Etappe 9 – Tijd voor Rust

Pau – Laruns – 153km – Bergrit

“Kus mijn kloten, ik rijd door.” – Eddy Merckx op solo avontuur in de Ronde van Vlaanderen

 

Hoe de renners tegen een dag als deze aankijken is moeilijk te zeggen. Vooral de kijker thuis alsmede de interviewers en stukjesschrijvers gebruiken de dag vóór de rustdag vaak om nog maar eens te herhalen dat de renners ‘vandaag alles kunnen geven wánt morgen is het toch een rustdag’. Waar de renners nog weleens respijt krijgen voor een wat mindere inspanning of een wat terughoudend optreden omdat de etappe van een dag later nóg zwaarder is dan die waaraan zij zojuist deelnamen, zijn de verwachtingen altijd hoog gespannen op de dag voor de rustdag.

Ook de parcours bedenker houdt hier rekening mee. Een vlakke rit in lijn zullen de kijkcijfers op een zondagmiddag waarop ieder wielerminnend mens wil inschakelen niet ten goede komen.

Ook de rit van vandaag was geen uitzondering op deze ongeschreven regel. Ook hij wist dat. En hij twijfelde of hij wel klaar was voor het vuurwerk op de dag voor de rustdag.

    Het ging stiekem bagger en hij voelde ook dat het steeds minder stiekem begon te worden. De pers schreef, de blikken in het peloton bleven wat langer dan normaal op hem gericht. Wolven zoekend naar zwakte. Hij zat weliswaar nog helemaal in de race om de eindzege, had nergens tijd verloren, maar voelde zich niet sterk genoeg om de concurrentie pijn te doen. Zij deden hem juist pijn. Elke dag een beetje meer.

De etappe van gisteren had hem bijna tijdverlies gekost. De gele Jumbo trein was het tempo weer gaan verhogen op de laatste klim en tot zijn verbazing zag hij ineens de mede kopman van Roglic zich op kop van het peloton zetten? Que? Het tempo schoot verder omhoog en in een moordend zittend tempo, wat alleen de echte tijdrijders in het wielrennen bergop ten toon weten te spreiden, trok Dumoulin de groep op een lint. Alaphillipe werd tot de orde geroepen, Yates kraakte, maar niemand van formaat ging echt overboord. Turbo Tom was zichzelf aan het leegrijden voor Roglic en toen hij van kop af ging zag de jonge Pogacar zijn kans schoon om weg te springen. Hij had jaloersmakend gekeken naar het gemak waarmee Poga wegreed uit de ploeg der favorieten en hoewel zijn ploeggenoot Carapaz nog zocht naar aansluiting en mogelijk als springplankje voor hem, moest iedereen de jonge Sloveen laten begaan.

Slotsom was wel dat ook Jumbo hun tweede kopman kwijt was geraakt voor het klassement, dat Pinot definitief moest afhaken en dat het veld aan de top weer wat overzichtelijker was geworden. Egan Bernal zat er nog bij. Maar niet van harte.

Maar terug naar de route van vandaag. Die verplichte bergetappe op de zondag voor de rustdag. De mensen die het parcours wat nader bestudeerden zullen in eerste instantie wat mak gereageerd hebben. De finish ligt ‘alweer’ bergaf, na een klim van de eerste categorie waar weliswaar wat luttele bonies te verdienen zijn, maar met een afdaling van nog 19km tot de meet na de top van de klim is de kans altijd groot dat de klassements mannen veilig in hun hok blijven zitten.

Na beklimmingen van de 4de, 1ste, 3de en nog eens 3de categorie moest de Col de Marie Blanque, 7,7 km aan 8.6% dus voor mogelijk scherprechter spelen. En hier betaald het uit om wat verder te kijken dan de welbekende neus lang is. Want hoewel kort en qua gemiddelde niet te spannend blijkt de Witte Marie gemakkelijk in tweeën te delen. En juist dat tweede gedeelte tot de top heeft alles weg van een zwarte piste. 3,5km klimmen aan 12%, bij percentages boven de 10, dan vallen er altijd slachtoffers. Deze slachtoffers bergop moeten hopen dat er een pact gesloten kan worden, zodat ze in de dalende 18km tot de finish gezamenlijk de schade weten te beperken tot de jongens die het verschil bergop wel wisten te maken.

