Foto A.S.O./Aurélien Vialatte

Algemeen

Gaat de Tour de France weer naar Italië?

Italië. Een van de meest geliefde fietsbestemmingen. Behalve dan voor Francofielen. Of je die serieus moet nemen, dat is een tweede. Francofielen zijn overigens geen liefhebbers van de Tour en het spektakel eromheen. Hoewel dat volgens de ingewijden wel echt Frans is. Enfin, dat kan een discussie zonder eind opleveren. Terug naar Italië.

 

In 2024 was Italië het middelpunt van de grootste wielerronde ter wereld. Met een ‘Grande Partenza’ in Florence, een bedevaart naar Rimini en Cesenatico en de uitrol door Piemonte, was er genoeg om het land van comedia dell’arte nog dieper in het hart te sluiten. Of het een iets met het ander te maken heeft, weten we natuurlijk nooit, maar de Tour de France overweegt een nieuwe uitstap naar Italië. De Tour de l’Avenir trekt eind augustus al richting het Parco Nazionale Gran Paradiso om ergens bij het Lago Serrù een etappe te finishen. Het zou zomaar een generale repetitie kunnen zijn voor de Tour. Volgens Bicisport, een toonaangevend Italiaans medium,  overweegt de Tour de France precies daar een toekomstige bergaankomst.

Het bericht is afkomstig van journalist Beppe Conti, die de informatie deelde tijdens “Radio Corsa” op RaiSport. Volgens Conti evalueert de Tourorganisatie een etappefinish bij Ceresole Reale – Lago di Serrù, boven de 2.000 meter, in het Italiaanse deel van de Alpen. De Tour de France nam nog niet eerder dit uitstapje. Uiteraard ging de Tour al (meerdere keren) naar Sestrière, bijvoorbeeld, maar nog niet eerder hier.

Het is niet de eerste keer dat dit stuk asfalt in een grote ronde opduikt. Tijdens de Giro d’Italia 2019 eindigde de dertiende etappe vanuit Pinerolo bij Lago del Serrù. De finale verliep over de oude weg met stroken tot 14 à 15%. Dit wordt ook steeds meer het Tour de France werk. Maar het enige punt is dat de weg en de ruimte rondom deze etappe en klim vrij beperkt is. De reden waarom sommige beklimmingen nooit in de Tour zullen komen, ondanks dat ze spectaculairder zijn dan gemiddeld. De Tour komt letterlijk met een compleet circus en de ruimte om dat circus kwijt te kunnen is belangrijker dan een mooie klim. Want een ding is zeker: money talks als het op de A.S.O. aankomt.

Tour de l’Avenir als generale repetitie

Terwijl de Tour-plannen nog vaag zijn, staat er voor deze zomer al een koersafspraak op de kalender. De Tour de l’Avenir 2026, de beloftenkoers die wordt georganiseerd door Alpes Velo met steun van ASO (de Tourorganisator), sluit op woensdag 26 augustus af met een rit van Strambino naar Ceresole Reale – Lago Serrù: 130 kilometer en 2.556 hoogtemeters.

De officiële communicatie van de Città metropolitana di Torino bevestigt dat de aankomst op 2.275 meter ligt, op de SP50 richting Colle del Nivolet. De finale door de Valle Orco naar Lago Serrù fungeert zo als praktische test: dezelfde wegen, vergelijkbare logistiek en uitdagingen die een eventuele Tour-etappe zou tegenkomen.

Gereguleerde toegang

Een detail dat bij de planning een rol speelt: de weg door het nationale park kent al gereguleerd verkeer. Op het Nivolet-traject geldt een dagelijks maximum van 350 voertuigen, gecontroleerd met camera’s en een online boekingssysteem. Er zal dus een uitzondering moeten komen, want de Tour en de karavaan overschrijdt dit aantal met twee vingers in de neus.

De cijfers van de klim verklaren de interesse voor een finish hier. De volledige Colle del Nivolet, gemeten vanaf het dal, is ruim 47 kilometer met 2.138 meter stijging en een top op 2.616 meter. Vanuit Ceresole Reale, dat zelf al op 1.600 meter ligt, gaat de weg met lange stroken van 7 tot 9% en pieken tot 15% omhoog langs Lago Serrù en Lago Agnel. Dat is met recht een zware finale.

Voor nu blijft het bij plannen maken. Maar zoals met zoveel dingen is de voorpret soms nog leuker dan het eindresultaat. We gaan zien of het ook daadwerkelijk tot een etappe rondom dit meer gaat komen.

 

Lees ook van HetisKoers!

Gaat de Tour de France weer naar Italië?

Ceresole Reale – Lago di Serrù als toekomstige bergaankomst

Algemeen

Philipsen en Magnier winnen op dezelfde zondag, elk op hun eigen terrein

Algemeen