij meerdere zware beklimmingen overleefde en de sprint van de achtervolgende groep won. Eindklassement: dertiende. Eerder in het seizoen reed hij naar een veertiende plaats in de Ster van Bessèges en werd hij achttiende in Luik-Bastenaken-Luik.
Misschien nog veelzeggender was de Brabantse Pijl in april, waar hij op de Moskesstraat mee schoof toen Romain Grégoire aanzette. Ploegmaat Tibor Del Grosso zei achteraf: “Ramses was ongelofelijk toen Grégoire ging.” De koers kwam terug samen, de uitslag leverde weinig op, maar het niveau was getoond.
Etappe 4 op zijn lijf geschreven
Debruyne had de etappe naar Foix al voor de Tour rood omcirkeld. “Als je die etappe ziet en hoe ze is gebouwd, dan was de kans heel groot dat het voor een vlucht was”, zei hij na afloop bij Sporza. De Col de Coudons (11 km aan 5,5%) en de Col de Montségur (6,9 km aan 6,6%) zijn precies het soort beklimmingen dat bij zijn profiel past: lang genoeg om een kopgroep te filteren, niet steil genoeg om alleen de pure klimmers over te houden. Na de top van de Montségur volgde een lange afzink en een vlakke aanloop naar de finish, ideaal voor een renner met inhoud én punch.
In de finale liep het mis. Lidl-Trek hield met drie sterke pionnen, waaronder latere ritwinnaar Mads Pedersen, alles in de hand. “Die gingen blijven rijden”, constateerde Debruyne. “Het was sneu dat Pedersen mee was. Het had een ander verhaal geweest, dan kan je misschien wat meer koersen.”
Meersman bevestigde dat het plan om aan te vallen strandde op de realiteit: “Ze reden aan 60 kilometer per uur. Om dan nog weg te rijden is heel moeilijk.”
Een extra kaart voor Alpecin
De instructie in de ploegbus in de ochtend was duidelijk. “Vanmorgen zeiden ze dat we moesten focussen op Mathieu, kijken hoe hij zich voelt. Als er iemand anders mee zat, dan mocht het ook”, zei Debruyne bij Sporza; Wieler Revue citeerde dat interview. Toen Van der Poel door de hitte niet probeerde mee te springen, zag Debruyne zijn kans. Edward Planckaert stond de hele dag voor hem klaar, terwijl de ploegwagen hem rustig hield.
Over zijn rol binnen het geheel is Debruyne zelf ondubbelzinnig: “Vanuit de ploeg komt er geen druk. Het hoofddoel is hier om een etappe te winnen met Jasper en Mathieu. Voor mij is het heel leuk om te doen. Als er iets van mij komt, is dat extra meegenomen.”
Die nuchterheid past bij wat Meersman over hem zegt: “Het is een heel aangename jongen, heel beleefd. Hij probeert alles juist te doen en is heel professioneel.”
De zesde plek in het klassement zal in de bergen vermoedelijk verdwijnen. Maar voor Alpecin-Premier Tech toonde rit 4 iets bruikbaars: op dagen die tussen sprint en bergrit vallen, hebben ze een pion die bergop overleeft en voorin kan finishen. Voor Debruyne was het de bevestiging van werk dat al maanden zichtbaar werd.