Het blijkt een rit waarin 1 iemand de spotlight het grootste gedeelte van de dag op zich gericht zou hebben. Met nog 142km te gaan ziet Bernal dat Marc Hirschi, de jeugdige klasbak die in de tweede etappe nog bijna Alaaph wist te verschalken, een versnelling plaats en met een kleine voorsprong de afdaling induikt. Hirschi moet zijn beslissing al bijna direct bekopen doordat hij op een haar na een bocht weet te houden. Één voetje uit het pedaal, het achterwiel scheef ten opzichte van het voorwiel. Even lijkt het erop alsof een geparkeerde camper, de niets vermoedende toeschouwende familie of de naastgelegen boom, als stootkussen voor deze glijpartij gaat dienen. Maar Hirschi weet de fiets op miraculeuze wijze op het asfalt te houden en zet zonder schroom zijn aanval in de afdaling voort. De woorden van Merckx nazoemend in zijn hoofd. Vanuit het peloton rijst de gedachte op dat het beter én veiliger is om deze dalende maniak op solo avontuur te laten begaan.

Egan heeft geen enkele angst voor het dalen, is erg trots op zijn kunsten bergaf. Dat is ook niet zo gek als je wieg stond waar die van hem gestaan had. Zipaquirá. Een klein stadje gelegen op 2.652 meter hoogte. Een plek waar de gemiddelde Europeaan de eerste uren last van hoofdpijn zou krijgen en het soms wel dagen kan duren voor men helemaal geacclimatiseerd is aan deze ijle omstandigheden. Voor hem doodnormaal. De hoogvlaktes boven Bogota zijn speeltuin. De plekken waar hij met gemak beklimmingen fietst die boven de 3.000 meter uitkomen. Waar de Europese teams en renners speciaal naar Tenerife afreizen om in een afgelegen hotel op hoogtestage te gaan gaat hij gewoon terug naar huis.

   In de etappe begint het langzaam te regenen. En plots barst de hemel echt open en een stortvloed aan Frans/Spaans regenwater komt omlaag en doet noodgedwongen terugdenken aan de 19e etappe van de vorige Tour de France . De rit waar Bernal zijn ultieme aanval plaatste. Op solo avontuur was getrokken om de ritwinst en de tourwinst naar zich toe te trekken, maar die voortijdig afgevlagd zou worden vanwege de voor hem bekende lahars. Modderstromen. De weg was weg en de race lag ineens stil. Na de onzekerheid bleek dat de tijdsverschillen bovenaan de laatste klim golden en hij nam het geel over van Alaphillipe. Hij zou het geel niet meer verliezen en naar Parijs brengen. Een Unicum!

Luis Herrera, de kleine tuinman wist als eerste Colombiaan wel een etappe te winnen maar nooit de ronde zelf. Nairo Quintana, De condor van de Andes, pakte de Giro, de Vuelta en werd twee keer tweede in de Tour, maar winnen lukte ook hem niet. De piep-Jonge Egan Bernal krijgt het als eerste voor elkaar om zijn wielergekke land te belonen met de ultieme prijs in hun sport.

Alles is daarna veranderd en in een stroomversnelling gekomen. Als hij nu naar huis gaat, is dat niet meer naar zijn oude bescheiden huis, maar naar een grote moderne villa gelegen in Sindamanoy, een afgesloten complex in de heuvels van Zipaquira. Het is uitgegaan met zijn jeugdliefde en de aandacht vanuit de media is onophoudelijk. Het is wennen. Hij was er altijd goed in om onopvallend te zijn. Niet herkend te worden. Misschien lag de basis hiervoor wel in het feit dat het 8 maanden duurde voor zijn moeder naar de dokter ging met buikklachten om er tot haar grote schok achter te komen dat ze zwanger bleek van Eganito.. Maar verstoppen kan tegenwoordig niet meer, misschien wel nooit meer.

Waar hij de kracht van Jumbo nu ook in de koers ervaren had, was hij op voorhand weinig bezig met dit team. De onduidelijkheden en onzekerheden binnen zijn eigen equipe hadden hem meer zorgen gebaard, dat in combinatie met de lockdown in zijn eigen land. Hij wilde echt niets liever dan als absoluut kopman naar de tour afreizen. Maar hoeveel kon en mocht je binnen een team afdwingen waar jij de jongste renner was, waarbij je het moest opnemen tegen mannen met meer ervaring, meer jaren op de teller en meer overwinningen op de palmares? Een team waarbinnen 1 tour overwinning niet zo heel veel voorstelde. Hij is trouw aan zijn team, de afspraken met grote baas Brailsford zijn kraakhelder en als hij ‘in dienst van’ moet koersen, dan zal hij dat ook doen. Gedreven door die druk was hij misschien wel nog meer gefocust dan ooit op het neerzetten van een superprestatie. Hij besluit nog harder te trainen. Zich minder af te laten leiden door randzaken en het koersen zijn enige en allerhoogste prioriteit te maken. Waar hij in het verleden nog vaak genoeg in de remmen kneep voor een foto, een praatje of een handtekening weet hij nu van geen stoppen of ophouden. Kilometers maken, hoe meer hoe beter. Hoe langer, hoe zwaarder, hoe hoger hoe extremer. Hij wilde nog sterker aan de Tour verschijnen dan een jaar eerder om zijn plek binnen het team op te eisen en voor een tweede eindoverwinning te gaan.

Maar zoals alles dit jaar liep ook de vooraf beoogde team strategie compleet anders. En waar het al eerder duidelijk werd binnen het team dat de grote Froome nog niet (en misschien wel nooit) op zijn oude niveau zat sinds die noodlottige val, bleek tijdens de Dauphiné ook Geraint Thomas nog niet over de juiste benen te beschikken. De handdoeken werden geworpen. Ofwel door het team, ofwel door de renner, ofwel door beiden, maar de conclusie was simpel: Zij gingen niet mee naar de Tour en hij is de enige en absolute kopman.

   En terwijl Hirschi nog altijd bezig is aan zijn indrukwekkende solo, geeft op 20km van de meet, halverwege de slotklim, precies daar waar de % de dubbele cijfers inschieten die andere jonge jongen er alweer een klap op. Pogaçar. Gisteren hadden ze hem laten wegrijden op de Peyresourde. Vandaag dan? Waar vorig jaar de hele Ineos armada nog van voren had gezeten in een etappe als deze heeft hij nu alleen Carapaz als super domestique nog bij zich en ziet tot zijn opluchting dat Dumoulin van Jumbo het initiatief neemt om het gat tot Poga te dichten. Het tempo ligt heel hoog want ineens wordt bekend: de gele trui moet lossen! Daar gaat Yates, door de achterdeur naar buiten en het moreel van de koplopers krijgt die welbekende boost doordat er slachtoffers van formaat beginnen te vallen. Hij kan bijblijven, maar het begint steeds meer pijn te doen. Pijn in zijn lijf, pijn in zijn rug en pijn in zijn kop. Een groot deel van deze pijn kent hij als geen ander. Het is de pijn die komt kijken bij het koersen op het allerhoogste niveau tegen de allerbesten ter wereld. Maar een klein deel van die pijn is helaas nieuw voor hem. Pijn waar hij nu al enkele maanden mee rond fietst en die een alsmaar grotere rol begint op te eisen.

En daar gaat ineens Dumoulin. Met een ruk naar links een bruusk teken dat zijn turbo tank leeg is en Roglic begint het overgebleven gaatje naar Pogacar dicht te rijden. Hij kan het wiel nipt houden en ziet dat ook landa met hem mee is, maar dat daarachter iedereen moet passen. Moraal! Ik zit er nog bij en voor even verdwijnt de pijn. Bovenop zijn een paar bonies te verdienen maar de versnelling die de twee Slovenen inzetten om deze op te eisen is aan hem ditmaal niet besteed. Meters voor de top kijkt Poga achterom en ziet daardoor niet dat Roglic van de andere kant hem voorbij fietst. Madre Mia! Pogacar raakt het achterwiel van Roglic en zwiept naar de border toe maar weet de fiets als door een wonder te houden. En zo komen ze gevieren zonder kleerscheuren boven op de top, Hij, Poga, Rogla en Landa. Met op een minuutje voorsprong nog altijd die dekselse Hirschi. Hij kende Hirschi een beetje vanuit de Tour de l’Avenir in 2017 die hij op zijn naam wist te schrijven en waar Hirschi op een 14de plek eindigde. Maar het was duidelijk dat deze leeftijdsgenoot niet had stilgezeten de voorbije jaren. Het viertal duikt de afdaling in, voor heel even met een gezamenlijk doel en waar de degens bergop gekruist werden was het voor even pais en vree zolang ieder zijn taak maar blijft doen. Even denkt hij in een flits terug aan die loeiharde schuiver die hij eerder dit jaar maakte in een volle afdaling tijdens het Colombiaans kampioenschap waar hij uiteindelijk toch nog tweede zou worden achter een ontketende Higuita. Maar deze gedachte krijgt geen voet aan de grond. De concentratie is op zijn piek en elke kilometer kruipen ze dichter naar Hirschi toe, die op dat moment geweten moet hebben dat hij het laatste vlakke stuk naar de finish onmogelijk vooruit kan blijven als de mannen daarachter maar blijven samenwerken. En dat deden ze. En met nog een paar kilometer te gaan wordt het achtervolgende kwartet een kwintet en moeten deze non-sprinters gaan sprinten om de etappe. Roglic leidt de dans met daarachter Mikel Landa. Van Landa had hij het minst te vrezen dacht ie, hoewel je het na een slopende etappe nooit zeker kon weten. Achter Landa rijdt Pogacar die met nog ruim 300 meter te gaan een gaatje tot Landa laat van een meter of 2. Hij zit in het kielzog van Pogacar en in zijn kielzog de onfortuinlijke solist Hirschi. Wat zou die nog in de tank hebben? Er is geen tijd om te linkeballen, om nog na te denken of te kijken wat tactisch het beste is, want daar komt de aanval, helemaal van achter gaat de solist ook nog als eerste de sprint aan van ruim 200 meter. Alles of Niets. Hirschi duikt naar de andere kant van de weg, Pogacar erachteraan en hij weer in dat wiel. Maar ook Roglic is oplettend en komt gelijk uit het zadel. Hirschi komt gewoon op kop, helemaal van achter, maar in zijn wiel zit Pogacar die naar de rechterkant van de weg gaat en aan de linkerkant van Hirschi rijdt Roglic. Ze zijn op volle gang en hijzelf probeert uit het zadel te blijven. Hij probeert aansluiting te vinden en aansluiting te houden bij de voorste 3 die nu zij aan zij koersen, maar met nog 50 meter te gaan weet hij het. Zij zijn sterker vandaag. Zij zijn op dit moment in deze tour sterker. En hij gaat zitten. Hij laat ze lopen. Hij ziet hoe Hirschi de etappe weer net niet wint en hij ziet hoe de jongste Sloveen de etappe voor de neus van de iets oudere Sloveen weet weg te kapen. Hij komt als vierde over de meet en hoewel ze belangrijke tijd winnen op de concurrentie voelt hij zich vandaag toch een beetje verliezer. Parijs is ineens nog best ver weg.

Klik hier voor de Podcast – Tourkronieken op Itunes

Klik hier voor de Podcast – Tourkronieken op Spotify

De vorige etappe – 8 – Stront

De volgende etappe – Rustdag


Schrijf je in op onze nieuwsbrief!



Of doneer! (*verantwoording)

Bedrag



Piet Driessen